Onvoltooid deelwoord ³ ⁴
Het onvoltooid deelwoord (of: tegenwoordig deelwoord) bestaat uit het hele werkwoord (of:
infinitief) + -d of -de.
Staand op een kistje sprak ze de menigte toe.
De studenten kwamen lachend de collegezaal binnen.
Schoorvoetend gaf ze haar vergissing toe.
Tegenwoordig zag je hem vooral bellend en append.
Vaak worden onvoltooide deelwoorden gebruikt als bijvoeglijk naamwoord of bijwoord.
De snorkelende jongen kon het strand toch nog bereiken. (bijvoeglijk naamwoord)
Al snorkelend bereikte de jongen het strand. (bijwoord)
Ook in samenstellingen kan een onvoltooid deelwoord staan.
De klus was behoorlijk tijdrovend.
In juni zijn veel studenten werkzoekend.
Het onvoltooid deelwoord (of: tegenwoordig deelwoord) bestaat uit het hele werkwoord (of:
infinitief) + -d of -de.
Staand op een kistje sprak ze de menigte toe.
De studenten kwamen lachend de collegezaal binnen.
Schoorvoetend gaf ze haar vergissing toe.
Tegenwoordig zag je hem vooral bellend en append.
Vaak worden onvoltooide deelwoorden gebruikt als bijvoeglijk naamwoord of bijwoord.
De snorkelende jongen kon het strand toch nog bereiken. (bijvoeglijk naamwoord)
Al snorkelend bereikte de jongen het strand. (bijwoord)
Ook in samenstellingen kan een onvoltooid deelwoord staan.
De klus was behoorlijk tijdrovend.
In juni zijn veel studenten werkzoekend.