THI-samenvatting....................................................................................................................2
ABB-samenvatting...................................................................................................................6
CVM samenvatting..................................................................................................................9
ABC samenvatting.................................................................................................................16
HH samenvatting...................................................................................................................30
Zelfstudietaken......................................................................................................................34
Oefentoets ANS.....................................................................................................................36
,THI-samenvatting
College 1:
Slokdarm: oesophagus
Luchtpijp: trachea
Ruimte tussen de longen = mediastinum (Hart, grote vaten, slokdarm + luchtpijp)
Bij inademing vergroot het diafragma zich naar beneden --> Er ontstaat onder druk --> Lucht
wordt aangezogen vanuit je mond, dus je krijgt een inademing.
Functies ademhalingsstelsel:
- Verplaatsen lucht van en naar gaswisselingsoppervlak
- Bescherming gaswisseling
- Vorming van geluiden
Cavum nasi: de neusholte
- Conchae nasalis superior
- Conchae nasalis media
- Conchae nasalis inferior
Pharynx: slokdarmhoofd
- Nasopharynx
- Oropharynx
- Laryngopharynx
Larynx: het strottenhoofd
- Stembandenm wijder = hogere stem
Trachea: luchtpijp
- Hoefijzerige kraakbeenringen voor flexibiliteit eten en bescherming
Primaire bronchus --> secundaire bronchi --> tertiaire bronchi
Oppervlakte trachea en bronchi:
- Trilhaarepitheel
- Slijmbekercellen
- Witte bloedcellen = Voor de afweer van infecties
Alveoli zijn de longblaasjes, waar de gaswisseling plaats vindt!
Ductus alveolaris: gang richting de longblaasjes
Alveolaire macrofagen: bewaken de alveolaire ruimte
Pneumocyten: longcellen, maken surfactant aan
Surfactant: Zorgt voor oppervlaktespanning, zodat de longcellen opengaan
,Linkerlong: 2 kwabben Rechterlong: 3 kwabben
Superior, media en inferior
Pleuraholte: holte om de longen
Pericardiale ruimte: holte voor het hart
Pleura viscerale: aan de binnenkant, op het orgaan
Pleura pariëtale: aan de buitenkant
Inademing bestaat uit: stikstof, zuurstof, waterdamp en koolstofdioxide
Zuurstof wordt gebonden met hemoglobine
College 2:
Dyspneu: kortademigheid
Apneu: ademstilstand
Pneu: adem
Trachypneu: versnelde adem
Bradypneu: vertraagde adem
Hyperpneu: hyperventilatie
Hypopneu: 50% afname ademhaling
Wheezing
Hemoptoë: bloed ophoesten
Aspiratie: niet meer kunnen ademen, zit iets in de keel
Spirometrie: bepaling longfunctie
Acidose: verzuring
Cyanose: blauwe verkleuring huid, te weinig 02 in het bloed
Pleuritis: ontsteking longvlies
Pneumonie: longontsteking --> Longblaasjes vol met ontstekingsvocht (antibiotica)
Pneumothorax: klaplong
COPD: Chronic Obstructive Pulmonary Disease + longemfyseem + bronchitis
Beschadiging longblaaswand
Sinitis: bijholteontsteking
- Frontalis, ethmoidalis en maxillaris
- Pharyngitis: keelontsteking
- Tonsitus: ontsteking keelamandelen
- Laryngitis: ontsteking strottenhoofd
Cystische fibrose: taaislijmziekte
- Erfelijk
- 35-40 jaar levensverwachting
Longfibrose: littekenweefsel gevormd in de longen en verminderde 02 opname
Tuberculose: chronische infectieziekte, verwijdering longweefsel = besmettelijk
Longembolie: afsluiting longslagader --> trombosebeen, benauwd + pijn op de borst
Bronchus carcinoom: longkanker --> klein en niet-kleincellig
, College 3:
Gradering: G1 t/m G4
G1: lijken nog op normale cellen (Dysplasie)
G4: sterk afwijkende cellen (Anaplasie)
Stagering (TNM): classificatie
T = tumor
N = lymfeklier
M = metastasen
Hayflick limiet: normale mens cel deelt 50-60 keer --> telomeren DNA worden korter -->
celdeling stopt uiteindelijk
Apoptose: cel gaat dood, valt uit elkaar
Necrose: cel gaat dood, troep en afval
Retinoblastoom: kanker in het oog
Proto-oncogen: stimuleren celdeling
Tumorsuppressororgenen: beperking celdeling
College 4:
Infectie
Virus: heeft een gastheer nodig, stukje DNA
Antistoffen: maakt het lichaam aan om antigenen uit te schakelen
T-cellen: Verdedigen tegen afwijkende cellen in levende cellen (geactiveerd door antigenen)
B-cellen: Verdedigen tegen antigenen in lichaamsvloeistoffen (antistoffen aan buitenkant)
APC’s: Antigeen presenterende cellen
Fagocyten: 1e lijn verdediging, presenteren antigenen aan T-cellen
Natural killer cellen: bewaken gezonde weefsels
Interferonen: kleinere eiwitten die weerstand van cellen verhoogd
Lymfoïdeorganen: lymfeknopen, milt en thymus
(Transport hormonen, voedingsstoffen en afvalstoffen naar het bloed
College 5:
Incidentie: aantal nieuwe gevallen van een ziekte binnen een bepaalde periode binnen
bepaalde populatie
Prevalentie: aantal bestaande gevallen op een bepaald moment binnen bepaalde populatie
Epidemie: bepaalde ziekte treedt in gebied vaker op als normaal
Pandemie: bepaalde ziekte verspreidt zich naar werelddelen