H6 Denken en Intelligentie
1. De student kan de bouwstenen van het proces ‘denken’ beschrijven
2. De student kan theorieën van informatieverwerking beschrijven
3. De student kan benoemen hoe intelligentie wordt gemeten
4. De student kan de bouwstenen van intelligentie beschrijven
5. De student kan theorieën behorend bij het begrip intelligentie beschrijven
6. De student kan benoemen hoe verschillen in IQ verklaard kunnen worden
Centrale vraag: Waardoor ontstaat een ‘genie’ en hoe verschillen mensen die we ‘geniaal’ noemen van
anderen?
Computermetafoor: het idee van de hersenen als informatieverwerker, suggereert dat denken niets meer of
minder is dan informatieverwerking.
Intelligentie: de mentale capaciteiten om kennis te verwerven, te redeneren en effectief problemen op te
lossen.
Kernvraag 6.1: Wat zijn de bouwstenen van denken?
Kernconcept 6.1: Denken heeft te maken met de manipulatie van mentale representaties zoals concepten,
beelden, schema’s en scripts.
Denken: het cognitieve proces dat betrokken is bij het vormen van een nieuwe mentale representatie door de
beschikbare informatie te manipuleren.
6.1.1 Concepten
Conceptvorming: het vermogen om ervaringen onder te brengen in vertrouwde mentale categorieën, om ze op
dezelfde manier te verwerken of hetzelfde label te geven.
Concept: mentale representatie van een categorie van items of ideeën, gebaseerd op ervaring.
Twee soorten concepten
▪ Natuurlijke concepten: mentale representatie van een voorwerp of gebeurtenis uit onze directe ervaring.
(Grove mentale classificaties die zich ontwikkelen uit onze alledaagse ervaringen)
o Prototype: het ideale of meeste typische voorbeeld van een conceptuele categorie.
▪ Artificiële (kunstmatige) concepten: concept dat gedefinieerd wordt door regels, zoals de betekenis van
een woord of de inhoud van een wiskundige formule.
Conceptuele hiërarchieën
Conceptuele hiërarchie: niveaus van concepten, van zeer algemeen tot zeer specifiek, waarin een meer
algemeen niveau (zoals het concept voor ‘dier’), meer specifieke concepten (zoals het concept voor ‘hond’
‘giraf’ en ‘vlinder’) omvat.
Cultuur, concepten en gedachten
Gebruik van concepten verschillen van cultuur tot cultuur, en er bestaat een duidelijk verschil in gebruik van
logica. Conceptformatie: het westen wil precies gedefinieerde conceptuele categorieën, terwijl Azië vindt dat
concepten in elkaar overlopen.
6.1.2 Voorstellingsvermogen en cognitieve plattegronden
Cognitieve plattegrond: een cognitieve representatie van een fysieke ruimte, een speciale vorm van een visueel
concept.
1. De student kan de bouwstenen van het proces ‘denken’ beschrijven
2. De student kan theorieën van informatieverwerking beschrijven
3. De student kan benoemen hoe intelligentie wordt gemeten
4. De student kan de bouwstenen van intelligentie beschrijven
5. De student kan theorieën behorend bij het begrip intelligentie beschrijven
6. De student kan benoemen hoe verschillen in IQ verklaard kunnen worden
Centrale vraag: Waardoor ontstaat een ‘genie’ en hoe verschillen mensen die we ‘geniaal’ noemen van
anderen?
Computermetafoor: het idee van de hersenen als informatieverwerker, suggereert dat denken niets meer of
minder is dan informatieverwerking.
Intelligentie: de mentale capaciteiten om kennis te verwerven, te redeneren en effectief problemen op te
lossen.
Kernvraag 6.1: Wat zijn de bouwstenen van denken?
Kernconcept 6.1: Denken heeft te maken met de manipulatie van mentale representaties zoals concepten,
beelden, schema’s en scripts.
Denken: het cognitieve proces dat betrokken is bij het vormen van een nieuwe mentale representatie door de
beschikbare informatie te manipuleren.
6.1.1 Concepten
Conceptvorming: het vermogen om ervaringen onder te brengen in vertrouwde mentale categorieën, om ze op
dezelfde manier te verwerken of hetzelfde label te geven.
Concept: mentale representatie van een categorie van items of ideeën, gebaseerd op ervaring.
Twee soorten concepten
▪ Natuurlijke concepten: mentale representatie van een voorwerp of gebeurtenis uit onze directe ervaring.
(Grove mentale classificaties die zich ontwikkelen uit onze alledaagse ervaringen)
o Prototype: het ideale of meeste typische voorbeeld van een conceptuele categorie.
▪ Artificiële (kunstmatige) concepten: concept dat gedefinieerd wordt door regels, zoals de betekenis van
een woord of de inhoud van een wiskundige formule.
Conceptuele hiërarchieën
Conceptuele hiërarchie: niveaus van concepten, van zeer algemeen tot zeer specifiek, waarin een meer
algemeen niveau (zoals het concept voor ‘dier’), meer specifieke concepten (zoals het concept voor ‘hond’
‘giraf’ en ‘vlinder’) omvat.
Cultuur, concepten en gedachten
Gebruik van concepten verschillen van cultuur tot cultuur, en er bestaat een duidelijk verschil in gebruik van
logica. Conceptformatie: het westen wil precies gedefinieerde conceptuele categorieën, terwijl Azië vindt dat
concepten in elkaar overlopen.
6.1.2 Voorstellingsvermogen en cognitieve plattegronden
Cognitieve plattegrond: een cognitieve representatie van een fysieke ruimte, een speciale vorm van een visueel
concept.