3 soorten science fiction:
- Harde SF= Hier staan vaak nieuwe technologische of natuurkundige
ontwikkelingen centraal. Men gaat daarbij uit van wetenschappelijke
correctheid tot in het detail.
- Zachte SF= Deze SF gaat voornamelijk over maatschappelijke en
sociale ontwikkelingen, bijvoorbeeld over politieke of psychologische
conflicten. Technische details en wetenschappelijke correctheid zijn
minder belangrijk.
- Fantasy = Kenmerkend voor fantasy zijn de verzonnen boven
natuurlijke elementen, die geen basis in de realiteit hebben. Zo komen
er mythische wezens voor (zoals heksen, vampiers of elfen) of wordt
er magie gebruikt. De verhalen spelen zich ook vaak af in magische
werelden waar andere natuurwetten gelden.
Het verschil tussen SF en fantasy is dat SF voortborduurt op reeds
bestaande (technologische of wetenschappelijke) mogelijkheden. SF
kent altijd een bepaalde vorm van realisme.
Thematieken van sciencefiction stammen uit de tijd van productie.
SF Begon in de literatuur, maar beleeft glorietijd in tv en film.
Beeld en kunst 1818-1888
• 1775 Stoommachine (James Watt):
• Industriële Revolutie begint in Engeland.
• De stoommachine werd ingezet voor de mijnbouw en de
textielproductie.
• Tijdens de IR ontstond er veel urbanisatie.
• Urbanisatie leidde tot slechte leefomstandigheden, maar wel tot
betere infrastructuur (stoomtrein).
• 1789 Franse Revolutie:
• vrijheid, gelijkheid en broederschap was de leus van die tijd.
• De burgers stonden centraal.
• De adel had al het geld in handen.
• Door ontevredenheid kwamen de burgers in opstand.
• In deze tijd ontstonden er mensenrechten.
• Kunststromingen reageren (bijna) altijd op wat er in die tijd belangrijk is
en op de vorige kunststroming.
1