Uitspraak 1: ECLI:NL:RVS:2015:283 Sloop blokhutten
Actoren:
Appellant: wil de gebouwde blokhutten niet verplaatsen en meent dat deze gebouwd mochten
worden op het stuk grond.
Het college van burgemeester en wethouders van Teylingen: wil de blokhutten van appellant
verplaatsen, omdat ze op een stuk grond gebouwd zijn waar een bestemmingsplan van kracht is.
Feiten:
Appellant heeft blokhutten gebouwd op een stuk grond waar een bestemmingsplan van kracht is.
Overwegingen:
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er gebouwd is op een stuk grond waar een
bestemmingsplan van kracht is. Daar mag dus alleen ten behoeve van het bestemmingsplan
gebouwd worden. Het stuk grond kan dan ook niet aangemerkt worden als erf. Er is nu een
omgevingsvergunning vereist voor het bouwen. Het gebruiksovergangsrecht strekt er niet toe een
bouwwerk in afwijking van een bestemmingsplan mogelijk te maken.
Er kan niet gerechtvaardigd vertrouwd worden op de toezegging over de telefoon. Er is bovendien
niet eens sprake van een ongeclausuleerde toezegging van een gemeenteambtenaar.
De bevoegdheid om af te zien van handhaving ligt niet bij een ambtenaar, maar bij het college.
Rechtsvraag: mocht appellant de blokhutten bouwen op het stuk grond waar ze gebouwd zijn?
Conclusie: omdat het betoog van appellant faalt en hij niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen wordt
de aangevallen uitspraak bevestigd.
Rechtsregel: de bevoegdheid om af te zien van handhaving ligt niet bij een ambtenaar, maar bij het
college van burgemeester en wethouders.