Citium Hippo
Natuurfilosoof Natuurfilosoof Realisme Realisme / Realisme / Stoïcisme Stoïcisme Stoïcisme Stoïcisme Epicurisme/ Neoplatonisme Realisme /
Systeembouwer Systeembouwer Atomisme Philosophia
Christiana
6de eeuw v.C 5de eeuw v.C. 5de eeuw v.C. 4de eeuw v.C. 4de eeuw v.C. 3e eeuw v.C. 1ste eeuw 1ste eeuw 2de eeuw 4de eeuw v.C. 3de eeuw 4de eeuw
Kosmos Peri fusios Ethisch Lln. Socrates Wijsheid: kennis Logos = Late Stoa Late Stoa Late Stoa Geluk Werkelijkheid Hersacralisering
intellectuïsme omwille van zichzelf, werkelijkhei, emaneert uit
oorzaken natuur
Verlangens: 1 principe:
ste
zintuigen De waarheid Probleem Streef enkel na Streef enkel na Streef enkel na Scheppingsidee
→ het zijnde is en Deugd = inzicht - onsystematisch wat in je macht wat in je macht wat in je macht 1. Natuurlijke, 1. Het Goede - alles is wilsact van
- spreekt niet Weg tot Leef volgens ligt ligt ligt noodzakelijke 2. Ideeënwereld God
Phanta rei kai het niet-zijnde - aporetisch oorzaken: natuur 2. Natuurlijke, 3. Ziel - exemplaria
Rechtvaardigheid 1. effemin: dingen
is niet logica van ons niet- 4. Zintuiglijke
ouden menei bij ons vb. neiging,
→ het is en het is
3 delen ziel + denken en Kosmopolitische belang, vrij
Kosmopolitische noodzakelijke
wereld Heilsgeschiedenis
niet Passies = solidariteit solidariteit 3. Niet-
1 waarheid deugden spreken in alles wat ingaat 2. Dingen buiten 5. Materie - uniciteit
→ het zijnde is natuurlijke,
Permanente niet 1. Logos= redelijke structuren / tegen logos / (oikerosis) ons vb. macht, (oikerosis) niet- → in onderste - niet cyclisch
flux Dialogen - verstandigheid categorieën: rede (woede, 1. Zelfbehoud reputatie, bezit 1. Zelfbehoud noodzakelijke zitten alle
2. Tumos = vurige 1. Substantie angst) 2. Familie, vrienden 2. Familie, vrienden bovenstaande
Zijnde = → wijsheid
2 Kwantiteit 3. Stradsgenoten 3. Stradsgenoten ≠ temporeel: alles
Individualiteit en
- dapperheid
- niet ontstaan 3. Relatie 4. Landgenoten Kosmopolitische 4. Landgenoten Ideaalbeeld: tegelijk lichamelijkheid
Boog 3. Epidenia =
- ondeelbaar Logos = inzicht, begerende
4. Activiteit Apoteia = 5. Elk rationeel solidariteit 5. Elk rationeel lathe biōsas → afhankelijkheid - ziel ≠ uniek
- onbeweeglijk 5. Houding nastreven rede wezen wezen - lichaam is
deugd, waarheid - matighedi 6. Kwaliteit (oikerosis) = leef verborgen / causaliteit
- onbegrensd en afstand 1. Zelfbehoud in kèpos (tuin) secundair
Tegengestelde - bolvormig
7. Plaats
nemen van -verrijzen ziel en
8. Tijd 2. Familie, vrienden
→ complementair Tegen moreel Staat 9. ondergaan passies 3. Stradsgenoten lichaam
→ voortvloeien relativisme - heersers 10. aanhebben 4. Landgenoten
Dood:
De mening - helpers - moet je voor
→ inherente redelijkheid 5. Elk rationeel Ancilla
- vaklui wezen trainen
ambiguïteit Logos = denken, theologie:
Zintuigen - gaat ons niet
verstand, taal, ‘zijn’, aan - fides quaerens
bedriegen Probleem van werkelijkheid Indifferentia: wat - geen verlangen intellectum
archè = vuur de opvoeding = filosofie ten dienste
buiten ons licht is naar
indifferent voor onze onsterfelijkheid van teologie
4 causa
moraliteit - als dood er is
Kennis = → materialis
- stabiel → formalis zijn wij er niet Illuminatie: de
- volmaakt → efficiens e.o. verlichting van het
- universeel → finalis (rationeel) verstand door God,
afkeer voor vana
curiositas mundi
Mening = Zielsleer:
( ijdele wereldse
- onstabiel → rationele ziel
→ sensitieve ziel nieuwsgierigheid)
- onzuiver
- particulier → vegetatieve ziel - afhankelijk van God:
- zintuiglijk 1. Redding, genade
2. kennis
Hypermorfisme
1. idee van het v → v → v
Goede = m m m
transcendent