Hoorcollege 1
Kern van het vak
- Wat is de verhouding tussen NL en EU recht?
- Wat voor impact heeft de EU op;
De nationale rechter
De nationale overheid
Een bedrijf
Een burger van de EU
Dit college:
- Wat is de EU?
- Verdragsstructuur
- Europese instellingen, bevoegdheden en rechtsinstrumenten
- Wetgeving en bestuur
De EU is een Federatie van Staten
- ‘Overdracht’ van bevoegdheden (van nationaal naar EU)
- Doelstelling: integratie
- (EU heeft) Rechtspersoonlijkheid
- Eigen instellingen
- Eigen besluitvormingsproces (geen vetorecht, wel
gekwalificeerde meerderheid, etc)
- Eigen rechtsbronnen
- Verplichte rechtsmacht Hof van Justitie EU
- Eigen interpretatiemethode (erg teleologisch (HvJ))
- Rechten voor individu
Doelstelling van de EU
- Art. 3 VEU: de unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het
welzijn van haar volkeren te bevorderen.
- The Nobel Peace Price 2012 was awarded to EU ‘for six decades
contributed to the advancement of peace and reconciliation
(=verzoening), democracy and human rights in Europe’.
Historisch overzicht
- Van EGKS/EEG naar EU:
Verbreding van integratie;
Van 6 naar 27 lidstaten (na Brexit)
Steeds meer beleidsterreinen
Verdieping van integratie;
Besluitvormingsprocedures meer efficiënt en democratisch
Uitbouw van het EU recht (financiële crisis, openbaar
ministerie, pandemie?)
Vergroting onderlinge samenwerking en solidariteit?
Verbreding en verdieping: hoe?
, - Verdragswijzigingen
Europese Eenheidsakte, Maastricht, Amsterdam, Nice,
Lissabon, Hadvest… (art. 1 VEU ‘een steeds hechter verbond
tussen de volkeren van de EU).
- Wetgeving
Bv. Verordening 1612/68 betreffende het vrij verkeer, de
verplaatsing en het verblijf van werknemers (HC4).
- Rechtspraak Hof van Justitie EU
Bv. Van Gend en Loos
- Praktijk EU-instellingen en lidstaten
Bv. Bachelor-Master structuur, uitwisseling studenten
Verdragsstructuur voor Lissabon
Verdragsstructuur na Lissabon
.
, - Elke instelling eigen bevoegdheid, bestaande uit lidstaten vaak
- Checks and balances
Europese instellingen: art. 13 VEU
Het Europese Parlement: art. 14 VEU
- Bestaat uit (max. 751, nu 705) vertegenwoordigers van
Unieburgers, politieke groepen
- Wetgevende macht: beslist samen met Raad over wetgeving en
begroting (‘gewone wetgevingsprocedure’)
- Democratische controle op alle EU werkzaamheden
- Kan (net als andere instellingen) naar het HvJ stappen!
De Europese Raad: art. 15 VEU
- Oefent politiek leiderschap uit
- Bestaat uit regeringsleiders en staatshoofden en voorzitter
Commissie
- Vaste voorzitter sinds Lissabon (nu: Charles Michel)
- Besluitvorming door consensus
- Van essentieel belang voor verdragswijzigingen
- Minst supranationale instelling die we hebben
De Raad van Ministers (‘De Raad’): art. 16 VEU
- Bestaat uit 1 vakminister per lidstaat, art. 16(2): behartigt
nationaal belang van zijn lidstaat!
- Roulerende president, behalve voor de Buitenlandse zaken
- Wetgevende macht: beslist samen met het EP over EU wetgeving
en begroting
- Tenzij anders bepaald stemt zij met gekwalificeerde meerderheid
- Raad voert buitenlands beleid (GBVB)
De Commissie: art. 17 VEU
- 27 onafhankelijke leden
- Voorzitter belangrijke rol
- Europees belang (niet nationaal)
- Motor achter integratie: Recht van initiatief voor EU wetgeving
(art. 17(2) VEU)
, - Agenda-setter: jaarlijks wetgevend plan
- Uitvoerende macht: bv. financiën en externe betrekkingen,
gedelegeerde besluitvorming geen wetgever, wel voorstellen!
- Watchdog: toezicht op lidstaten (inbreukprocedure HC10).
- Commisie is gekozen, niet benoemd daarom mogen ze niet
wetgeven
De Europese rechter: art. 19 VEU
- HvJ (en AG’s), het Gerecht, gespecialiseerde rechtbanken
- ‘Verzekert de eerbieding van het recht bij de uitlegging en
toepassing van de verdragen’: rule of law
- Arresten zijn collegiaal (dus visie van individuele rechters is niet
van belang/duidelijk, het Hof wijst als college een arrest).
- Interpretatiestijl: teleologisch (‘effet utile’) = gericht op
effectiviteit van EU-recht
- AG’s geven opinie (second opinion) over zaken
Andere belangrijke instellingen
- Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en
veiligheidsbeleid
- Europese Centrale Bank
- Rekenkamer
- Ombudsman
- Europees Openbaar Ministerie
- Agentschappen (bv. EMA)
- EcoSoc
- Comite van de Regio’s
Wat kan de EU? Bevoegdheden
Er is altijd een bevoegdheid nodig om op te mogen treden!
- Art. 5 VEU: bevoegdheid vindt grondslag in Verdrag (attributie)
- Art. 4 VWEU: exclusieve bevoegdheden: alleen de EU mag
optreden (bv. monetair beleid of handelspolitiek)
- Art. 5 VWEU: gedeelde bevoegdheden: zowel EU als lidstaten
zijn bevoegd (bv. interne markt, milieu, sociaal beleid)
- Art. 6: coördinerende bevoegdheden: ter ondersteuning van
lidstaten (bv. Erasmus uitwisselingsprogramma) creëert geen
recht waarop je je kan beroepen
Bronnen van EU recht:
1. Primair recht: verdragen, rechtsbeginselen en grondrechten
2. Secundair recht instrumentarium art. 288 VWEU:
De verordening: heeft een algemene strekking, is verbindend
in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
lidstaat
De richtlijn: verbindend t.a.v. het te bereiken resultaat voor
elke lidstaat; nationale instanties mogen vorm en middelen
kiezen