INHOUD
deel 1: de ontwikkeling van het kind..................................................................................2
hoofdstuk 1: een inleiding in de ontwikkeling van het kind.............................................2
hoofdstuk 2: theoretische perspectieven en onderzoek..................................................5
hoofdstuk 3: het begin van het leven............................................................................13
deel 2: de babytijd............................................................................................................ 20
hoofdstuk 4: de geboorte en het pasgeboren kind........................................................20
hoofdstuk 5: fysieke ontwikkeling..................................................................................23
hoofdstuk 6: cognitieve ontwikkeling.............................................................................26
hoofdstuk 7: sociale en persoonlijkheidsontwikkeling....................................................35
deel 3: peuter- en kleutertijd............................................................................................ 44
hoofdstuk 8: fysieke ontwikkeling..................................................................................44
hoofdstuk 9: cognitieve ontwikkeling.............................................................................52
hoofdstuk 10: sociale en persoonlijkheidsontwikkeling..................................................57
deel 4: de schooltijd.......................................................................................................... 67
hoofdstuk 11: fysieke ontwikkeling................................................................................67
hoofdstuk 12: cognitieve ontwikkeling...........................................................................67
hoofdstuk 13: sociale en persoonlijkheidsontwikkeling..................................................74
deel 5: de adolescentie..................................................................................................... 77
hoofdstuk 14: fysieke ontwikkeling................................................................................77
hoofdstuk 15: cognitieve ontwikkeling in de adolescentie.............................................80
hoofdstuk 16: sociale en persoonlijkheidsontwikkeling..................................................85
deel 6: de volwassenheid.................................................................................................. 92
hoofdstuk 1: fysieke ontwikkeling..................................................................................92
hoofdstuk 2: cognitieve ontwikkeling.............................................................................93
hoofdstuk 3: sociale en persoonlijkheidsontwikkeling....................................................93
deel 7: de oudere volwassenheid of de ouderdom..........................................................100
hoofdstuk 1: beeldvorming over ouderen....................................................................100
hoofdstuk 2: fysieke ontwikkeling................................................................................100
hoofdstuk 3: cognitieve ontwikkeling...........................................................................101
hoofdstuk 4: sociale en persoonlijkheidsontwikkeling..................................................102
1
,DEEL 1: DE ONTWIKKELING VAN HET KIND.
HOOFDSTUK 1: EEN INLEIDING IN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND.
1.1 EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE.
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE: wetenschappelijke studie naar patronen van groei,
verandering en stabiliteit van conceptie tot de ouderdom, maar met een accent op de
jaren tot de volwassenheid, waarin veranderingen elkaar het snelst opvolgen =
levenslooppsychologie.
Ontwikkeling = genese, ontvouwen.
Lichamelijke groei en veranderingen in de psyche van individuele personen
die worden beïnvloed door de ontwikkeling van de samenleving.
Continue proces in de tijd.
Niet omkeerbaar.
Globaal naar gedifferentieerd.
Aanverwante begrippen :
Groei: grotendeels genetisch bepaald.
Rijping: biologisch gegecen, geen invloed van omgeving.
bv. zindelijkheidstraining kan pas beginnen als de rijping van de sluitspieren
voltooid is.
Leren: heeft de omgeving een grote invloed op de ontwikkeling van een
persoon.
1.1.1 DE RIJKWIJDTE VAN HET VAKGEBIED.
THEMATISCHE GEBIEDEN:
Fysieke ontwikkeling: studie naar de invloed van het lichaam op het gedrag.
bv. effecten van het seksuele rijpingsproces tijdens de adolescentie op gedrag.
Cognitieve ontwikkeling: studie naar de invloed van groei en verandering in
intellectuele vermogens op het gedrag.
bv. kinderen gaan op een gegeven moment objectpermanentie verwerven. Kinderen gaan
eerst denken dat als men een object niet meer ziet het niet meer bestaat, maar daarna
weten ze dat het voorwerp blijft bestaan, ook al is het niet zichtbaar.
Sociale ontwikkeling: studie van interacties van mensen en hoe hun sociale
relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.
bv. evolutie van vriendschappen in de kindertijd.
Persoonlijkheidsontwikkeling: studie naar stabiliteit en veranderingen in
eigenschappen die personen van elkaar onderscheiden.
bv. bezit een mens gedurende zijn leven stabiele karaktereigenschappen?
2
, LEEFTIJDSGROEPEN EN INDIVIDUELE VERSCHILLEN:
Prenatale periode Conceptie tot
geboorte
Babytijd 0 – 1 jaar
Peutertijd 1 – 3 jaar
Kleutertijd 3 – 6 jaar
Lagere schooltijd 6 – 12 jaar
Adolescentie 12 – 20 jaar
Volwassenheid 20 – 60 jaar
Oudere > 60 jaar
volwassenheid/
ouderdom
Soms duidelijke grenzen, soms artificieel.
Grote individuele verschillen.
Ontwikkelingspsychologie: gemiddelden.
Ontwikkelingspsychologie: algemene veranderingen en gedragsreorganisaties
die iedereen doormaakt bij het ouder worden.
Ontwikkeling als normatief gegeven.
Ook aandacht voor individuele ontwikkeling: individuele variatie rond het
normatieve verloop van de ontwikkeling.
Naarmate het kind ouder wordt, wordt de variatie groter.
Grotere impact omgevingsinvloeden.
Verruiming sociaal netwerk.
Normatieve gebeurtenissen.
Cohorten: een groep mensen die rond dezelfde tijd op de dezelfde
plaats zijn geboren leden van dezelfde cohort delen aantal
omgevingsfactoren.
bv. economische toestand, epidemieën, oorlogen, …
1.1.2 DE INVLOED VAN DE COHORTEN OP DE ONTWIKKELING.
Ontwikkeling van mensen wordt bepaald door:
NORMATIEVE GEBEURTENISSEN: gebeurtenissen die zich voor de meeste
individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.
Normatieve historische invloeden: ook wel cohorteffecten genoemd.
Biologische invloeden en omgevingsinvloeden die verbonden zijn aan een
specifiek historisch moment.
bv. Corona, 9/11, atoombom, rampen, oorlogen, …
Leeftijdsgebonden invloeden: biologische en omgevingsinvloeden gelijk
voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht waar of wanneer ze
geboren zijn.
bv. menopauze, start schoolcarrière, puberteit bereiken, …
Normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden: invloeden die
leiden tot conformiteit, omdat mensen de gevolgen van afwijkend gedrag
3