TSE1 Scheikunde
Hoofdstuk 4
1)
Octetregel: atomen streven naar 8 elektronen in de buitenste schil
Om aan de octetregel te voldoen staan atomen elektronen af of nemen ze elektronen op
Tussen de ionen ontstaan en ionbinding – een ionrooster wordt gevormd
Ionbinding sterker dan vanderwaalsbinding en waterstofbrug
Metaalionen: positieve ionen in het zout
+ion achter de naam
Enkelvoudige ionen: ionen bestaand uit 1 ion
Samengestelde ionen: ionen bestaand uit 2 of meer atoomsoorten
Niet-metaalionen: negatieve ionen in het zout – komen ook voor in moleculaire stof
+ide achter de naam
De verhoudingsformule van een zout moet neutraal zijn.
2)
Watermoleculen: dipoolmoleculen: waterstofatomen kleine positieve lading en
zuurstofatomen kleine negatieve lading
Ion-dipoolbinding: binding tussen ionen en dipoolmoleculen.
Hydratatie: het ion wordt omringd door watermoleculen
Als de ionbindingen te sterk zijn lukt het de watermoleculen niet de ionen los te krijgen: het
ion is slecht oplosbaar in water (binas 45)
Oplosvergelijking & indampvergelijking (water komt niet voor)
Verzadigd: maximale hoeveelheid stof is opgelost
“r” binas tabel 45: stof reageert met water – reactievergelijking waarin water wel voorkomt
3)
Zouthydraten: zouten die water hebben opgenomen
Kristalwater: water dat is gebonden in het rooster
+hydraat achter de naam
Calciumsulfaatdihydraat: CaSO4 • 2H2O
Verwijderen kristalwater endotherm proces (door verwarmen)
Opnemen kristalwater exotherm proces
Wit kopersulfaat kleur blauw door het opnemen van water
Hydraat kan door het lagere smeltpunt en vele energie die nodig is het te smelten werken als
isolatiemateriaal
, Hoofdstuk 5
1)
Neerslag: de gevormde vaste stof die ontstaat als je twee vloeistoffen samenvoegt. Dit
gebeurt in een neerslagreactie (Binas 45) en je weergeeft het in een neerslagvergelijking. In
een neerslagvergelijking noteer je alleen die ionen die met elkaar reageren.
Slecht en matigoplosbare zouten lossen nooit helemaal op.
Chemisch evenwicht: dynamisch evenwicht: concentratie stoffen constant – omkeerbare
reacties
heterogeen evenwicht: deelnemende stoffen bevinden zich niet in dezelfde toestand
Homogeen evenwicht: deelnemende stoffen bevinden zich wel in dezelfde toestand
2)
Belangrijke toepassingen neerslagreactie:
- ionsoort verwijderen uit oplossing
- zout maken
- ionsoort aantonen in een oplossing
Natrium- en kaliumzouten en nitraten altijd goed oplosbaar in water
3)
Coëfficiëntverhouding altijd gelijk aan molverhouding.
Stoichiometrische verhouding: verhouding waarin beginstoffen reageren en reactieproducten
ontstaan
Hoofdstuk 4
1)
Octetregel: atomen streven naar 8 elektronen in de buitenste schil
Om aan de octetregel te voldoen staan atomen elektronen af of nemen ze elektronen op
Tussen de ionen ontstaan en ionbinding – een ionrooster wordt gevormd
Ionbinding sterker dan vanderwaalsbinding en waterstofbrug
Metaalionen: positieve ionen in het zout
+ion achter de naam
Enkelvoudige ionen: ionen bestaand uit 1 ion
Samengestelde ionen: ionen bestaand uit 2 of meer atoomsoorten
Niet-metaalionen: negatieve ionen in het zout – komen ook voor in moleculaire stof
+ide achter de naam
De verhoudingsformule van een zout moet neutraal zijn.
2)
Watermoleculen: dipoolmoleculen: waterstofatomen kleine positieve lading en
zuurstofatomen kleine negatieve lading
Ion-dipoolbinding: binding tussen ionen en dipoolmoleculen.
Hydratatie: het ion wordt omringd door watermoleculen
Als de ionbindingen te sterk zijn lukt het de watermoleculen niet de ionen los te krijgen: het
ion is slecht oplosbaar in water (binas 45)
Oplosvergelijking & indampvergelijking (water komt niet voor)
Verzadigd: maximale hoeveelheid stof is opgelost
“r” binas tabel 45: stof reageert met water – reactievergelijking waarin water wel voorkomt
3)
Zouthydraten: zouten die water hebben opgenomen
Kristalwater: water dat is gebonden in het rooster
+hydraat achter de naam
Calciumsulfaatdihydraat: CaSO4 • 2H2O
Verwijderen kristalwater endotherm proces (door verwarmen)
Opnemen kristalwater exotherm proces
Wit kopersulfaat kleur blauw door het opnemen van water
Hydraat kan door het lagere smeltpunt en vele energie die nodig is het te smelten werken als
isolatiemateriaal
, Hoofdstuk 5
1)
Neerslag: de gevormde vaste stof die ontstaat als je twee vloeistoffen samenvoegt. Dit
gebeurt in een neerslagreactie (Binas 45) en je weergeeft het in een neerslagvergelijking. In
een neerslagvergelijking noteer je alleen die ionen die met elkaar reageren.
Slecht en matigoplosbare zouten lossen nooit helemaal op.
Chemisch evenwicht: dynamisch evenwicht: concentratie stoffen constant – omkeerbare
reacties
heterogeen evenwicht: deelnemende stoffen bevinden zich niet in dezelfde toestand
Homogeen evenwicht: deelnemende stoffen bevinden zich wel in dezelfde toestand
2)
Belangrijke toepassingen neerslagreactie:
- ionsoort verwijderen uit oplossing
- zout maken
- ionsoort aantonen in een oplossing
Natrium- en kaliumzouten en nitraten altijd goed oplosbaar in water
3)
Coëfficiëntverhouding altijd gelijk aan molverhouding.
Stoichiometrische verhouding: verhouding waarin beginstoffen reageren en reactieproducten
ontstaan