De reader
hoofdstuk 3 – Reputatiemanagement
Reputatiemanagement: het doelgericht en systematisch werken aan de goede naam en faam, de
bekendheid en waardering, van een organisatie bij al haar stakeholders.
perceptie is werkelijkheid – de reputatie zien bestuurders van bedrijven als succes.
reputatie betekent faam en naam. bekende bedrijven worden met elkaar vergeleken en dit levert
rankings op.
Je reputatie is belangrijk voor de league waarin je speelt en de kansen die je krijgt.
Er bestaat een direct verband tussen de reputatie en de beurswaarde van een onderneming.
Sterke reputatie werkt als een magneet.
Het beeld dat mensen in de loop der jaren van een organisatie hebben opgebouwd is bepalend voor
hoe zij een incident of crisis bij de betreffende organisatie beoordelen.
Intern – mensen willen graag onderdeel zijn van een succesvolle organisatie. ook wel: PEP facor:
percieves external prestige.
Ondernemingen die het primair bij de doelgroepen het beter willen doen, moeten sturen op de
waardering.
Het doorslaggevende element is de emotionele aantrekkingskracht en vertrouwen.
Vier vergeten factoren reputaties:
- naamsbekendheid: onbekend maakt onbemind – als mensen de onderneming niet kennen is
er ook geen sprake van reputatie
- grootte onderneming
- branche: het imago van de branche is nodig als een bedrijf minder bekend is
- land van herkomst: imago van een land of werelddeel
,informatieverwerking op drie niveau’s
1. first-hand experience: eigen ervaring
2. word-of-mouth: van horen zeggen
3. form the media: massamedia, wat weet je uit de media
Birkigt en Stadler!
Kernideologie: gedeelde waarden en een sterk besef van de reden van bestaan van de onderneming.
Zo bouw je vetrouwen op.
Collins en Porras zeggen: Duurzame succesvolle bedrijven bezitten een kernopdracht en
kernwaarden die onveranderd blijven.
Kernopdracht van de kernideologie: de reden (why) van het bestaan. Golden circle
Een sterke identiteit is het beste fundament voor een solide reputatie.
Hoofdstuk 9 – crisiscommunicatie
Crisis: veroorzaken doorgaans materiele schade en in enkele gevallen immateriële (reputatie)
schade. Communicatieprofessionals: als er immateriele schade ontstaat doordat de vloeiende werk-
en productieprocessen als gevolg van de reputatieverstoring (ernstig) ontregeld raken.
een (reputatie)crisis is probleem van de organisatie, geen communicatieprobleem.
ervaring en senioriteit zijn van belang om materiele schade te beperken.
Crisissituaties waar communicatieadviseurs mee te maken krijgen:
- Is het welk een (reputatie)crisis?
- Is het wel een crisis van mijn organisatie? (afstemming met de andere betrokken partijen)
- Hoe omvangrijk is deze crisis en wat zal (uiteindelijk) de impact zijn?
- Welk doel streven we na? (zonder doel zijn er eindloze discussies)
De grootste vijand van crisis is chaos.
De geloofwaardigheid staat in crisissituaties altijd onder druk. Valse aantijgingen moeten afgeweerd
worden. (waar rook is is vuur).
de kans om reputatieschade te verminderen:
- Distantie: de organisatie houdt zich afzijdig
- positieve relativering: de organisatie weet de crisis als kans te labelen.
- acceptatie door excuus en herstel: fout erkennen en verbetermaatregelen opstellen
- underdog, slachtoffer – komt weinig voor
Kenmerken van verschillende media
redactiestatuut: vermeldt wat de bevoegdheden van leiding en medewerkers zijn en hoe de inspraak
is geregeld.
, redactieraad: bespreekt regelmatig met de hoofdredacteur het relationele beleid en neemt daarvoor
besluiten
hoofdredacteur: houdt zich bezig met het redactionele beleid en onderhandelt regelmatig met de
directie.
de werkwijze van redacties wordt beïnvloed door de budgetten en inkomsten van de
mediaonderneming.
Advertorials: een advertentie die wordt gepresenteerd als een redactioneel artikel
Onderdelen van redacties:
1. centrale redactie ook wel: central desk of binnenlandredactie
2. deelredacties: gaan over een specifiek onderwerp
3. eindredactie: lezen alles door
4. vormgeving: opmaakformat voor de journalistieke productie
digitale media: zorgen voor meer publiek en meer keuze voor publiceren.
zender- en ontvangermodel: de redactie bepaalde wat goed was om te weten en de ontvanger
moest dit maar consumeren.
cross-platform publishing en convergentie: wanneer content in een digitaal formaat wordt
aangeleverd, dan kan die content ook voor verschillen de distributiekanalen of platformen worden
gebruikt. Opnieuw publiceren op verschillende platformen dus.
Verschillende stadia van samenwerking (convergentie):
1. cross promotion: het ene medium gebruikt het andere voor promotie
2. cloning: de inhoud op het ene medium wordt direct op het andere medium geplaatst
3. coopetition: redacteuren delen info maar elke redacteur komt toch met een eigen product
4. content sharing: delen van informatie tussen redacteuren
5. full convergence: de productie komt tot stand door teams van redacteuren. de hoogste vorm
CMS: content management system.
Aggregatie: nieuws (content) van andere media worden opnieuw gebruikt en deze worden op een
andere manier op een site bij een nieuw publiek aangeboden. Je gebruikt informatie van anderen.
Verschillende elementen worden samengebracht tot een geheel. Toestemming van de bron kan
nodig zijn.
Scraping: aggregatie door robots
Curatie: aggregatie door menselijke arbeid.
Moderator: ook wel een gespreksleider
Onderscheidende kenmerken van een krant:
- verschijningsfrequentie: een krant die 5/6 keer verschijnt is een dagblad. 2-4 edities is een
nieuwsblad.
- verspreidingsgebied: regionaal of landelijk
- tijdstip van verschijnen
hoofdstuk 3 – Reputatiemanagement
Reputatiemanagement: het doelgericht en systematisch werken aan de goede naam en faam, de
bekendheid en waardering, van een organisatie bij al haar stakeholders.
perceptie is werkelijkheid – de reputatie zien bestuurders van bedrijven als succes.
reputatie betekent faam en naam. bekende bedrijven worden met elkaar vergeleken en dit levert
rankings op.
Je reputatie is belangrijk voor de league waarin je speelt en de kansen die je krijgt.
Er bestaat een direct verband tussen de reputatie en de beurswaarde van een onderneming.
Sterke reputatie werkt als een magneet.
Het beeld dat mensen in de loop der jaren van een organisatie hebben opgebouwd is bepalend voor
hoe zij een incident of crisis bij de betreffende organisatie beoordelen.
Intern – mensen willen graag onderdeel zijn van een succesvolle organisatie. ook wel: PEP facor:
percieves external prestige.
Ondernemingen die het primair bij de doelgroepen het beter willen doen, moeten sturen op de
waardering.
Het doorslaggevende element is de emotionele aantrekkingskracht en vertrouwen.
Vier vergeten factoren reputaties:
- naamsbekendheid: onbekend maakt onbemind – als mensen de onderneming niet kennen is
er ook geen sprake van reputatie
- grootte onderneming
- branche: het imago van de branche is nodig als een bedrijf minder bekend is
- land van herkomst: imago van een land of werelddeel
,informatieverwerking op drie niveau’s
1. first-hand experience: eigen ervaring
2. word-of-mouth: van horen zeggen
3. form the media: massamedia, wat weet je uit de media
Birkigt en Stadler!
Kernideologie: gedeelde waarden en een sterk besef van de reden van bestaan van de onderneming.
Zo bouw je vetrouwen op.
Collins en Porras zeggen: Duurzame succesvolle bedrijven bezitten een kernopdracht en
kernwaarden die onveranderd blijven.
Kernopdracht van de kernideologie: de reden (why) van het bestaan. Golden circle
Een sterke identiteit is het beste fundament voor een solide reputatie.
Hoofdstuk 9 – crisiscommunicatie
Crisis: veroorzaken doorgaans materiele schade en in enkele gevallen immateriële (reputatie)
schade. Communicatieprofessionals: als er immateriele schade ontstaat doordat de vloeiende werk-
en productieprocessen als gevolg van de reputatieverstoring (ernstig) ontregeld raken.
een (reputatie)crisis is probleem van de organisatie, geen communicatieprobleem.
ervaring en senioriteit zijn van belang om materiele schade te beperken.
Crisissituaties waar communicatieadviseurs mee te maken krijgen:
- Is het welk een (reputatie)crisis?
- Is het wel een crisis van mijn organisatie? (afstemming met de andere betrokken partijen)
- Hoe omvangrijk is deze crisis en wat zal (uiteindelijk) de impact zijn?
- Welk doel streven we na? (zonder doel zijn er eindloze discussies)
De grootste vijand van crisis is chaos.
De geloofwaardigheid staat in crisissituaties altijd onder druk. Valse aantijgingen moeten afgeweerd
worden. (waar rook is is vuur).
de kans om reputatieschade te verminderen:
- Distantie: de organisatie houdt zich afzijdig
- positieve relativering: de organisatie weet de crisis als kans te labelen.
- acceptatie door excuus en herstel: fout erkennen en verbetermaatregelen opstellen
- underdog, slachtoffer – komt weinig voor
Kenmerken van verschillende media
redactiestatuut: vermeldt wat de bevoegdheden van leiding en medewerkers zijn en hoe de inspraak
is geregeld.
, redactieraad: bespreekt regelmatig met de hoofdredacteur het relationele beleid en neemt daarvoor
besluiten
hoofdredacteur: houdt zich bezig met het redactionele beleid en onderhandelt regelmatig met de
directie.
de werkwijze van redacties wordt beïnvloed door de budgetten en inkomsten van de
mediaonderneming.
Advertorials: een advertentie die wordt gepresenteerd als een redactioneel artikel
Onderdelen van redacties:
1. centrale redactie ook wel: central desk of binnenlandredactie
2. deelredacties: gaan over een specifiek onderwerp
3. eindredactie: lezen alles door
4. vormgeving: opmaakformat voor de journalistieke productie
digitale media: zorgen voor meer publiek en meer keuze voor publiceren.
zender- en ontvangermodel: de redactie bepaalde wat goed was om te weten en de ontvanger
moest dit maar consumeren.
cross-platform publishing en convergentie: wanneer content in een digitaal formaat wordt
aangeleverd, dan kan die content ook voor verschillen de distributiekanalen of platformen worden
gebruikt. Opnieuw publiceren op verschillende platformen dus.
Verschillende stadia van samenwerking (convergentie):
1. cross promotion: het ene medium gebruikt het andere voor promotie
2. cloning: de inhoud op het ene medium wordt direct op het andere medium geplaatst
3. coopetition: redacteuren delen info maar elke redacteur komt toch met een eigen product
4. content sharing: delen van informatie tussen redacteuren
5. full convergence: de productie komt tot stand door teams van redacteuren. de hoogste vorm
CMS: content management system.
Aggregatie: nieuws (content) van andere media worden opnieuw gebruikt en deze worden op een
andere manier op een site bij een nieuw publiek aangeboden. Je gebruikt informatie van anderen.
Verschillende elementen worden samengebracht tot een geheel. Toestemming van de bron kan
nodig zijn.
Scraping: aggregatie door robots
Curatie: aggregatie door menselijke arbeid.
Moderator: ook wel een gespreksleider
Onderscheidende kenmerken van een krant:
- verschijningsfrequentie: een krant die 5/6 keer verschijnt is een dagblad. 2-4 edities is een
nieuwsblad.
- verspreidingsgebied: regionaal of landelijk
- tijdstip van verschijnen