Discussie
In dit experiment is gekeken naar hoe de lengte van aardappelstaafjes
reageren op verschillende NaCI concentraties. Tussen 0% en 0,5%
concentratie NaCI is turgor opgetreden, omdat je ziet dat het volume is
toegenomen. In grafiek 1 zie je dat bij reageerbuisje 4, 5 en 6 plasmolyse
is opgetreden, omdat het volume hier juist is afgenomen. De cellen zijn
hypertoon geworden en hebben dus veel water afgestaan.
We kunnen de osmotische waarde van aardappelcellen bepalen aan de
hand van de lengte en stevigheid van de aardappelstaafjes. De
osmotische waarde is gelijk aan 1% NaCI, want in grafiek 1 en 2 zie je dat
in reageerbuis 3 met 1% NaCI niets is veranderd. Dit kun je ook zien aan
het volume en stevigheid van het aardappelstaafje. De cellen zijn isotoon
bij reageerbuis 3, de concentratie van zout is in en buiten de cel
hetzelfde.
De hypothese luidt: als in zes verschillende reageerbuizen met
aardappelstaafjes doet met verschillende concentratie NaCI-oplossing
oplopend van 0% t/m 8%, dan zullen de aardappelstaafjes veranderen in
inhoud, grootte en stevigheid. Wanneer de lengte en stevigheid van de
aardappelstaafjes bij een bepaalde concentratie niet meer verandert,
komt de osmotische waarde van de oplossing overeen met de osmotische
waarde van de aardappelcellen. De hypothese is bevestigd, omdat er bij
een bepaalde concentratie niets meer is veranderd. Je kunt inderdaad de
osmotische waarde bepalen aan de hand van het volume en stevigheid
van de aardappelstaafjes. We zijn tot de conclusie gekomen dat de
osmotische waarde gelijk is aan 1% NaCI. Dit hebben we geconcludeerd
nadat we hebben gekeken naar alle gegevens in de tabellen en grafieken.
In grafiek 1 en 2 kon je aflezen dat bij 1% NaCI, in reageerbuisje 3, niets
is veranderd en dat is de osmotische waarde.
In tabel 2 zie je dat bij reageerbuisjes 1 en 2 de aardappelstaafjes heel
stevig zijn geworden. Dit komt doordat de cellen water hebben
opgenomen, waardoor ze sterker zijn geworden. Dat is een kenmerk van
turgor. In hetzelfde tabel zie je dat bij reageerbuisjes 4, 5 en 6 de
aardappelstaafjes steeds slapper zijn geworden, doordat de
aardappelcellen water hebben afgestaan aan het milieu. Het cytoplasma
is hierdoor gekrompen, waardoor de cel slap is geworden. Dit zijn weer
kenmerken van plasmolyse.
Pagina 8
In dit experiment is gekeken naar hoe de lengte van aardappelstaafjes
reageren op verschillende NaCI concentraties. Tussen 0% en 0,5%
concentratie NaCI is turgor opgetreden, omdat je ziet dat het volume is
toegenomen. In grafiek 1 zie je dat bij reageerbuisje 4, 5 en 6 plasmolyse
is opgetreden, omdat het volume hier juist is afgenomen. De cellen zijn
hypertoon geworden en hebben dus veel water afgestaan.
We kunnen de osmotische waarde van aardappelcellen bepalen aan de
hand van de lengte en stevigheid van de aardappelstaafjes. De
osmotische waarde is gelijk aan 1% NaCI, want in grafiek 1 en 2 zie je dat
in reageerbuis 3 met 1% NaCI niets is veranderd. Dit kun je ook zien aan
het volume en stevigheid van het aardappelstaafje. De cellen zijn isotoon
bij reageerbuis 3, de concentratie van zout is in en buiten de cel
hetzelfde.
De hypothese luidt: als in zes verschillende reageerbuizen met
aardappelstaafjes doet met verschillende concentratie NaCI-oplossing
oplopend van 0% t/m 8%, dan zullen de aardappelstaafjes veranderen in
inhoud, grootte en stevigheid. Wanneer de lengte en stevigheid van de
aardappelstaafjes bij een bepaalde concentratie niet meer verandert,
komt de osmotische waarde van de oplossing overeen met de osmotische
waarde van de aardappelcellen. De hypothese is bevestigd, omdat er bij
een bepaalde concentratie niets meer is veranderd. Je kunt inderdaad de
osmotische waarde bepalen aan de hand van het volume en stevigheid
van de aardappelstaafjes. We zijn tot de conclusie gekomen dat de
osmotische waarde gelijk is aan 1% NaCI. Dit hebben we geconcludeerd
nadat we hebben gekeken naar alle gegevens in de tabellen en grafieken.
In grafiek 1 en 2 kon je aflezen dat bij 1% NaCI, in reageerbuisje 3, niets
is veranderd en dat is de osmotische waarde.
In tabel 2 zie je dat bij reageerbuisjes 1 en 2 de aardappelstaafjes heel
stevig zijn geworden. Dit komt doordat de cellen water hebben
opgenomen, waardoor ze sterker zijn geworden. Dat is een kenmerk van
turgor. In hetzelfde tabel zie je dat bij reageerbuisjes 4, 5 en 6 de
aardappelstaafjes steeds slapper zijn geworden, doordat de
aardappelcellen water hebben afgestaan aan het milieu. Het cytoplasma
is hierdoor gekrompen, waardoor de cel slap is geworden. Dit zijn weer
kenmerken van plasmolyse.
Pagina 8