Ondernemingsrecht
Tentamenperiode 2
H1, H2, H4, H5 en H7 (Mondeling)
Bram Witjes – 567961
BMN-C01
C-Cluster – Periode 2
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Bedrijfskunde MER
Schooljaar 2016- 2017
,Bram Witjes – BMN-C01
Samenvatting Ondernemingsrecht H1, H2, H4, H5 en H7
C-Cluster – Periode 2
Inhoudsopgave Ondernemingsrecht
HOOFDSTUK 1 – ONDERNEMINGSRECHT EN BEDRIJFSKUNDIGE ASPECTEN ................. 3
HOOFDSTUK 2 – ONDERNEMINGSRECHT................................................................................. 6
2.4 Financiële verslaggeving ................................................................................................... 6
2.5 De ondernemingsraad ........................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 4 – VERENIGING, COÖPERATIE, ONDERLINGE
WAARBORGMAATSCHAPPIJ EN STICHTING .......................................................................... 10
HOOFDSTUK 5 – NAAMLOZE EN BESLOTEN VENNOOTSCHAP .......................................... 15
HOOFDSTUK 7 – INNOVATIE EN SAMENWERKING ............................................................... 20
7.2 Fusie ................................................................................................................................... 20
7.3 Concernrecht ..................................................................................................................... 21
7.4 Internationalisering ........................................................................................................... 22
2
,Bram Witjes – BMN-C01
Samenvatting Ondernemingsrecht H1, H2, H4, H5 en H7
C-Cluster – Periode 2
Hoofdstuk 1 – Ondernemingsrecht en bedrijfskundige aspecten
Het ondernemingsrecht geeft organisaties een juridische structuur (taken en
bevoegdheden).
Bedrijfskunde houdt zich bezig met de (interne) organisatie en de (externe)
marktomgeving van organisaties.
Je kan een organisatie indelen door:
De benadering van de drie P’s: people, planet en profit
Grootbedrijf en middel- en kleinbedrijf
Profit en non-profitorganisatie
Actief in de publieke of private sector
Een organisatie wordt beïnvloed door diverse omgevingsfactoren. Dit wordt duidelijk
gemaakt door het DESTEP-model. Dit model beschrijft de macro-omgeving.
3
,Bram Witjes – BMN-C01
Samenvatting Ondernemingsrecht H1, H2, H4, H5 en H7
C-Cluster – Periode 2
Rechtsgebieden die van invloed zijn op een organisatie:
Interne sturing:
Strategisch Missie en visie van de organisatie (doelstellingen).
Tactisch Op welke manier, met welke middelen, worden de
langetermijndoelen gerealiseerd?
Operationeel Uitvoering van de werkzaamheden om de doelen te realiseren.
Strategisch management Heeft betrekking op de vraag hoe een organisatie
bepaalde doelen kan bereiken.
Richt zich op ‘waarheen’.
Tactisch management Het inrichten van de organisatie, waarbij het gaat in de
eerste plaats om de tactische of meerjarenplanning.
Richt zich op ‘hoe’.
Operationeel management Het beleid wordt hier feitelijk uitgevoerd, binnen de
kaders die het tactisch management heeft gesteld, met een tijdsplanning van één jaar.
4
, Bram Witjes – BMN-C01
Samenvatting Ondernemingsrecht H1, H2, H4, H5 en H7
C-Cluster – Periode 2
SWOT-analyse Wordt gebruikt om de strategie en de concurrentiekracht van een
organisatie te bepalen.
Strategie Het formuleren van een richting voor de toekomst van de organisatie voor
een langere termijn.
Tactische laag De manier waarop deze langetermijnvisie gerealiseerd zal
worden.
Operationele laag Realisering van de langetermijndoelen.
Na het gebruik van meerdere strategiemodellen (DESTEP, SWOT etc.), ga je kijken of
je een strategisch plan kan opstellen. Deze wordt getoetst op feasibility.
In het Nederlands: mogelijkheid.
Factoren die bij feasibility passen zijn uit het FOETSJE-model.
F: Financieel haalbaar
O: Organisatorisch haalbaar
E: Economisch haalbaar
T: Technologisch haalbaar
S: Sociaal haalbaar
J: Juridisch haalbaar
E: Ethisch haalbaar
Aan de hand van dit FOETSJE-model vindt de formulering van het definitieve
strategische plan plaats.
Compliance Werkt een organisatie conform de geldende wet- en regelgeving?
Het nakomen van juridische normen.
Naleven van de wet- en regelgeving (law) en van regels en normen die een sector of
organisatie zelf heeft opgesteld (self regulation).
Bedrijfsethiek Gaat over de normen en waarden van een organisatie.
Bedrijfsethische principes zijn vaak vastgelegd in gedragscodes en/of voorschriften.
5