J
Jouw jeugd en fiscale
bestaan
,Inhoudsopgave
Deadlines:..................................................................................................................................................... 2
Week 1: Belastingrecht................................................................................................................................. 3
Algemene inleiding belastingrecht............................................................................................................ 6
Formeel belastingrecht............................................................................................................................. 8
Onderdeel A Algemene wet inzake rijksbelastingen AWR.....................................................................8
Onderdeel B Invorderingswet............................................................................................................. 14
Week 2: De rechtspositie van minderjarigen buiten het personen- en familierecht/Jeugdzorg..................16
Week 3: De rechtspositie van de jeugdige belicht in het kader van het personen- en familierecht............34
Week 4: Internationaal jeugdrecht............................................................................................................. 39
1
,Deadlines:
Toets:
- week 5 (kans 1)
- week 8 (kans 2)
Groepsopdracht:
- vrijdag week 8 om 13:00 (kans 1)
- vrijdag week 9 voor 24:00 (kans 2)
2
, Week 1: Belastingrecht
Geschiedenis
Het begrip belastingheffing:
- Voor de 17e eeuw niet relevant, men onderging heffingen lijdzaam
- Vanaf 17e eeuw: inkleuring van de inhoud en het begrip belasting.
De romeinse tijd:
- Belastingheffing was niet structureel maar incidenteel (alleen wanneer ze geld nodig hadden,
urinebelasting)
- Soorten belasting in die tijd:
o Grondbelasting -> directe belasting (soort van draagkrachtbeginsel)
o In natura -> Bijvoorbeeld koeienhuiden (arbeid verrichten)
Middeleeuwen:
- Geen belasting voor (belastingprivilege): koning, keizer, geestelijkheid, adel (in strijd met
gelijkheidsbeginsel).
- Belastinglast lag op de schouders van de boeren, burgers en lijfeigenen. Nu is het andersom
(draagkrachtbeginsel).
- Soorten belasting in die tijd:
o Heffing op eerste levensbehoeften (lokaal en regionaal)
o In de vorm van accijnzen, met als doel financiering (geen ontmoedigen zoals nu met
tabak is).
o Heffing door steden ter:
Voldoening van belasting aan de vorst.
Financiering van wegen, stadwallen en betaling poortwachters.
De Spaanse overheersing:
Halverwege de 16e eeuw. Soorten belastingen:
- De honderdste penningen -> 1% belasting op alle roerende en onroerende goederen (soort
vermogensbelasting)
- De twintigste penning -> 5% belasting op verkoop van onroerende zaken (een soort
omzetbelasting)
- De tiende penning -> 10% heffing op verkoop van roerende zaken (een soort omzetbelasting).
Hier was veel verzet tegen, werd ook afgekocht door steden.
3
Jouw jeugd en fiscale
bestaan
,Inhoudsopgave
Deadlines:..................................................................................................................................................... 2
Week 1: Belastingrecht................................................................................................................................. 3
Algemene inleiding belastingrecht............................................................................................................ 6
Formeel belastingrecht............................................................................................................................. 8
Onderdeel A Algemene wet inzake rijksbelastingen AWR.....................................................................8
Onderdeel B Invorderingswet............................................................................................................. 14
Week 2: De rechtspositie van minderjarigen buiten het personen- en familierecht/Jeugdzorg..................16
Week 3: De rechtspositie van de jeugdige belicht in het kader van het personen- en familierecht............34
Week 4: Internationaal jeugdrecht............................................................................................................. 39
1
,Deadlines:
Toets:
- week 5 (kans 1)
- week 8 (kans 2)
Groepsopdracht:
- vrijdag week 8 om 13:00 (kans 1)
- vrijdag week 9 voor 24:00 (kans 2)
2
, Week 1: Belastingrecht
Geschiedenis
Het begrip belastingheffing:
- Voor de 17e eeuw niet relevant, men onderging heffingen lijdzaam
- Vanaf 17e eeuw: inkleuring van de inhoud en het begrip belasting.
De romeinse tijd:
- Belastingheffing was niet structureel maar incidenteel (alleen wanneer ze geld nodig hadden,
urinebelasting)
- Soorten belasting in die tijd:
o Grondbelasting -> directe belasting (soort van draagkrachtbeginsel)
o In natura -> Bijvoorbeeld koeienhuiden (arbeid verrichten)
Middeleeuwen:
- Geen belasting voor (belastingprivilege): koning, keizer, geestelijkheid, adel (in strijd met
gelijkheidsbeginsel).
- Belastinglast lag op de schouders van de boeren, burgers en lijfeigenen. Nu is het andersom
(draagkrachtbeginsel).
- Soorten belasting in die tijd:
o Heffing op eerste levensbehoeften (lokaal en regionaal)
o In de vorm van accijnzen, met als doel financiering (geen ontmoedigen zoals nu met
tabak is).
o Heffing door steden ter:
Voldoening van belasting aan de vorst.
Financiering van wegen, stadwallen en betaling poortwachters.
De Spaanse overheersing:
Halverwege de 16e eeuw. Soorten belastingen:
- De honderdste penningen -> 1% belasting op alle roerende en onroerende goederen (soort
vermogensbelasting)
- De twintigste penning -> 5% belasting op verkoop van onroerende zaken (een soort
omzetbelasting)
- De tiende penning -> 10% heffing op verkoop van roerende zaken (een soort omzetbelasting).
Hier was veel verzet tegen, werd ook afgekocht door steden.
3