Aantekeningen H8:
Verschil in exotherme en endotherme reacties benoemen.
Exotherm:
- “naar buiten gericht”
- ∆G < 0 (energie komt vrij)
- spontane reactie
- hoe negatiever ∆G, des te meer energie komt vrij
- proces vindt plaats zonder dat je energie moet toevoegen.
- “downhill” chemische reacties waar energie bij vrij komt.
- Soms langzaam, soms snel (explosie)
Endotherm
- “naar binnen gericht”
- ∆G > 0 (reactie absorbeert energie)
- niet spontane reactie
- proces vindt alleen plaats, wanneer er energie toegevoegd wordt.
Van belang voor het spontaan of niet-spontaan verlopen van een reactie:
- Enthalpie (H)
Energie opgeslagen in een molecuul: potentiele energie (Joule of calorie)
Als Hproduct < Hreactant (ΔH=negatief):
Het product heeft een lagere potentiele energie dan de reactant
Er komt energie vrij.
Verloopt meestal spontaan (exotherm)
Als Hproduct > Hreactant (ΔH=positief):
het product heeft een hogere potentiele energie dan de reactant.
Er moet energie toegevoegd worden.
Verloopt meestal niet spontaan (endotherm).
- Entropie (S)
Mate van chaos/ wanorde in een systeem. Hoe meer chaos, hoe hoger S
Vaste stoffen zijn geordender dan vloeistoffen en vloeistoffen zijn geordender dan gassen
Svaste stof < Svloeistof < Sgas
Entropie verandert bij faseverandering (water naar waterdamp: entropie verhoogt)
Hoe meer moleculen, hoe groter de wanorde (A + B C + D + E + F: Sproduct > Sreactant)
Om een reactie spontaan te laten verlopen, moet de entropie verhogen
- Vrije energie
energie die beschikbaar komt bij een chemische reactie, rekening houdend met Enthalpie &
Entropie
uitgedrukt als G (Gibbs free energy)
hiermee kan “werk” worden uitgevoerd
Verschil in exotherme en endotherme reacties benoemen.
Exotherm:
- “naar buiten gericht”
- ∆G < 0 (energie komt vrij)
- spontane reactie
- hoe negatiever ∆G, des te meer energie komt vrij
- proces vindt plaats zonder dat je energie moet toevoegen.
- “downhill” chemische reacties waar energie bij vrij komt.
- Soms langzaam, soms snel (explosie)
Endotherm
- “naar binnen gericht”
- ∆G > 0 (reactie absorbeert energie)
- niet spontane reactie
- proces vindt alleen plaats, wanneer er energie toegevoegd wordt.
Van belang voor het spontaan of niet-spontaan verlopen van een reactie:
- Enthalpie (H)
Energie opgeslagen in een molecuul: potentiele energie (Joule of calorie)
Als Hproduct < Hreactant (ΔH=negatief):
Het product heeft een lagere potentiele energie dan de reactant
Er komt energie vrij.
Verloopt meestal spontaan (exotherm)
Als Hproduct > Hreactant (ΔH=positief):
het product heeft een hogere potentiele energie dan de reactant.
Er moet energie toegevoegd worden.
Verloopt meestal niet spontaan (endotherm).
- Entropie (S)
Mate van chaos/ wanorde in een systeem. Hoe meer chaos, hoe hoger S
Vaste stoffen zijn geordender dan vloeistoffen en vloeistoffen zijn geordender dan gassen
Svaste stof < Svloeistof < Sgas
Entropie verandert bij faseverandering (water naar waterdamp: entropie verhoogt)
Hoe meer moleculen, hoe groter de wanorde (A + B C + D + E + F: Sproduct > Sreactant)
Om een reactie spontaan te laten verlopen, moet de entropie verhogen
- Vrije energie
energie die beschikbaar komt bij een chemische reactie, rekening houdend met Enthalpie &
Entropie
uitgedrukt als G (Gibbs free energy)
hiermee kan “werk” worden uitgevoerd