HOOFDSTUK 1: EFFECTIEF LEREN IN DE LES
1.1 sleutelbegrippen bij effectief leren
Er zijn 6 sleutelbegrippen die een belangrijke rol spelen in het vormgeven van effectief leren
in de les.
De sleutelbegrippen zijn:
Sleutelbegrip Toelichting
1 Een heldere structuur in de opbouw van de leerstof De meeste lessen kennen een
begin, midden en eind met
onderling verband
2 Het juiste niveau van de leerstof Het niveau moet niet te
moeilijk of juist te laag zijn
3 Betekenis geven aan de leerstof Leerlingen moeten weten
waarom ze iets nou moeten
leren
4 Individuele aanspreekbaarheid Een vorm van lesgeven
waardoor niet meedoen niet
mogelijk is voor de leerling
5 Zichtbaarheid van leren/denken Het is belangrijk dat de docent
de leerprocessen van de
leerling zichtbaar/hoorbaar
maakt
6 Aandacht voor nieuwsgierigheid en motivatie Door in te spelen op
nieuwsgierigheid kan de
docent de motivatie
bevorderen
Sleutelbegrip 1 en 2 gaan vooral over de voorbereiding van de lesstof. Begrip 3 t/m 6 spelen
een belangrijke rol in de les.
Als leerlingen voor zichzelf leerdoelen stellen, kunnen ze de betekenis daarvan meestal goed
weergeven.
Als kennis voor iemand betekenis heeft, kan hij over die kennis vier vragen beantwoorden:
Wat is de functie, het doel van deze kennis?
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze kennis?
Kan ik voorbeelden van deze kennis geven?
Welke argumenten heb ik om deze kennis te verkrijgen?
Aansluiten bij wat leerlingen al weten, aansluiten bij hun voorkennis, vergemakkelijkt het
verwerkings- en opslagproces in de hersenen. Het maakt het leren effectiever.
Een docent die leerlingen wil stimuleren om betekenis aan lesdoelen te geven, kan dat doen
door zichzelf vooraf vragen te stellen ontleend aan die van Perkins.
Bij welke voorkennis en ervaringen van leerlingen sluit dit lesdoel aan?