Effectief leren samengevat
Inhoudsopgave
1. Effectief leren: kenmerken en principes van effectief leren.........................................................................2
1.1 Leren en geheugen.........................................................................................................................................2
1.2 Sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren.................................................................................2
1.3 Leeractiviteiten en leergedrag.......................................................................................................................2
1.4 Vaardigheden en competenties eigen maken versus kennis.........................................................................3
1.5 De docent als regisseur..................................................................................................................................3
1.6 Achtergronden bij effectief leren en leeractiviteiten (Biesta)........................................................................3
2. Bevorderen van het leerklimaat................................................................................................................. 5
2.1 Drie basisbehoeften........................................................................................................................................5
2.2 Motivatie........................................................................................................................................................6
2.3 Een ‘werken voor’- en ‘werken met’-leerklimaat...........................................................................................7
2.4 Orde................................................................................................................................................................7
2.5 Achtergronden bij leerklimaat.......................................................................................................................7
3. Directe instructie....................................................................................................................................... 9
3.1 Effectief leren en directe instructie.................................................................................................................9
3.2 Een les ontwerpen..........................................................................................................................................9
3.3 Een les uitvoeren............................................................................................................................................9
3.4 Gereedschap bij directe instructie................................................................................................................10
3.5 Achtergronden bij directe instructie.............................................................................................................11
, 1. Effectief leren: kenmerken en principes van effectief
leren
1.1 Leren en geheugen
- Kortetermijngeheugen: van belang om te herhalen + coderen en chunking;
o Coderen: ezelsbrug/koppelen aan visuele beelden.
o Dual coding: woord + beeld.
Multimediaprincipe: gebruik maken van beide, niet één.
Ruimtelijke nabijheid: niet te veel info tussen woord + beeld.
Tijdelijke nabijheid: niet te veel tijd tussen woord + beeld.
Signaleringprincipe: woorden vet maken etc.
Coherentieprincipe: vermijd afleiding
Modaliteitsprincipe: bij beeld audio gebruiken, geen geschreven tekst.
Redundantieprincipe: beeld + audio en geen tekst.
o Chunking: opsplitsen in kleinere eenheden.
- Langetermijngeheugen:
o Expliciet/declaratief: voor feiten + gebeurtenissen.
Semantisch: feiten + begrippen
Episodisch: gebeurtenissen
o Impliciet/niet-declaratief: onbewuste vaardigheden.
- Primair/secundaire kennis
- Leerstragtegieen:
o Delibrate practice: doelgericht oefenen
o Spaced practice: huiswerk/kleine toetsen
o Retrieval practice en het testing effect: terugkijken op vorige les; flashcards,
herhaling.
o Interleaving; themas die door elkaar lopen
1.2 Sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren
- De zes sleutelbegrippen:
o Een heldere structuur in de opbouw van de leerstof
o Het juiste niveau van de leerstof
o Aandacht voor motivatie
o Betekenis geven aan de leerstof
o Individuele aanspreekbaarheid
o Zichtbaarheid van leren/denken
1.3 Leeractiviteiten en leergedrag
- Vormen van leren + leeractiviteiten:
o Leren gericht op wendbaarheid, flexibel gebruik:
creatief toepassen
o Leren gericht op beklijving, verankeren: integreren
o Leren gericht op beheersing en inzicht: onthouden
en begrijpen
- Taxonomie van Bloom en Munzenmaier en Rubin (foto)
Inhoudsopgave
1. Effectief leren: kenmerken en principes van effectief leren.........................................................................2
1.1 Leren en geheugen.........................................................................................................................................2
1.2 Sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren.................................................................................2
1.3 Leeractiviteiten en leergedrag.......................................................................................................................2
1.4 Vaardigheden en competenties eigen maken versus kennis.........................................................................3
1.5 De docent als regisseur..................................................................................................................................3
1.6 Achtergronden bij effectief leren en leeractiviteiten (Biesta)........................................................................3
2. Bevorderen van het leerklimaat................................................................................................................. 5
2.1 Drie basisbehoeften........................................................................................................................................5
2.2 Motivatie........................................................................................................................................................6
2.3 Een ‘werken voor’- en ‘werken met’-leerklimaat...........................................................................................7
2.4 Orde................................................................................................................................................................7
2.5 Achtergronden bij leerklimaat.......................................................................................................................7
3. Directe instructie....................................................................................................................................... 9
3.1 Effectief leren en directe instructie.................................................................................................................9
3.2 Een les ontwerpen..........................................................................................................................................9
3.3 Een les uitvoeren............................................................................................................................................9
3.4 Gereedschap bij directe instructie................................................................................................................10
3.5 Achtergronden bij directe instructie.............................................................................................................11
, 1. Effectief leren: kenmerken en principes van effectief
leren
1.1 Leren en geheugen
- Kortetermijngeheugen: van belang om te herhalen + coderen en chunking;
o Coderen: ezelsbrug/koppelen aan visuele beelden.
o Dual coding: woord + beeld.
Multimediaprincipe: gebruik maken van beide, niet één.
Ruimtelijke nabijheid: niet te veel info tussen woord + beeld.
Tijdelijke nabijheid: niet te veel tijd tussen woord + beeld.
Signaleringprincipe: woorden vet maken etc.
Coherentieprincipe: vermijd afleiding
Modaliteitsprincipe: bij beeld audio gebruiken, geen geschreven tekst.
Redundantieprincipe: beeld + audio en geen tekst.
o Chunking: opsplitsen in kleinere eenheden.
- Langetermijngeheugen:
o Expliciet/declaratief: voor feiten + gebeurtenissen.
Semantisch: feiten + begrippen
Episodisch: gebeurtenissen
o Impliciet/niet-declaratief: onbewuste vaardigheden.
- Primair/secundaire kennis
- Leerstragtegieen:
o Delibrate practice: doelgericht oefenen
o Spaced practice: huiswerk/kleine toetsen
o Retrieval practice en het testing effect: terugkijken op vorige les; flashcards,
herhaling.
o Interleaving; themas die door elkaar lopen
1.2 Sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren
- De zes sleutelbegrippen:
o Een heldere structuur in de opbouw van de leerstof
o Het juiste niveau van de leerstof
o Aandacht voor motivatie
o Betekenis geven aan de leerstof
o Individuele aanspreekbaarheid
o Zichtbaarheid van leren/denken
1.3 Leeractiviteiten en leergedrag
- Vormen van leren + leeractiviteiten:
o Leren gericht op wendbaarheid, flexibel gebruik:
creatief toepassen
o Leren gericht op beklijving, verankeren: integreren
o Leren gericht op beheersing en inzicht: onthouden
en begrijpen
- Taxonomie van Bloom en Munzenmaier en Rubin (foto)