Inleiding
Oral history omvat het persoonlijk verleden
- Is specifiek: ‘micro’-geschiedenis
- Methode: theorie en praktijk onlosmakelijk verbonden
- Actieve participatie bij totstandkoming bron
- Historicus géén toeschouwer
Een methode
H1 Definities
- Activiteit: vertellen over, luisteren naar en vastleggen van het verleden
- Product activiteit: orale bron (opname/transcript)
- Geschiedverhaal: resultaat onderzoek waarbij orale bronnen gebruikt werden
- Methode van onderzoek
Oral history als geen doel op zich, maar als een middel
- Nuancering gedrukte bronnen: aanvulling en correctie
- Hoofdbron van informatie bij gebrek aan gedrukte informatie
- Kwalitatief onderzoek: case-studies
- Nadruk op discours (inhoud verhaal) en de manier van vertellen
- Interdisciplinaire onderzoeksmethode
- Anders dan niet-historische interviews
- Maar toch: werkwijzen uit andere disciplines
- En verschillend van andere historische bronnen: rol historicus actief
H2 Bedoelingen
Functies
- Onderzoekend: weten
- Sociaal: inleven, overbruggen kloof jong/oud
- Didactisch: onbekende leefwereld leren kennen, nieuwe blik op het heden en de identiteit
- Politiek: groepen/individuen die men dreigt te vergeten een stem geven
Bijdrage emancipatie minderheden
Veranderen
- Zelfrespect verteller
- Archivalisch: Immaterieel erfgoed vastleggen
- Historische sensatie: verleden beleven/tastbaar maken
- Therapeutisch: helen, vergeving schenken, begrip tonen
- Waarheid zoeken: rechtzetten (jurist en ombudsman)
Vertellers stellen zich kwetsbaar op voor hun luisterend oor
- Maar bieden nooit een directe toegang tot het verleden
- Idealisering
- Dramatisering
= Dynamisch
- De interviewer beïnvloedt de getuigenis
- Interpretatie begint al bij voorbereiding vertelling
H3 Mogelijkheden