Module-opdracht
Figuur 1: Het geheim achter motivatie en succes, z.d.
Naam: XXX
Studentnummer: XXX
Datum: 20 januari 2023
Opleidingsinstituut: NCOI
Opleiding: HBO Toegepaste Psychologie
Module: Praktijkgericht psychologisch onderzoek fase 3
Docent: J. Verwoerd
,Samenvatting
Dit praktijkgericht psychologisch onderzoek, is uitgevoerd bij het XXXX Zuid, wat onderdeel is van de
Nationale Politie en in het bijzonder van de Landelijke Eenheid. Om goed inzicht te verkrijgen in het
probleem, is er een half gestructureerd interview gehouden met de teamleider van XXXX. Volgens de
teamleider van XXXX hebben de personele wisselingen binnen het MT en het nieuw aangestelde
diensthoofd een negatieve invloed op de organisatiebetrokkenheid van de medewerkers van XXXX.
Het verzoek van de teamleider, tevens opdrachtgever, is dan ook om onderzoek te doen naar de mate
van organisatiebetrokkenheid van de medewerkers van XXXX.
Het doel van het praktijkgericht psychologisch onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de mate van
organisatiebetrokkenheid van de medewerkers van XXXX. Met het verkregen inzicht kunnen er
aanbevelingen worden gedaan aan de opdrachtgever, om zo de organisatiebetrokkenheid van de
medewerkers van XXXX te vergroten. De verkregen informatie is afkomstig van het interview met de
teamleider van XXXX, het literatuur- en veldonderzoek. Hieruit is de centrale onderzoeksvraag
opgesteld: “Wat is de mate van organisatiebetrokkenheid van de medewerkers van XXXX?”.
Er is op een systematische manier gewerkt om antwoorden op de onderzoeksvragen te krijgen.
Er zijn internationale wetenschappelijke bronnen geraadpleegd. Hierin worden verschillende
theorieën, modellen en factoren behandeld die van invloed zijn op het probleem. Hieruit blijkt dat
betrokkenheid van werknemers een positieve uitwerking heeft op het functioneren van een organisatie
en dat het gezien wordt als drijvende kracht achter organisatieprestaties. Het begrip
organisatiebetrokkenheid, ook wel ‘organizational commitment’ genoemd, kent vele verschillende
definities. Het kan in het algemeen gedefinieerd worden als een psychologische band tussen de
medewerker en de organisatie, waardoor de werknemer de organisatie minder snel vrijwillig zal
verlaten. Voor het kwantitatief onderzoek is een veel gebruikt meetinstrument toegepast om
organisatiebetrokkenheid te meten. Het meetinstrument afkomstig van het Three-Component Model of
Commitment is vertaald en aangepast naar een vernieuwd Nederlands meetinstrument voor
organisatiebetrokkenheid. Het driecomponentenmodel bestaat uit de volgende componenten:
normatieve betrokkenheid, continuïteitsbetrokkenheid en affectieve betrokkenheid. Tevens is er
kwalitatief onderzoek verricht. Hierbij werd gevraagd hoe de medewerkers van XXXX zelf dachten
over het vergroten van de organisatiebetrokkenheid binnen de organisatie.
De resultaten van het kwantitatieve onderzoek laten zien dat alle 29 medewerkers deel hebben
genomen aan de vragenlijst. De gemiddelde leeftijd van de respondenten is 37.7 jaar oud. Gemiddeld
zijn ze 12.7 jaar werkzaam bij de politie en werken de respondenten gemiddeld 5.03 jaar bij XXXX met
een gemiddeld dienstverband van 38.79 uur. Verder blijkt uit de analyse dat de affectieve
betrokkenheidsschaal (ACS) het hoogst scoort. Dit laat mogelijk zien dat er geconcludeerd kan
worden dat de medewerkers zich verbonden voelen en graag bij de organisatie willen blijven. De
normatieve betrokkenheidsschaal (NCS) scoort het laagst. Dit laat mogelijk zien dat de medewerkers
zich minder moreel verplicht voelen om bij de organisatie te blijven. Kijkend naar de standaarddeviatie
kan er geconcludeerd worden dat er bij de NCS weinig afwijkingen per waarneming worden gezien.
De grootste verschillen van de waarnemingen tot het gemiddelde zijn bij de ACS te zien.
De resultaten van het kwalitatief onderzoek laten zien dat de medewerkers van XXXX vaker dezelfde
antwoorden aandroegen. De meest gegeven antwoorden om de organisatiebetrokkenheid te
vergroten zijn het verbeteren van de communicatie, met name open, eerlijk en transparanter vanuit het
MT naar de medewerkers toe. Het geven van een goede onderbouwing waarom bepaalde keuzes
gemaakt worden, in plaats van veranderingen zomaar door te voeren. De medewerkers zijn toe aan
meer medewerkersparticipatie waarbij ook daadwerkelijk echt iets met de input gedaan wordt.
Wanneer het MT andere keuzes maakt, dat deze onderbouwd worden.
Hierdoor ontstaat er mogelijk meer begrip naar het MT toe. Meer verantwoordelijkheid en
zeggenschap bij de teams houden wordt ook gewenst door de medewerkers van XXXX.
Tot slot wordt er op basis van de conclusies een aanbeveling voor een interventie gedaan om zo de
mate van betrokkenheid van de medewerkers van XXXX te vergroten. De aanbeveling zou zijn om
een bijeenkomst te plannen met de teamleider en het gehele team. Met als doel de behoeften van het
team inzichtelijk te krijgen, aan de hand van de hierboven genoemde gespreksonderwerpen. Naar
aanleiding van deze bijeenkomst volgen oplossingen en toekomstafspraken.
Inhoudsopgave
, Samenvatting..........................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1 Probleemanalyse................................................................................................................4
1.1 Organisatie...................................................................................................................................4
1.2 Probleemanalyse..........................................................................................................................4
1.3 Doelstelling...................................................................................................................................5
1.4 Onderzoeksvragen........................................................................................................................5
1.4.1 Centrale onderzoeksvraag.....................................................................................................5
1.4.2 Theoretische onderzoeksvraag..............................................................................................5
1.4.3 Praktijkgerichte kwantitatieve onderzoeksvraag...................................................................5
1.4.4 Praktijkgerichte kwalitatieve onderzoeksvraag.....................................................................5
Hoofdstuk 2 Literatuuronderzoek..........................................................................................................5
2.1 Theoretische onderzoeksvraag.....................................................................................................5
Hoofdstuk 3 Methode van onderzoek....................................................................................................6
Inleiding..............................................................................................................................................6
3.1 Literatuuronderzoek.....................................................................................................................7
3.2 Praktijkonderzoek.....................................................................................................................7
3.2.1 Populatie en respondenten...................................................................................................7
3.2.2 Procedure..............................................................................................................................7
3.2.3 Meetinstrument.....................................................................................................................8
3.2.4 Analyse..................................................................................................................................8
3.2.5 Betrouwbaarheid en validiteit...............................................................................................8
Hoofdstuk 4 Resultaten..........................................................................................................................8
4.1 Resultaten kwantitatief onderzoek voor onderzoeksvraag 1.4.3..................................................8
4.2 Resultaten kwalitatief onderzoek voor onderzoeksvraag 1.4.4....................................................9
Hoofdstuk 5 Conclusie..........................................................................................................................10
5.1 Conclusie theoretische onderzoeksvraag:..................................................................................10
5.2 Conclusie praktijkgerichte kwantitatieve onderzoeksvraag........................................................10
5.3 Conclusie praktijkgerichte kwalitatieve onderzoeksvraag..........................................................11
5.4 Conclusie centrale onderzoeksvraag..........................................................................................11
Hoofdstuk 6 Aanbeveling voor een interventie....................................................................................11
Literatuurlijst........................................................................................................................................12
Bijlage 1: Interviewgids opdrachtgever................................................................................................13
Bijlage 2: Vragenlijst organisatiebetrokkenheid...................................................................................14
Bijlage 3: Resultaten vragenlijst organisatiebetrokkenheid..................................................................18
Bijlage 4: Antwoorden kwalitatief onderzoek.......................................................................................20