Opsporing
Opsporing, art. 27 en 29 Sv.
Politieverhoor.
Controle en voortgezette toepassing.
Opsporingsbevoegdheden.
Vervolging(sbeletselen).
ZSM, strafbeschikking.
Vanuit de spilfunctie en instrumentaliteit: de verdachte staat dus tegenover een machtige overheid.
Spilfunctie: de verdachte staat centraal.
Die positie en werking loopt als rode draad door dit vak.
Vanuit rechtsbescherming: rechten van die verdachte, om te beschermen tegen de overheid.
En ook die rechten zijn een rode draad van dit vak.
NB: hoe sneller sprake van verdachte, hoe eerder strafvorderlijk optreden mogelijk, maar ook… hoe
eerder toekenning van rechten. Spanningsveld.
Allesomvattend hierbij: de onschuldpresumptie.
Verdenking? Ja. Verdachte? Ja. Dan dus ook dader? Nee.
Zelfs in evidente gevallen wordt iedere vermoedelijke dader voor onschuldig gehouden totdat het
tegendeel bewezen is in een strafrechtelijke procedure, en de rechter hier uitspraak over heeft
gedaan. Verdachte dus, in plaats van dader.
Genormeerd door art. 6 lid 2 EVRM.
Dunne grens/ ingewikkeld in geval van burgeropsporing.
Soms precaire situatie en eigen afweging door de media.
Verdachtebegrip: art. 27 lid 1 Sv materieel criterium:
Als verdachte wordt voordat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien
uit:
Feiten of omstandigheden.
Een redelijk vermoeden van schuld.
Aan eenig strafbaar feit voortvloeit.
NB: in geval van sommig strafvorderlijk optreden aangevuld door het vereiste van ernstige
bezwaren.
Wie aan te merken als verdachte?
HR Hollende kleurling.
HR Stormsteeg.
Plastic boodschappentasje: bij politie bekende persoon liep met plastic tas in Spuistraat. Op vraag wat
daarin zat, antwoordde hij vier boeken. Op de vraag waar gekocht antwoordde hij dat hij die net daarvoor
had gestolen. Hieruit vloeit niet noodzakelijk voort dat politie al op moment van aanspreken een redelijk
vermoeden van schuld in de zin van art. 27 lid 1 Sv aanwezig achtte. Pas na antwoord dat hij boeken had
gestolen, kon hij als verdachte in de zin van art. 27 Sv worden aangemerkt.
Voorbereidend onderzoek (Art. 132 Sv).
Vooral: het opsporingsonderzoek (Art. 132a Sv).
Nationale politie:
10 regionale eenheden:
Opsporingsambtenaren.
Algemene. (Art. 141 Sv) Alle strafbare feiten.
Buitengewone. (Art. 142 Sv) Bepaalde strafbare feiten.
Verantwoordelijkheden/systematiek: art. 132a jo 148 lid 2 Sv (OvJ is leider opsporingsonderzoek).
Art. 12 Politiewet (onder gezag OvJ).
Art. 3 Politiewet (taakstelling).
Openbaar ministerie/ officier van justitie:
Heeft dus de leiding over het opsporingsonderzoek en is zelf ook opsporingsambtenaar (art. 148 leden
1 en 3 Sv).
Arrondissementsparketten: 10, bij 11 rechtbanken.
Landelijk parket: georganiseerde misdaad.
Functioneel parket: milieu, economie en fraude.
Ressortsparketten: hoger beroep, voorwaardelijke invrijheidsstelling gedetineerden. 4, bij 4 hoven.
, Art. 29 Sv:
Lid 1 – in alle gevallen waarin iemand als verdachte wordt gehoord, onthoudt de verhorende rechter
of ambtenaar zich van alles wat de strekking heeft een verklaring te verkrijgen waarvan niet kan
worden gezegd dat zij in vrijheid is afgelegd. Nemo tenetur beginsel.
Lid 2 – de verdachte is niet tot antwoorden verplicht. Voor de aanvang van het verhoor wordt de
verdachte medegedeeld dat hij niet tot antwoorden is verplicht. Deze mededeling wordt in het proces-
verbaal opgenomen. Cautie.
Besluit inrichting en orde politieverhoor:
Art. 6:
De raadsman is bevoegd de verhorende ambtenaar er op opmerkzaam te maken:
a. Dat de verdachte een hem gestelde vraag niet begrijpt.
b. Dat de verhorende ambtenaar het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van de wet niet in acht
neemt.
c. Dat de fysieke en psychische toestand van de verdachte zodanig is dat deze een
verantwoorde voortzetting van het verhoor verhindert.
Opsporing:
Naar aanleiding van verdenking / een redelijk vermoeden van schuld.
Strafvordering genereert opsporingsbevoegdheden voor opsporingsambtenaren.
Hoe ingrijpender, hoe zwaarder de bevoegde autoriteit!
Controle:
Nog geen verdenking / redelijk vermoeden van schuld.
Geen gericht onderzoek naar een bepaald persoon.
Gecontroleerde is dus ook geen verdachte ex art. 27 Sv.
Tijdens controle kan er wel een verdenking ontstaan.
Dan gaat het van controle over naar opsporing.
Binnen dezelfde wet of verder met andere wet.
Voortgezette toepassing van bevoegdheden…
Geweer: dat niet mag worden aangenomen, dat de omstandigheid, dat een ambtenaar alleen ter controle
ingevolge de drankwet in een woning aanwezig is en daar, uit dien hoofde, ook tegen den wil van den
bewoner, aanwezig mag blijven, dien ambtenaar belet om op diezelfde plaats opsporingsbevoegdheden,
steunende op eene andere wet dan de drankwet, uit te oefenen.
Preventief fouilleren: art. 151b Gemeentewet: de Gemeenteraad kan de burg. Bevoegdheid verlenen om
bij verstoring van de openbare orde door de (vrees voor) aanwezigheid van wapens een
veiligheidsrisicogebied aan te wijzen. Ovj kan dan bevoegdheden ex art. 50/51/51 WWM toepassen.
Art. 174b Gemeentewet: in geval van spoed en onvoorzien.
NB: van belang is telkens of de toepassing van de bevoegdheid noodzakelijk wordt geacht.
Staandehouding teneinde identificatie (art. 52 Sv):
Verdachte mag weigeren persoonsgegevens te verstrekken.
Dan art. 55b (fouilleren) en toonplicht ID-bewijs.
Aanhouding:
Het primaire doel is voorgeleiding voor verhoor.
Op heterdaad (art. 53 Sv jo 128 Sv; bevoegdheid voor opsporingsambtenaren en burgers).
Buiten heterdaad (art. 54 Sv; enkel opsporingsambtenaren bevoegdheid + (hulp)OvJ in beginsel bevel
tot aanhouding + zwaardere identificatiemiddelen mogelijk ex art. 55c Sv).
Opsporingsbevoegdheden:
Ophouden voor onderzoek (art. 56a Sv):
Gekoppeld aan die aanhouding ter voorgeleiding voor verhoor: tijd nodig voor verhoor en
identificatie.
Ook andere maatregelen in het belang van het onderzoek (oa schotresten onderzoek).
Waarborg hoeveel tijd: art. 56a lid 2 max 9 uur of max 6 uur.
Tijd tussen 0.00 en 09.00 uur telt niet mee.
Indien verdenking van een feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten, dan is
verlenging van de ophouding mogelijk met 6 uur (art. 56b Sv).
Indien verdenking van een feit waarvoor wel voorlopige hechtenis is toegelaten, dan geen
verlenging want dan.. mogelijkheid voor (hulp)OvJ om de verdachte in verzekering te stellen. (Art.
57 Sv)
DNA-onderzoek: