Voorbereidingsopdracht(en)
Bestudeer vooraf: Mondziekten kaak- en aangezichtschirurgie. J.A. Baart; I. van der Waal. Bohn Stafleu van
Loghum, 2009. Hoofdstukken 1 en 4.
Hoofdstuk 1: De plaats van de mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie in de tandheelkunde
1956: Mondziekten en Kaakchirurgie in NL erkend als officieel tandheelkundig specialisme. In bijna alle andere
landen wereldwijd is sprake van een dergelijk erkend specialisme. Internationaal is er een sterke tendens om als
vooropleiding voor het specialisme tandarts- + artsdiploma verplicht te stellen. NL: deze verplichting óók van
toepassing. Bij inschrijving in het specialistenregister dient men naast een afgeronde 4-jarige specialistenopleiding
ook over het tandarts- en artsdiploma te beschikken. Het specialistenregister valt onder de Nederlandse
Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. 2006 naam beroepsvereniging kaakchirurgen naam gewijzigd
naar ‘Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en aangezichtschirurgie’ specialisme wordt alsnog
aangeduid met ‘Mondziekten en Kaakchirurgie’.
Werkterrein kaakchirurgie: het gebit + omgevende structuren van benigne en weke delen. Diagnostische kennis +
chirurgische vaardigheden variëren:
- verwijderen moeilijk gelegen verstandskiezen
- diagnosticeren + behandelen van gezwellen in/rond de mondholte
- behandeling fracturen van boven- en onderkaak en het aangezicht
- behandeling aangeboren en verworven misvormingen in/rond het gelaat.
Kaakchirurgische praktijken zijn merendeels in het ziekenhuis gevestigd. Bij klinische werkzaamheden is sprake van
nauwe samenwerking met specialisten van andere disciplines, o.a. keel-neus-oorheelkunde, plastische chirurgie,
neurochirurgie, traumatologie en oogheelkunde.
1.2 Relatie kaakchirurg en tandarts
Bezoek aan kaakchirurgie (= 2e lijn van gezondheidszorg): alleen mogelijk op verwijzing vanuit de 1e lijn (huisarts +
tandarts), tenzij: vanuit de 2e lijn door een andere specialist.
Dit voorkomt dat patiënten onnodig in de 2e, kostbaardere, lijn worden behandeld.
Geen wettelijke beperkingen aan diagnostische + chirurgische werkzaamheden van tandarts-algemeen practicus
het staat dus niet vast welke handelingen door een tandarts mogen worden uitgevoerd en welke aan de
kaakchirurg moeten worden overgelaten.
Het wel/niet bekwaam zijn om een bepaalde chirurgische ingreep uit te voeren vaak bepalend voor de vraag of
men als tandarts-algemeen practicus een beroep zal doen op de kaakchirurg.
Kaakchirurg kan een beroep doen op de tandarts-algemeen practicus voor nazorg van een kaakchirurgische ingreep
(bv. Hechtingen verwijderen).
1.3 Relatie kaakchirurg en orthodontist
Bv. Chirurgisch vrijleggen hoog in bovenkaak gelegen hoektand. Beslissing om de hoektand operatief vrij te leggen
+ met orthodontische apparatuur in de tandboog te positioneren op grond van overleg tussen tandarts,
orthodontist en kaakchirurg.
Kaakchirurgen en orthodontisten werken nauw samen bij chirurgische kaakorthopedie (‘osteotomieën’).
1.4 Relatie kaakchirurg en huisarts/medisch specialist
Huisartsen regelmatig geconfronteerd met patiënten met aandoeningen in/rond de mond.
- Bij direct herkenbare dentogene afwijkingen verwijzing naar de tandarts/soms kaakchirurg.
- Niet direct dentogeen veroorzaakte afwijkingen verwijzing naar kaakchirug / keel-, neus- en oorarts
(afhankelijk van voorlopig gestelde diagnose)
In opleiding tot arts/huisarts weinig onderwijs op het vakgebied van kaakchirurgen. Er zijn wél goede
nascholingsprogramma’s, waardoor huisartsen veelal in staat zijn om afwijkingen in/rond mond te kunnen
diagnosticeren en soms zelfs te kunnen behandelen.
1.5 Deelgebieden binnen de kaakchirurgie
Binnen kaakchirurgie diverse deelgebieden die aanvullende kennis + vaardigheden vereisen.