Ethiek = een moraalwetenschap van het juist handelen, houdt zich bezig met het juiste
handelen (vaak ten opzichte van medemensen, dieren en de natuur) kwesties wanneer er
geen wetgeving is die ergens handvaten voor biedt
Descriptieve ethiek = termen, richtlijnen van moraal zonder hierover een standpunt
in te nemen individuen kunnen deze zelf innemen door middel van handvaten
Prescriptieve ethiek = standpunten ingenomen door ethici waarin zij uitdragen wat
juist of onjuist is en waarom
Oorsprong:
Ethos = persoon die het verhaal vertelt
Pathos = het gevoel
Logos = logische argumenten feiten en data
Normen = richtlijnen hoe je sociaal gewenst met elkaar omgaat
Waarden = zaken die waardevol gevonden worden door iemand of een groep mensen
Niveaus van verantwoordelijkheid:
Persoonlijke normen
Organisatienormen
Beroepsnormen
Maatschappelijke normen
Als mediamaker heb je de verantwoordelijkheid om moreel te handelen en je bewust te zijn
van verschillende media-effecten deze kennis is nodig om verantwoord met media om te
kunnen gaan en als producent weloverwogen keuzes te maken
Voor mediamakers is er geen aparte vakgroep zoals voor medici (artsen/psychologen) dus
een journalist kan niet gedwongen worden om zich aan bepaalde ethische maatstaven te
houden om ethisch te handelen af te dwingen
Als je wilt bepalen of iets ethisch verantwoord is, kun je deze termen gebruiken:
1. Doel en middelen = welk doel wil je bereiken en welke middelen zet je hiervoor in
2. Keuzevrijheid
3. Verantwoordelijkheid = wie is er verantwoordelijk
4. Aanvaardbaarheid = bijvoorbeeld proefdieren -> wel of niet aanvaardbaar? Voor
make-up of voor een geneesmiddel voor een ziekte? wat vinden we wel en niet
aanvaardbaar
5. Universaliteit wat het ene volk normaal vindt hoeft het andere volk dat niet te
vinden
Moraal (zeden) = het geheel van handelingen en gedragingen die, in een maatschappelijke
context, als correct wenselijk worden gezien
Morele rechtvaardiging = iets fouts goed praten leugentje om best wil