Hoe kunnen populaties zo groot worden:
Door de kleine grootte en snelle reproductie.
Doordat de populaties zo groot zijn, zorgen mutaties voor meer genetische variatie.
Door de diverse adaptaties kunnen ze veel omgevingen leven.
Snelle evolutie zorgt voor nieuwe structuren en aanpassingen.
De celwand:
Deze bestaan uit peptidoglycan.
Gram-positief: de celwand is een dikke wand van peptioglycan.
Gram-negatief: de celwand is een dunne laag van peptidoglycan waarop een laag
lipopolysachariden zit. Deze buitenste laag is vaak toxisch en dus meer ziekmakend. Ze
hebben dit als bescherming waardoor ze dus meer resistent zijn.
Hieromheen zit nog het kapsel: een dikke laag polysachariden of eiwitten.
o Hierdoor blijven ze bij hun substraat of bij andere individuen in een kolonie.
o Helpt tegen uitdroging.
o Bescherming tegen cellen van de gastheer.
Endospore: Een structuur binnen de cel waar een gekopieerd genoom in ligt, omringd door
verschillende lagen voor bescherming.
Flagella: Voortbeweging naar voedsel en van toxische stoffen.
Genetische diversiteit: Door de snelle reproductie kunnen de mutaties gezien worden als genetische
diversiteit. Ook door de korte levenstijd van een bacterie zullen die vele mutaties dus zorgen voor
snelle evolutie.
Genetische recombinatie:
Transformatie: hier wordt DNA genomen van de omgeving en wordt dit vervangen voor het
vorige DNA van dat gen.
Transductie: Hierbij infecteert een faag een bacterie. De bacterie maakt kopieën van het
DNA van de faag. Dit kan fout gaan waardoor er ook een faag ontstaat met DNA van de host.
Conjugatie: Er ontstaat een pilus (doorgangsbuis) waar een streng van bijv. het plasmide
doorheen kan. In beide cellen zit nu een enkele streng, deze kan worden gesynthetiseerd in
beide cellen waardoor ze beide een dubbele plasmide bevatten.
Energiebron Carbonbron
Fotoautotroof Licht Anorganische moleculen
Chemoautotroof Anorganische chemicals Anorganische moleculen
Fotoheterotroof Licht Organische moleculen
Chemoheterotroof Anorganische chemicals Organische moleculen
Stikstof fixation: hierbij wordt stikstof (N 2) omgezet in ammonia (NH3).
Archea: eerste afstammelingen waren: extreme halophilen (extreem zoute omgeving) en
thermophilen (extreem hoge temperatuur)