Opdracht 1
Wederrechtelijk: in strijd met de wet
Legaliteitsbeginsel: een feit is niet strafbaar als er geen wet van bestaat
Jurisprudentie: het geheel van uitspraken die door rechters zijn gedaan
Opdracht 2
Casus 1
1. Bewaarder en aanbieder/ verhuurder en huurder
2. Privaatrecht, het is het recht tussen twee burgers (Peter en meneer Jansen)
3.
a. Materieel recht, er wordt geschreven hoe de huurder en verhuurder met
elkaar om moeten gaan, wat zij mogen doen en wat niet.
b. Dwingend recht, bij een huurovereenkomst is er sprake van dwingend recht
op de maatschappelijk zwakkere partij te beschermen
Casus 2
1. Dader (jongen) en slachtoffer (Peter), een relatie op strafrechtelijk/privaatrechtelijk
gebied.
2. Strafrecht, de dader maakt zich schuldig aan een strafbaar feit, namelijk Peter slaan.
Privaatrecht: de jongen heeft een onrechtmatige daad gepleegd tegen Peter, door
hem te slaan. Peter heeft recht op een schadevergoeding.
3. Mishandeling
4. Sanctienorm en gedragsnorm: mishandeling wordt gestraft met een gevangenisstraf
van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, de straf wordt
benoemd (sanctienorm) en aan die straf kun je afleiden dat mishandeling niet mag
en dus is het ook en gedragsnorm.
5. Materieel recht, want het staat in het Wetboek van Sr. en het geeft een verbod aan.
6. Ja, de jongen heeft een onrechtmatige daad gepleegd tegenover Peter welke hem
toegerekend kan worden, hij moet dus een schadevergoeding betalen voor de
medische kosten van Peter.
7. Eerste: subjectief
Tweede: objectief
8. Het is een conflict tussen twee burgers, namelijk Peter en de jongen die hem
geslagen heeft.
Casus 3
1. Publiekrecht, de gemeente valt onder de overheid. Het indienen van een aanvraag
voor een vergunning bij de gemeente is dus een zaak tussen burger en overheid.
2. Gedragsnorm, er wordt gezegd dat het verboden is zonder vergunning iets te
bouwen.
3. Ja, want er is geen sprake van een algemene strekking. De afwijzing geldt namelijk
alleen voor de aanvraag voor het bouwen van een dakkapel door meneer Jansen.
Opdracht 3
1. Bij dit vak leren we de basis, dat is nodig om de rest van de vakken te begrijpen.
2. We willen allemaal dit vak goed afsluiten, zodat we overgaan naar het 2e jaar.
3. Elkaar helpen bij dingen die onduidelijk zijn. Goed voorbereid naar de werkgroep
komen.