Tegenwoordige tijd ³ ⁴
Hoofdregel
Bij de vervoeging van een regelmatig werkwoord ga je uit van de ik-vorm.
Enkelvoud wonen denken raden
1e persoon ik ik-vorm woon denk raad
2e persoon je, jij, u ik-vorm + -t woont denkt raadt
3e persoon hij, zij, het ik-vorm + -t woont denkt raadt
Meervoud wonen denken raden
1e persoon wij infinitief wonen denken raden
2e persoon jullie infinitief wonen denken raden
3e persoon zij, ze infinitief wonen denken raden
Twijfel je of de ik-vorm met een -d of -t geschreven wordt, maak er dan het hele werkwoord van: wat
je hoort, schrijf je ook.
Ik star… (-t of -d) morgen met het project - starten
Ik vergoe… (-t of -d) alle kosten - vergoeden
Hoofdregel
Bij de vervoeging van een regelmatig werkwoord ga je uit van de ik-vorm.
Enkelvoud wonen denken raden
1e persoon ik ik-vorm woon denk raad
2e persoon je, jij, u ik-vorm + -t woont denkt raadt
3e persoon hij, zij, het ik-vorm + -t woont denkt raadt
Meervoud wonen denken raden
1e persoon wij infinitief wonen denken raden
2e persoon jullie infinitief wonen denken raden
3e persoon zij, ze infinitief wonen denken raden
Twijfel je of de ik-vorm met een -d of -t geschreven wordt, maak er dan het hele werkwoord van: wat
je hoort, schrijf je ook.
Ik star… (-t of -d) morgen met het project - starten
Ik vergoe… (-t of -d) alle kosten - vergoeden