hebben, onderscheiden
Onderscheid van twee groepen ouderen. 65-80 jr (veelal kleinere hulpvragen) en 80+ (grote
hulpvragen). Deze worden onderscheiden omdat er veel verschillen zijn tussen deze
leeftijden. Bij het ouder worden van mensen zijn er drie processen te onderscheiden.
1. lichamelijk proces
Het lichaam wordt zwakker en kan minder dan vroeger. Het takelt af en met overlijden als
gevolg. Dit proces is nauw verbonden met het sociale proces.
2. psychisch proces
Heeft ook een reactie op het sociale proces. Hierbij zijn de volgende aspecten te
onderscheiden:
- een reactie op het lichamelijke proces; de oudere moet zich aan de lichamelijke
achteruitgang aanpassen, deze moet verwerkt en aanvaard worden.
- een door het lichamelijk proces verzwakking van het psychisch functioneren
(geheugen), met ook weer een psychische reactie daarop, mensen hebben veelal
moeite met het achteruitgaan van hun geestelijke vermogens.
- een reactie op een aantal externe factoren die voor een ouder wordend mens van
belang zijn, zoals pensionering, dood van een geliefde, vereenzaming, opname in
een tehuis.
- een pogen het lichamelijk proces te in positieve zin te beïnvloeden door bijvoorbeeld
geregeld te sporten of te werken; dus dingen doen waarvan men weet dat zij een
mens gezond houden.
3. sociaal proces
De lichamelijke en psychische processen hebben gevolgen voor het sociale proces. Denk
aan: woonsituatie, mobiliteit en vermogen om maatschappelijk actief te zijn. Alle ouder
wordende de mensen worden in meer of mindere mate geconfronteerd met hun lichaam
door sociale omstandigheden, de psychische gesteldheid en beeld dat de samenleving van
hen heeft. De manier van verwerken wordt daarnaast sterk beïnvloed door het
levensperspectief wat men heeft. Er zijn ouderen die hun perspectief als minder zien en
daardoor hun leven als ‘minder’ ervaren. Veel ouderen lukt het om het juiste antwoord te
vinden op de veranderingen die de laatste levensfase met zich meebrengt. Degene die dat
niet lukt, kunnen klachten op psychisch en somatisch gebied hebben en hulp nodig hebben
om een hernieuwd evenwicht te vinden.
Ouderen voor de hulpverlening
Bij hulpverlening aan ouderen is naast concrete, directe hulpverlening, zingeving belangrijk.
Gelijkwaardig contact en aansluiten op de belevingswereld van ouderen zijn kernwaarden.
Het is van belang om sterk individualiserend te werken en kennis te hebben van deze
levensfase. Kernbegrippen in hulpverlening aan ouderen zijn: waardering, zingeving,
activeren, zelfredzaamheid, zelfmanagement en preventie.