WERKGROEPVRAGEN WEEK 4: VOORRANG EN ZEKERHEIDSRECHTEN (II)
Executie = gedwongen verkoop waarborg, hiervoor moet je naar de rechter
Pand/hypotheekhouder hebben recht van parate executie, dit kan zonder de rechter
Hypotheek = 3: 268. Openbaar = 3:268
Pand = 3:248. Openbaar = 3:251
Openbaarheid en verzuim zijn de waarborgen
Casus 1
Dr. Bohr is tandarts en oefent zijn praktijk uit via een praktijk-BV. Zijn praktijk is gevestigd in een
kapitale villa waar hij tevens woont. Op de villa rust een hypotheek ten behoeve van een lening die is
verstrekt door de Kroonbank. Het voorheen vergrijsde dorp is de laatste tijd populair bij stedelingen
die de Randstad willen verlaten. Het dorpje krijgt een influx van jonge gezinnen maar om
onverklaarbare redenen mijden zij de praktijk van Bohr. Helaas voor Bohr slagen zijn pogingen om
deze nieuwe clientèle aan zijn praktijk te verbinden niet. Het is duidelijk dat het einde in zicht is.
Stel dat Bohr zijn villa onderhands wil verkopen teneinde een hogere opbrengst te genereren.
a. Wat adviseert u de Kroonbank?
(Op basis van Art. 3:268 lid 2 BW is het mogelijk om onderhands te verkopen, mits er sprake is van
toestemming van de voorzieningenrechter en verzuim.)
Van verzuim lijkt in de casus geen sprake. Wat ze willen is de onderhandse verkoop zonder dat ze
naar de rechter hoeven.
Indien de Kroonbank hiervoor toestemming geeft, doen zij automatisch afstand van recht via 3:81 lid
2. Hierdoor verliezen zij hun hypotheekrecht.
Van rechtswege wordt er geen pandrecht op de opbrengst van de verkoop gevestigd (Van Gorp
q.q./Rabobank Breda), dit moet worden bedongen.
Het is dus verstandig om een (stil) pandrecht op de opbrengst van de verkoop van het registergoed
vestigen. (Mulder q.q. / CLBN arrest)
Een tweede optie is een contractuele afspraak dat de koopsom rechtstreeks naar de Kroonbank gaat
NB: In ING/Gunning q.q. was er een contractuele afspraak. Echter ging de koopsom naar de rekening
van een persoon bij de bank. De bank wilde zijn vordering verrekenen met het bedrag op deze
rekening. Dit is echter niet toegestaan. (Bij dit arrest enkel de noot)
Bij registergoederen mag er geen beding tot onderhandse verkoop worden opgenomen ex 3:268,
251. Dit mag wel bij roerende goederen.
Conclusie= Doordat de Kroonbank toestemming verleent tot onderhandse verkoop, verliezen zij hun
hypotheekrecht ingevolge 3:81 lid 2. De opbrengst van de verkoop gaat dan naar de rekening van
Bohr. Dit moet worden voorkomen door een stil pandrecht op de koopsom of een contractuele
afspraak
Stel dat de verkoop niet lukte. Na een periode op zijn tandvlees te hebben gelopen wordt Bohr
enkele maanden later failliet verklaard. De curator vindt dat de bank te lang wacht met de
uitwinning van haar hypotheekrecht.
b. Wat kan de curator hiertegen ondernemen?
Executie = gedwongen verkoop waarborg, hiervoor moet je naar de rechter
Pand/hypotheekhouder hebben recht van parate executie, dit kan zonder de rechter
Hypotheek = 3: 268. Openbaar = 3:268
Pand = 3:248. Openbaar = 3:251
Openbaarheid en verzuim zijn de waarborgen
Casus 1
Dr. Bohr is tandarts en oefent zijn praktijk uit via een praktijk-BV. Zijn praktijk is gevestigd in een
kapitale villa waar hij tevens woont. Op de villa rust een hypotheek ten behoeve van een lening die is
verstrekt door de Kroonbank. Het voorheen vergrijsde dorp is de laatste tijd populair bij stedelingen
die de Randstad willen verlaten. Het dorpje krijgt een influx van jonge gezinnen maar om
onverklaarbare redenen mijden zij de praktijk van Bohr. Helaas voor Bohr slagen zijn pogingen om
deze nieuwe clientèle aan zijn praktijk te verbinden niet. Het is duidelijk dat het einde in zicht is.
Stel dat Bohr zijn villa onderhands wil verkopen teneinde een hogere opbrengst te genereren.
a. Wat adviseert u de Kroonbank?
(Op basis van Art. 3:268 lid 2 BW is het mogelijk om onderhands te verkopen, mits er sprake is van
toestemming van de voorzieningenrechter en verzuim.)
Van verzuim lijkt in de casus geen sprake. Wat ze willen is de onderhandse verkoop zonder dat ze
naar de rechter hoeven.
Indien de Kroonbank hiervoor toestemming geeft, doen zij automatisch afstand van recht via 3:81 lid
2. Hierdoor verliezen zij hun hypotheekrecht.
Van rechtswege wordt er geen pandrecht op de opbrengst van de verkoop gevestigd (Van Gorp
q.q./Rabobank Breda), dit moet worden bedongen.
Het is dus verstandig om een (stil) pandrecht op de opbrengst van de verkoop van het registergoed
vestigen. (Mulder q.q. / CLBN arrest)
Een tweede optie is een contractuele afspraak dat de koopsom rechtstreeks naar de Kroonbank gaat
NB: In ING/Gunning q.q. was er een contractuele afspraak. Echter ging de koopsom naar de rekening
van een persoon bij de bank. De bank wilde zijn vordering verrekenen met het bedrag op deze
rekening. Dit is echter niet toegestaan. (Bij dit arrest enkel de noot)
Bij registergoederen mag er geen beding tot onderhandse verkoop worden opgenomen ex 3:268,
251. Dit mag wel bij roerende goederen.
Conclusie= Doordat de Kroonbank toestemming verleent tot onderhandse verkoop, verliezen zij hun
hypotheekrecht ingevolge 3:81 lid 2. De opbrengst van de verkoop gaat dan naar de rekening van
Bohr. Dit moet worden voorkomen door een stil pandrecht op de koopsom of een contractuele
afspraak
Stel dat de verkoop niet lukte. Na een periode op zijn tandvlees te hebben gelopen wordt Bohr
enkele maanden later failliet verklaard. De curator vindt dat de bank te lang wacht met de
uitwinning van haar hypotheekrecht.
b. Wat kan de curator hiertegen ondernemen?