Samenvatting Neuro Anatomie Fysiologie (NAF) – Opleiding Optometrie
Samenvatting Optometrisch onderzoek 2
HC2 – Algemene observatie, covertest en compenserende fusiebreedte, Louise van Doorn
Deze hersenzenuwen moet je sowieso kennen;
N. oculomotorius (N.III/3) doet heel veel, als deze is aangedaan valt het ooglid naar
beneden.
N. trochlearis (N.IV/4) Innerveert de m. obliquus superior (bovenste schuine oogspier)
N. abducens (N.VI/6) Innerveert de rectus lateralis laat het oog naar buiten draaien.
Algemene observatie
1. Waar let je op?
2. Torticollis
3. Oogstand/ooghoogte
4. Asymmetrie gezicht?
Een objectieve bepaling van de oogstand doen met de methode van hirschberg;
Objectieve bepaling van de oogstand. Voorzichtig inschatten hoe scheel iemand is.
Voordeel Nadeel
Snel en makkelijk uit te voeren Alleen voor nabij
Relatief onbetrouwbaar
Soms meer dan 14 prdpt afwijking
Waar let je op?
Hoek Kappa Pupilafwijkingen
Positie reflexbeeldjes Standsveranderingen
Nystagmus Helderheid cornea
Fixatie
Hoek Kappa
Hoek die gezichtsas en centrale pupillairlijn met elkaar maken.
Naar de neus positieve kant en temporaal negatieve kant.
- Meestal 3-5 graden positief
- Invloed op de oogstand
Positieve hoek kappa
- Exotropie lijkt groter (temporaal)
- Esotropie lijkt minder (nasaal)
Inschatten van de prisma dioptrieën;
- Pupilrand 15 graden 30 prdpt
- Pupilrand 30 graden 45 prdpt
- Voor limbusrand 45 graden 90 prdpt
- Elke mm verschil tussen ogen 7 graden 14 prdpt
Samenvatting Optometrisch onderzoek 2
HC2 – Algemene observatie, covertest en compenserende fusiebreedte, Louise van Doorn
Deze hersenzenuwen moet je sowieso kennen;
N. oculomotorius (N.III/3) doet heel veel, als deze is aangedaan valt het ooglid naar
beneden.
N. trochlearis (N.IV/4) Innerveert de m. obliquus superior (bovenste schuine oogspier)
N. abducens (N.VI/6) Innerveert de rectus lateralis laat het oog naar buiten draaien.
Algemene observatie
1. Waar let je op?
2. Torticollis
3. Oogstand/ooghoogte
4. Asymmetrie gezicht?
Een objectieve bepaling van de oogstand doen met de methode van hirschberg;
Objectieve bepaling van de oogstand. Voorzichtig inschatten hoe scheel iemand is.
Voordeel Nadeel
Snel en makkelijk uit te voeren Alleen voor nabij
Relatief onbetrouwbaar
Soms meer dan 14 prdpt afwijking
Waar let je op?
Hoek Kappa Pupilafwijkingen
Positie reflexbeeldjes Standsveranderingen
Nystagmus Helderheid cornea
Fixatie
Hoek Kappa
Hoek die gezichtsas en centrale pupillairlijn met elkaar maken.
Naar de neus positieve kant en temporaal negatieve kant.
- Meestal 3-5 graden positief
- Invloed op de oogstand
Positieve hoek kappa
- Exotropie lijkt groter (temporaal)
- Esotropie lijkt minder (nasaal)
Inschatten van de prisma dioptrieën;
- Pupilrand 15 graden 30 prdpt
- Pupilrand 30 graden 45 prdpt
- Voor limbusrand 45 graden 90 prdpt
- Elke mm verschil tussen ogen 7 graden 14 prdpt