100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - AFP Leerpakket 3

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
16
Geüpload op
14-06-2023
Geschreven in
2021/2022

Dit is een samenvatting van de belangrijke leerdoelen die in de les worden behandeld van het vak Anatomie, Fysiologie en Pathologie (AFP) Leerpakket 3 van de opleiding Verpleegkunde (HBO-V). In deze samenvatting wordt een uitleg gegeven over de belangrijke onderwerpen van het vak AFP, en de belangrijke aspecten van dit vak. De punten die worden behandeld zijn spijsverteringsstelsel, voedingsstoffen, hypoglycemie, hyperglycemie, ketoacidose, diabetes mellitus type 1 en 2, insuline, glucagon en somatostatine.

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 7
Geüpload op
14 juni 2023
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Leerpakket 3 Kerntaak 1 AFP
- Weet je welke zes voedingsstoffen het menselijk lichaam nodig heeft
Voedsel bestaat uit zes verschillende voedingsstoffen: suikers, vetten, eiwitten,
mineralen, vitaminen en water. Het lichaam gebruikt de voedingsstoffen als
brandstoffen, als bouwstoffen of als hulpstoffen ter ondersteuning van de
stofwisseling. Voedingsstoffen zijn opgebouwd uit organische en anorganische
moleculen. De term organisch gebruik je voor alle stoffen die gemaakt zijn in of door
levende organismen. Anorganische moleculen hebben hun oorsprong in de niet-
levende natuur.

Voedingsstoffen Functie(s) voor het lichaam
Koolhydraten (suikers) Brandstoffen; in mindere mate: bouwstoffen

Lipiden (vetten) Bouwstoffen en brandstoffen; isolatie,
oplosmiddel voor bepaalde vitaminen
Proteïnen (eiwitten) Bouwstoffen en hulpstoffen; in noodgevallen:
brandstoffen
Mineralen (zouten en sporenelementen) Bouwstoffen en hulpstoffen
Vitaminen Hulpstoffen
Water Oplosmiddel, transportmedium, warmtebuffer,
steunstof, vulmiddel

- Ken je de belangrijkste functies van deze voedingsstoffen voor het menselijk
lichaam
De zes voedingsstoffen waaruit voedsel bestaat, zijn: suikers, vetten, eiwitten,
mineralen, vitaminen en water.
o Koolhydraten (suikers)
Koolhydraten vormen gemiddeld genomen het grootste deel van voedsel. Ze
zijn de belangrijkste energieleveranciers van de cellen. Naast de functie van
brandstof worden koolhydraten ook gebruikt voor de aanmaak van belangrijke
organische verbindingen. Voorbeelden daarvan zijn DNA en RNA; in beide zit
het koolhydraat ribose ingebouwd. Koolhydraten bestaan uit ringvormige
moleculen. Elke ring heeft een koolstofketen van zes (C6) of vijf (C5)
koolstofatomen. De koolhydraten worden ingedeeld aan de hand van het
aantal moleculen waaruit ze bestaan. Er zijn drie groepen: monosachariden,
disachariden en polysachariden.

Monosachariden: bestaan uit één ringvormig molecuul. Drie typen
monosachariden hebben een C6-ring, namelijk glucose (druivensuiker),
fructose (vruchtensuiker) en galactose. Hoewel deze monosachariden
dezelfde molecuulformule hebben (C6 H12 O6), is hun ruimtelijke bouw
verschillend. Ribose is een monosacharide met een C6-ring. Monosachariden
zijn kleine moleculen die via de poriën in de celmembraan gemakkelijk de cel
in diffunderen. Alle koolhydraten in voedsel worden afgebroken tot
monosachariden. De brandstof voor de celstofwisseling bestaat hoofdzakelijk
uit glucose.

Disachariden: koolhydraten die uit twee monosachariden zijn opgebouwd.
Hun molecuulformule is C12 H22 O11. De drie meest voorkomende

, disachariden zijn maltose (glucose + glucose), lactose of melksuiker (glucose
+ galactose) en sacharose (glucose + fructose).

Polysachariden: koolhydraten die uit zeer tot veel monosachariden bestaan.
De molecuulformule is (C6 H10 O5)n. De ‘n’ geeft aan hoeveel
monosachariden erin zitten. Dat kunnen er meer dan 25.000 zijn. De
belangrijkste polysachariden in voedsel zijn zetmeel, glycogeen en cellulose.
Ze bestaan uitsluitend uit aan elkaar gekoppelde glucosemoleculen. Zetmeel
en cellulose zijn plantaardige polysachariden. Glycogeen is een dierlijke
polysacharide. Dit wordt in de lever en de skeletspieren gevormd en dient als
glucoseopslag. In het spijsverteringskanaal worden glycogeen en zetmeel
omgezet in glucose.

o Lipiden
Lipiden zijn vetten en vetachtige stoffen. Ze hebben als gemeenschappelijk
kenmerk dat ze niet in water oplosbaar zijn. Lipiden kunnen als brandstof
gebruikt worden; ze hebben een hoge energetische waarde van 39 kJ per
gram (9,3 kcal/g). In het lichaam dienen lipiden verder als energiereserve
(vetweefsel), als bouwstof (bijvoorbeeld in celmembranen), als oplosmiddel
voor bepaalde vitaminen en als elektrische isolatie rondom zenuwceluitlopers.
Op grond van de molecuulstructuur worden lipiden in drie groepen verdeeld:
triglyceriden, fosfolipiden en steroïden.

Triglyceriden: bestaan uit één molecuul glycerol en drie vetzuurmoleculen.
De bouw van de vetzuren bepaalt met welk vet je te maken hebt. Op grond
van een of meerdere dubbele bindingen in het vetzuurmolecuul worden
triglyceriden verdeeld in verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren.
 Verzadigde vetzuren: hebben de algemene molecuulformule
CnH2n+1COOH. Er is in verzadigde vetzuren een maximaal aantal H-
atomen gebonden. Voorbeelden van verzadigde vetzuren zijn
boterzuur, palmitinezuur en stearinezuur.
 Onverzadigde vetten: hierin zijn er minder H-atomen gebonden, omdat
er tussen een of enkele C-atomen een dubbele binding zit. Verzadigde
vetten zijn bij kamertemperatuur gestold. Onverzadigde vetten zijn
meestal vloeibaar; je noemt ze dan oliën. Dierlijke vetten bevatten veel
verzadigde vetzuren; plantaardige vetten zijn voor merendeel
onverzadigd.

Fosfolipiden: vetten waarbij aan het glycerol behalve de vetzuren ook een
fosfaatmolecuul vastzit. Aan de ene kant zitten vetzuren; deze kant is
hydrofoob (waterafstotend). Aan de andere kant zit een fosfaatmolecuul. De
fosfaatkant is hydrofiel (wateraantrekkend) en keert zich dus naar de kant
waar water is. Celmembranen bestaan uit een dubbele laag fosfolipiden.

Steroïden: vetachtige stoffen die in tegenstelling tot de andere twee soorten
lipiden een ringstructuur hebben. Een belangrijke steroïde is cholesterol. Deze
stof vormt een belangrijk bestanddeel van celmembranen. Sommige
hormonen zijn steroïden, zoals het mannelijk geslachtshormoon testosteron
en het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen.

o Eiwitten

, Proteïnen of eiwitten spelen een essentiële rol bij alle activiteiten en functies in
het lichaam. Ze moeten dagelijks in een voldoende hoeveelheid in voedsel
zitten, want je kunt geen reserve-eiwitten in je lichaam opslaan. Er bestaan
wel een miljoen eiwitten, die uitlopende functies hebben:
 Als bouwstof (structuureiwitten)
 Als enzymen
 Voor transport
 Voor de signaalwerking
 Voor de spierwerking
 Voor de afweer
 Voor de hormonale werking
 Voor de bloedstolling
 Voor de werking van het zenuwstelsel
 Eiwitten kunnen in noodgevallen als energiebron fungeren als er geen
glucose of vetten meer beschikbaar zijn

Eiwitten zijn ketens van aan elkaar gekoppelde aminozuren. Er bestaan twintig
verschillende aminozuren. Deze worden in eindeloze variaties aan elkaar
gekoppeld. De koppeling tussen twee aminozuren heet peptidebinding.
Eiwitten worden ingedeeld op basis van het aantal aminozuren waaruit ze
bestaan: dipeptiden (twee aan elkaar gekoppelde aminozuren), kleine
polypeptiden (eiwitten met minder dan duizend aminozuren) en grote
polypeptiden (eiwitten met duizend tot tienduizend aminozuren).

Je lichaam maakt eiwitten zelf. Van de twintig aminozuren die het lichaam
hiervoor nodig heeft, kan het lichaam er zelf twaalf maken. Je noemt deze de
niet-essentiële aminozuren. De overige acht aminozuren worden de essentiële
aminozuren genoemd.

o Mineralen
Mineralen vormen onmisbare anorganische bestanddelen van het voedsel. Tot
de mineralen behoren de zouten en de spoorelementen. Zouten zijn
verantwoordelijk voor de kristalloïd-osmotische druk van het bloed en het
weefselvocht. Opgelost in het bloed worden ze elektrolyten genoemd.
Belangrijke zouten zijn kalium, natrium, chloride, fosfor, calcium en
magnesium. Een aantal hiervan heeft ook bufferende eigenschappen en helpt
de pH-waarde constant te houden. Spoorelementen zijn chemische elementen
die meestal in veel kleinere hoeveelheden nodig zijn dan elektrolyten.
Voorbeelden zijn: ijzer (Fe), koper (Cu), aluminium (Al), zink (Zn), chroom (Cr),
mangaan (Mn), fluor (F) en jodium (I). de meeste spoorelementen zijn
metalen. Ze worden onder andere ingebouwd in hormonen, vitaminen en
enzymen.

o Vitaminen
Vitaminen zijn organische verbindingen die in vrij kleine hoeveelheden
onmisbaar zijn voor de enzymsystemen in de celstofwisseling. Het lichaam
kan de meeste vitaminen niet maken, met uitzondering van vitamine D en
vitamine K. Op grond van hun oplosbaarheid worden twee groepen vitaminen
onderscheiden: de in water oplosbare vitaminen en de in vet oplosbare
vitaminen.
€3,48
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jordansmjanse

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Samenvattingen Leerpakket 3 (KT1, KT2)
-
1 3 2023
€ 10,44 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jordansmjanse Avans Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
11
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
8
Documenten
15
Laatst verkocht
3 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen