WERKGROEP I (WEEK 8)
INLEIDING
De eerste werkgroep van de laatste onderwijsweek wordt besteed aan de verbinding tussen
het verbintenissenrecht (inleiding privaatrecht I) en het goederenrecht (inleiding privaatrecht
II). Beide rechtsgebieden van het vermogensrecht staan namelijk niet op zichzelf, maar
beïnvloeden elkaar. Er is een wisselwerking tussen beide. Zo verwijst het geldige titel-vereiste
bij de overdracht (3:84 BW) rechtstreeks naar het verbintenissenrecht. Dit betekent
bijvoorbeeld dat een verbintenisrechtelijk probleem ten aanzien van een (koop)overeenkomst,
zoals een wilsgebrek of het ontbreken van wilsovereenstemming, goederenrechtelijke
consequenties kan hebben wanneer er reeds op grond van die overeenkomst geleverd was.
Als de geldige titel immers ontbreekt, komt er geen overdracht tot stand.
Een ander voorbeeld waarin goederenrecht en verbintenissenrecht elkaar kruisen, is het
volgende. Verkoper en koper kunnen in hun koopovereenkomst een eigendomsvoorbehoud
overeenkomen. Of zij dat in een concreet geval hebben gedaan, moet, bij twijfel, worden
bepaald aan de hand van de verbintenisrechtelijke regels van uitleg van een overeenkomst
(Haviltex). Is een eigendomsvoorbehoud inderdaad overeengekomen, dan heeft dat directe –
goederenrechtelijke – consequenties. De eigendom gaat dan immers, ondanks de levering,
vooralsnog niet over (zie art. 3:92 BW). Van belang is voorts dat deze contractuele afspraak
(met goederenrechtelijke consequenties) weer geen stand zal houden wanneer de onder
eigendomsvoorbehoud overgedragen zaken bijvoorbeeld verwerkt worden tot nieuwe zaken.
Immers, de goederenrechtelijke regels van originaire verkrijging, zoals zaaksvorming,
doorkruisen een verbintenisrechtelijke afspraak zoals die van het eigendomsvoorbehoud. Zo
zijn er nog veel meer illustraties te bedenken van situaties waarin goederenrecht en
verbintenissenrecht elkaar ontmoeten en elkaar wederzijds beïnvloeden. Een aantal daarvan
zal deze werkgroep aan bod komen.
Je hoeft geen nieuwe stof voor te bereiden.
Weten voor tentamen: ontbinding geen terugwerkende kracht (niet de vereisten), gronden
voor vernietigbaarheid (geen vereisten, tenzij gevraagd).
OPDRACHTEN
Opdracht 1
Arno is eigenaar van een scooter en verkoopt deze scooter op 1 april 2016 aan Bas. Levering
gebeurt door feitelijke overgave (3:90 jo. 3:114). Enkele weken na de levering ontvangt Bas
van Arno een brief waarin Arno schrijft de overeenkomst te willen ontbinden.
a. Wanneer kan een overeenkomst ontbonden worden? Wat zal in deze casus de aanleiding
zijn geweest voor Arno om te ontbinden? Een overeenkomst kan ontbonden worden als