7.1 pH
○ De maag maakt maagsap aan om voedsel te verteren. (pH 1-2,5)
○ Maagsap wordt minder duur bij het toevoegen van een basische oplossing
○ Je kunt op verschillende manieren de pH van een oplossing bepalen
○ met zuur-base-indicatoren
■ een gekleurde oplossing die bij een bepaalde pH van kleur verandert
● de pH-grenzen waartussen de kleur verandert is het
omslagtraject, dan heeft de indicator een mengkleur (bij blauw
en geel is dat groen)
● Binas 52A
○ met pH-papier
■ papier dat gedrenkt is in een oplossing van verschillende indicatoren
■ minder nauwkeurig
○ met een pH-meter
■ tot op twee decimalen nauwkeurig
7.2 Zuren en zure oplossingen
○ Eigenschappen van een zure oplossing
○ ze hebben een pH kleiner dan 7
○ ze kleuren rodekoolsap rood
○ ze geleiden de stroom
○ ze reageren met magnesium waarbij waterstof ontstaat
○ Zuren geleiden stroom → in een zure oplossing komen vrije ionen voor
○ Magnesium verdwijnt en waterstof ontstaat → in de ontstane oplossing komen
Mg2+(aq) ionen voor
○ De (onvolledige) reactievergelijking is als volgt.
○ Mg (s) + … (aq) → Mg2+(aq) + H2 (s)
… (aq) → een zuur
○ Een deeltje dat een H+ ion kan afstaan noem je een zuur. Wat er na afsplitsing van
het H+ ion van een zuur overblijft, wordt zuurrest-ion genoemd.
○ Maagsap → H+ (aq) + Cl- (aq)
○ Bij het oplossen van HCl(g) in water ontstaan H+(aq) en Cl-(aq). Dan wordt de
atoombinding tussen het H atoom en het Cl atoom verbroken.
○ De H+ ionen en Cl− ionen worden vervolgens gehydrateerd: er ontstaan bindingen
tussen elk ion en een aantal watermoleculen.
○ Een H+ ion is een proton. Als zo’n proton tussen watermoleculen komt, wordt het
proton door de negatieve kant van de water dipool aangetrokken. H + H2O. Daardoor
ontstaat een nieuw deeltje: H3O+. Dit ion heet het oxoniumion.
○ De maag maakt maagsap aan om voedsel te verteren. (pH 1-2,5)
○ Maagsap wordt minder duur bij het toevoegen van een basische oplossing
○ Je kunt op verschillende manieren de pH van een oplossing bepalen
○ met zuur-base-indicatoren
■ een gekleurde oplossing die bij een bepaalde pH van kleur verandert
● de pH-grenzen waartussen de kleur verandert is het
omslagtraject, dan heeft de indicator een mengkleur (bij blauw
en geel is dat groen)
● Binas 52A
○ met pH-papier
■ papier dat gedrenkt is in een oplossing van verschillende indicatoren
■ minder nauwkeurig
○ met een pH-meter
■ tot op twee decimalen nauwkeurig
7.2 Zuren en zure oplossingen
○ Eigenschappen van een zure oplossing
○ ze hebben een pH kleiner dan 7
○ ze kleuren rodekoolsap rood
○ ze geleiden de stroom
○ ze reageren met magnesium waarbij waterstof ontstaat
○ Zuren geleiden stroom → in een zure oplossing komen vrije ionen voor
○ Magnesium verdwijnt en waterstof ontstaat → in de ontstane oplossing komen
Mg2+(aq) ionen voor
○ De (onvolledige) reactievergelijking is als volgt.
○ Mg (s) + … (aq) → Mg2+(aq) + H2 (s)
… (aq) → een zuur
○ Een deeltje dat een H+ ion kan afstaan noem je een zuur. Wat er na afsplitsing van
het H+ ion van een zuur overblijft, wordt zuurrest-ion genoemd.
○ Maagsap → H+ (aq) + Cl- (aq)
○ Bij het oplossen van HCl(g) in water ontstaan H+(aq) en Cl-(aq). Dan wordt de
atoombinding tussen het H atoom en het Cl atoom verbroken.
○ De H+ ionen en Cl− ionen worden vervolgens gehydrateerd: er ontstaan bindingen
tussen elk ion en een aantal watermoleculen.
○ Een H+ ion is een proton. Als zo’n proton tussen watermoleculen komt, wordt het
proton door de negatieve kant van de water dipool aangetrokken. H + H2O. Daardoor
ontstaat een nieuw deeltje: H3O+. Dit ion heet het oxoniumion.