OPDRACHT 2 WEEK 38
Recap:
We zijn begonnen met fiscale partnerbegrip. Hoofdregel in 5a AWR. In art. 1.2 Wet IB is er een
aanzienlijke uitbreiding op 5a AWR. Het gaat om het geplaatste AK en economische eigenaar
voor AB-bezit! In at. 4.6 zie je vier vermogenstitels -> die verschillende vermogenstitels mag je
nooit bij elkaar optellen -> aandelen en winstbewijzen mag je niet bij elkaar optellen -> art. 4.4
stelt koopopties gelijk aan aandelen maar niet voor art. 4.6!
- > O.g.v. 4.6 geen AB? Dan pas naar 4.7!!
-> direct of indirect in art 4.6 = via tussenhouder! Je moet AB hebben in tussenhouder!
Fictief AB is een werkelijk AB en kan dus meetrekken!
1. Welke inkomstencategorieën onderscheidt artikel 4.12 en wat is het belang van het
onderscheid in die categorieën?
Vervreemdingsvoordeel (4.19) = Overdrachtprijs (4.20) – verkrijgingsprijs (4.21 e.v.)
Reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen. Reguliere voordelen worden belast bij
bijvoorbeeld uitkeren van dividend genietingsmoment 4.43. Vervreemdingsvoordelen is
bij vervreemdingen. -> genietingsmoment 4.46!
Art. 4.12 onderscheidt de reguliere voordelen en de vervreemdingsvoordelen.
Het onderscheid lijkt in ieder geval van belang als opmaat voor de latere uitwerking
afdeling 4.5 (reguliere voordelen) en afdeling 4.6 t/m 4.8 (vervreemdingsvoordelen).
Ook voor het genietingstijdstip heeft dit onderscheid gevolgen: zie art. 4.43 voor de
reguliere voordelen (kasstelsel) en art. 4.46 voor de vervreemdingsvoordelen
(omzetstelsel)
2. Is een BV gehouden tot de inhouding van dividendbelasting in de volgende gevallen:
- - uitkering bonusaandelen t.l.v. agioreserve?
Wat je vaak ziet bij uitgifte nieuwe aandelen = dat vennootschap meer dan nominale
waarde vraag voor emissie van nieuwe aandelen. Dit is omdat aandelen in dat geval meer
waard zijn geworden na het oprichten van de vennootschap. Als ze niet meer zouden
vragen zou iemand voor de nominale waarde een aandeel krijgen die meer waard is -> de
oude aandeelhouders vinden dat niet prettig want het gaat t.l.v. de winstreserve.
Onbelast art. 3 lid 1 sub c DB. Dus onbelast omdat agio als gestort kapitaal geldt. Er
zit niets van uitdeling in.
- uitkering bonusaandelen t.l.v. winstreserve?
Belast, aandeel ten laste van winstreserve. Want een winstreserve is een niet gestort
kapitaal. Art.3 lid 1 sub c DB. Geldt als opbrengst (nominale waarde wordt belast)
- uitkering contanten t.l.v. agioreserve?
Er is een agioreserve en uit dat potje wordt een deel contanten aan aandeelhouders worden
uitgekeerd. Geen heffing (onbelast) art. 3 lid 1 sub d DB --> agio is een gestort kapitaal.