ONTWIKKELING VAN FARMACA
Farmacologie = kennis van geneesmiddelen
Oorsprong:
Verleden
Vroeger werd alles uit de natuur gehaald
Extractie uit planten (vb. morfine papaver /// digitalisglycosiden vingerhoedskruid)
Extractie uit dierlijke organen (vb. insuline koeien, paarden, varkens)
Afgescheiden door schimmels (vb. penicilline Pencillium notatum)
Heden
Synthetisch design: nieuwe GM en structurele modificaties
Dierexperimenten
Toxiciteit
Werkingsmechanismen
Farmacokinetische aspecten (ADME)
Humaan farmacologisch onderzoek
Fase 1: lage dosis aan gezonde vrijwilligers
Fase 2: therapeutische werkzaamheid in vergelijking met placebo
Blinde en dubbel blinde studies
Blind = studie waarbij de PT niet weet wat hij/zij gaat krijgen (placebo of medicijn)
Dubbel blind = zowel PT als toediener weten niet wat ze krijgen of geven
Fase 3: grote schaal – statistische analyse
(Fase 4: opvolging nevenwerking)
SOORTEN FORMULERINGEN
Vaste formuleringen Formulering = vorm waarin het
GM aan de PT wordt gegeven
Tabletten, gelules en suppositoria
Halfvaste formuleringen
Zalven, crèmes en gelen
Verschil?
Zalf is altijd met een vette basis
Gel is altijd wateroplosbaar
Crèmes = emulsie 2 soorten:
O/W-crème (kleine bolletjes olie in water)
W/O-crème (kleine bolletjes water in olie)
Crème is het meest courant
Vloeibare formuleringen
Oplossingen, siropen, emulsies en suspensies
Siropen bevatten vaak heel veel suiker (om de slechte smaak te maskeren of ze
aantrekkelijker te maken voor kinderen)
Suspensie = verdeling v/e vaste stof i/e oplosmiddel
Vb. Insuline (altijd subcutaan)
Mag nooit IV ingespoten worden vaste deeltjes kunnen haarvaten verstoppen