1 INLEIDING
1.1 7 STELLINGEN – OBSERVATIES
1. politieke communicatie raakt de kern van politieke wetenschappen door democratie:
er zijn geen democratieën waar er geen persvrijheid is → persvrijheid is de kern van
democratie en dus ook de kern van politiek
2. Ongenoegen over media is van alle tijden:
meer en meer vinden velen dat de kwaliteit van de media achteruit aan het gaan is –
wetenschappelijk debat tussen media pessimisten en optimisten
3. objectief nieuws bestaat niet:
een journalist doet altijd onbewust aan framing en kijkt door een gekleurde bril naar de
zaken – wat meer haalbaar is, is onpartijdig nieuws
4. de politieke macht van de media wordt overschat:
we moeten van een media-almacht denken naar een voorwaardelijkheid denken
overschakelen - wanneer hebben media een grote invloed op de media en wanneer niet
5. media-invloed is een empirische vraag:
wetenschappelijk debat tussen minimal hypothesis en powerful mass media –
uitdagingen:
A) alomtegenwoordigheid van (nieuwe) media
B) mediatisering (politiek past zich aan)
6. politieke communicate is systeemgevoelig:
bv in de US is er enorm veel wantrouwen in de media & unifs
7. nieuwe media is niet het einde van de klassieke media maar hybriditeit
1.2 FOUNDING FATHERS
a) Walter Lippmann
1922: Public opinion
« The world outside and the pictures in our heads »
b) Harold Lasswell (1948) Communicatiemodel: who says what in which channel to whom
with what effect?
c) Paul Lazersfeld (1945)
The people’s choice (Eric County: eerste media-verkiezingsstudie)
d) McQuail & Trenaman (1961): television and the public image
,1.2.1 THEORIEËN
1. Normatieve theorieën over (democratische) rol media
2. Theorieën over nieuwsproductie
3. Media-effect-theorieën
4. Informatieverwerking
5. Mediatisering van de politiek
6. Politieke agenda-setting
1.3 METHODEN IN POL COMM
kwantitatief (inhoudsanalyse, surveyonderzoek of experiment)
vs kwalitatief (diepte-interviews, focusgroepen, participerende observatie/etnografie)
2 LES 2 – POLITIEK NIEUWS
2.1 GESCHIEDENIS VAN POLITIEK NIEUWS: VAN PARTIJ(DIGE) LOGICA NAAR
MEDIALOGICA?
2.1.1 MEDIATISERING
2.1.1.1 EERSTE FASE VAN MEDIATISERING
• Is in België (Vlaanderen) aan de eerste fase voldaan?
o Aanbodzijde: stijging hoeveelheid nieuws & duiding
o Vraagzijde: burgers leren vooral over politiek via massamedia
o Media-effecten op burgers (volgende les)
• → Ja!
,2.1.1.2 TWEEDE FASE VAN MEDIATISERING
• Van politieke logica...
= partijdige logica (geschiedenis kranten)
= partijlogica (geschiedenis omroep)
• ... naar medialogica.
→ verschil partijdige & partij logica??
2.1.1.2.1 KRANTEN: PARTIJDIGE LOGICA
• Naoorlogse periode (1945): verzuild krantenlandschap
• zeer geleidelijke ontzuiling
o politieke voorkeur (uitgesproken – subtiel – geen)
o gewone en -verkiezingsberichtgeving
o financiële banden
o dubbelfuncties
→ ‘Traag’ Vlaanderen?
• De standaard was geen partijkrant maar een onafhankelijke opiniekrant met een
duidekijke vlaams en christelijke visie
• kranten gaven ook duidelijk stemadvies
• kleurlozen: journalisten die niet tot een bepaalde strekking willen berhoren (Buyle was
een kritische journalist die werd ontslagen want dat wilden ze toen niet in ‘80)
2.1.1.2.2 OMROEP: PARTIJLOGICA
• 1945: Regeringsinvloed
o Staatsomroep, ‘conflictvermijdend’
o Journalisten hebben kleur, maar mogen die niet tonen
o Quasi géén verkiezingsberichtgeving
• 1960/1973: Partijcontrole
o Cultuurpact: samenstelling volgens uitslag verkiezingen
o Delicaat politiek evenwicht
o Journalisten zo neutraal mogelijk
o Debatprogramma’s: spreekbuizen voor partijen
• 1989: Commerciële omroep VTM
o Succes
o Verkiezingsnieuws, talkshows, spelprogramma’s
, • 1995: Politiek zet stap terug en openbare omroep wordt ook meer resultaatgericht
• 2010: Terug iets meer politieke controle?
• Regeerakkoord 2019: ‘de hoogste standaarden van neutraliteit’ behalen ‘in alle
programma’s’. ‘een gedegen interne en externe kwaliteitscontrole en rapportering
ontwikkeld worden’
2.1.1.2.3 MEDIALOGICA
• (1) praktische/organisatorische logica + (2) publieksgerichte logica
• David Altheide & Robert Snow 1979
o Selectie/presentatie van informatie: “Content is either
o created by the media or tailored to fit media format”
o Media format: “What is on the news depends on what can be shown”
o Storytelling techniques, news values
2.2 WAT WORDT POLITIEK NIEUWS? (JOURNALISTIEK OOGPUNT)
2.2.1 GATEKEEPING
• Niet al wat gebeurt, is nieuws
• media moeten een selectie maken uit alle gebeurtenissen en mogelijke nieuwsfeiten
• MAAR de selectie van het nieuws is niet neutraal want
o heel groot aanbod dus grote selectie
o snelheid
o gebrek aan ‘juiste’ werkelijkheid
• medialogic: niet per se iets tonen omdat het belangrijk is, maar omdat men weet dat het
gaat aanslaan (bv. geboorte van panda want schattig)