opbouw plaats
De schrijfster heeft een structuur gebruikt met twee verhaallijnen, De eerste lijn is die van Lisa, de moeder van Senta rijdt door het dorpje Appeltern,
een 5-jarig meisje Anouk, die gegijzelt word door de ontsnapte tbs-er genaamd Mick Kreuger, De tweede lijn is wat in de provincie Gelderland ligt,
die van de journaliste Senta, die verdwaald is en aanbelt bij het huis van Lisa. Ze ziet dat er iets aan de hand is voordat ze bij het huis aankomt. Dit is de
dus ze gaat snel weg, helaas rijdt ze vanwege de mist in een kanaal en verliest ondanks de redding een deel van plaats waar eigenlijk het hele verhaal
haar geheugen. De twee verhaallijnen kruisen elkaar later in het verhaal en ze worden chronologisch verteld. Dit zich afspeelt. Later wordt Senta
gebeurt op het moment dat Senta verdwaalt is een aanbelt bij een huis om de weg te vragen, het is het huis opgenomen in het Radboudziekenhuis,
waar Lisa met haar dochtertje Anouk woont. gelegen in Nijmegen. Senta woont zelf in
De gebeurtenis begint in het begin van het boek al, op het moment dat ze worden gegijzelt door Kreuger, een Amsterdam en de verhaallijn van Lisa
ontsnapte TBS-er. speelt zich af in haar eigen huis, in het
Het verhaal heeft een gesloten einde omdat het eindigt met de bevrijding van Lisa en Anouk, de dood van Mick dorpje Appeltern dus.
Kreuger, en politieauto's die ze daarna in de verte horen aankomen.
Het boek heeft verder geen proloog of epiloog
perspectief / vertelsituatie Blauw Water
Perspectief/vertelsituatie
Het verhaal word verteld vanuit het perspectief van
Lisa en Senna. Je ziet de hele situatie vanuit hun
gezichtspunt, je kent hun gedachten en gevoelens.
Als voorbeeld een citaat uit het boek vanuit Lisa’s
perspectief: ‘Ze voelt dat Anouk zich een kwartslag
omdraait.’, en vanuit Senna’s perspectief: ‘In de verte
kun je de contouren van een huis onderscheiden.’
personages
- Lisa, je kent haar gevoelens en gedachten. Ze lijkt een onzekere vrouw. Ze probeert een menselijke kant bij
de gijzelnemer op te wekken door hem te vertellen over haar jeugd en haar scheiding. Ze had een vriend
Menno, die al getrouwd was, maar ze vertrouwde erop dat Menno bij haar zou komen. Ze is goedgelovig. Ze
De schrijfster heeft een structuur gebruikt met twee verhaallijnen, De eerste lijn is die van Lisa, de moeder van Senta rijdt door het dorpje Appeltern,
een 5-jarig meisje Anouk, die gegijzelt word door de ontsnapte tbs-er genaamd Mick Kreuger, De tweede lijn is wat in de provincie Gelderland ligt,
die van de journaliste Senta, die verdwaald is en aanbelt bij het huis van Lisa. Ze ziet dat er iets aan de hand is voordat ze bij het huis aankomt. Dit is de
dus ze gaat snel weg, helaas rijdt ze vanwege de mist in een kanaal en verliest ondanks de redding een deel van plaats waar eigenlijk het hele verhaal
haar geheugen. De twee verhaallijnen kruisen elkaar later in het verhaal en ze worden chronologisch verteld. Dit zich afspeelt. Later wordt Senta
gebeurt op het moment dat Senta verdwaalt is een aanbelt bij een huis om de weg te vragen, het is het huis opgenomen in het Radboudziekenhuis,
waar Lisa met haar dochtertje Anouk woont. gelegen in Nijmegen. Senta woont zelf in
De gebeurtenis begint in het begin van het boek al, op het moment dat ze worden gegijzelt door Kreuger, een Amsterdam en de verhaallijn van Lisa
ontsnapte TBS-er. speelt zich af in haar eigen huis, in het
Het verhaal heeft een gesloten einde omdat het eindigt met de bevrijding van Lisa en Anouk, de dood van Mick dorpje Appeltern dus.
Kreuger, en politieauto's die ze daarna in de verte horen aankomen.
Het boek heeft verder geen proloog of epiloog
perspectief / vertelsituatie Blauw Water
Perspectief/vertelsituatie
Het verhaal word verteld vanuit het perspectief van
Lisa en Senna. Je ziet de hele situatie vanuit hun
gezichtspunt, je kent hun gedachten en gevoelens.
Als voorbeeld een citaat uit het boek vanuit Lisa’s
perspectief: ‘Ze voelt dat Anouk zich een kwartslag
omdraait.’, en vanuit Senna’s perspectief: ‘In de verte
kun je de contouren van een huis onderscheiden.’
personages
- Lisa, je kent haar gevoelens en gedachten. Ze lijkt een onzekere vrouw. Ze probeert een menselijke kant bij
de gijzelnemer op te wekken door hem te vertellen over haar jeugd en haar scheiding. Ze had een vriend
Menno, die al getrouwd was, maar ze vertrouwde erop dat Menno bij haar zou komen. Ze is goedgelovig. Ze