Kenmerken van een staat:
- Gezag
- Grondgebied
- Gemeenschap van mensen
Soeverein = zelfstandig en ondeelbaar
Exterritoriale werking = werking buiten de landsgrenzen van een staat, strafrecht
diplomatieke bescherming = bescherming van de eigen staat in het buitenland
Vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven, krijgen geen recht op verstrekkingen,
voorzieningen (AOW, Bijstand, etc.) en uitkeringen.
Constitutie en staatsregeling = De rechtsregels die het staatsgezag en de organisatie van de staat
vastleggen.
Rechtsbronnen:
- Statuut
- Grondwet
- Verdragen
- Jurisprudentie
- Gewoonterecht
Organieke wet = wanneer zij betrekking hebben op de organen en de organisatie van de Staat en
zijn onderdelen
, Hoofdstuk 3
1579: Republiek der Zeven Nederlanden
- Statenbond = Deelstaten hebben een eigen bestuur, geen centraal gezag
1795 : Fransen veroveren de statenbond
1798: Bataafse Republiek
-> Gericht op vooruitgang, verlichting en opmars der burgerij. De soevereiniteit van de
provincies stopte.
- De staat werd vastgelegd als eenheidstaat.
eenheidstaat = staat bestaande uit onzelfstandige delen onder een centraal gezag.
1814 = het Koninkrijk der Nederlanden
Het statuut = onderlinge afspraken tussen het koninkrijk. (Aruba, curacao en Sint-Maarten)
Bondstaat/federatie = deelstaten staan hun macht af aan het centraal gezag. bv. VS, Duitsland
Eenheidsstaat = concentratie van de staatsmacht
Na de tweede wereldoorlog werd Nederland een sociale verzorgingsstaat.
Sociale verzorgingsstaat = Staat die alle burgers een menswaardig bestaan garandeert door in te
grijpen in het sociaaleconomisch leven.
Nederland is ook een democratische rechtsstaat. Dit zijn de volgende kenmerken:
- Legaliteitsbeginsel = de overheid mag slechts optreden op grond van algemene regels die
democratisch tot stand zijn gekomen
- Trias Politica = wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht
- Onafhankelijke en onpartijdige uitspraak
- Respecteren van grondrechten
Checks and balances = machtsevenwicht door de verdeling van en controle op staatstaken.
Regent = de wetgever aangestelde persoon die tijdelijk het koningschap uitoefent al de koning dit
zelf niet kan.