Thema: B2 Voedselopname plant
BS06
Noodzakelijke bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 37: Soil and plant nutrition
BINAS 91
Achtergrond bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 35: Plant structure, growth and
development: 35.1
Chapter 36: Resource acquisition and transport in
vascular plants: 36.1, 36.3 t/m 36.5
Biologie voor jou 4 t/m 6 (nr 5: Thema 4 Hoofdstuk 2 -3)
10voorbiologie.nl
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De student kan autotrofe en heterotrofe organismen noemen en kan de
verschillen van voedselvoorziening uitleggen voor deze organismen.
2 De student kan de opnameprocessen en actieve en passieve selectie
daarbij voor een plant toelichten en verklaren.
3 De student kan de functies en behoefte en behoefteverschillen van
verschillende voedingselementen voor planten aangeven
4 De student kan de werking van het intern transport bij planten aangeven
, zowel opwaarts als neerwaarts transport
Thema: B2 Voedselopname plant Uitgewerkt
BS06
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De student kan autotrofe en heterotrofe organismen noemen en kan de
verschillen van voedselvoorziening uitleggen voor deze organismen.
Autotrofe organismen kunnen hun eigen voedsel maken door middel van
fotosynthese. Evolutionair gezien zijn de algen waarschijnlijk de
eerste planten die via fotosynthese werkten. De chloroplasten zijn
waarschijnlijk als zelfstandige organismen via endosymbiose bij de
mitochondriën ingegroeid. Later hebben de planten zich uit het water
weten te ontwikkelen.
Heterotrofe organismen moeten direct of indirect voedsel wat van
planten komt eten om in leven te blijven.
2 De student kan de opnameprocessen en actieve en passieve selectie
daarbij voor een plant toelichten en verklaren.
Opnameprocessen:
Opname vanuit de lucht: Via de huidmondjes komt CO2 binnen, O2 wordt
uitgeademd. Ook waterdamp wordt uitgeademd, dit bevorder de doorstroom
van water met opgeloste mineralen via de houtvaten. Waterplanten nemen
daarnaast ook H2CO3 op in water.
De wortels nemen O2 op en H2O met mineralen, dat gaat dan via de
houtvaten naar de rest van de plant.
De opname vindt plaats door middel van het afstotoen van H+ ionen. De
mineralen + zitten vast aan de negatieve aarde deeltjes (klei) en laten
daar los en worden dan opgenomen in de wortels als plaatsvervangers van
H+.Het gaat o.a. om K+, Mg+, Ca+ en Cu+
Stikstof komt binnen via stikstofbindende bacteriën, andere mineralen
lossen op in water.
Er zjn wee routes die het water door de wortelharen kunnen volgen,
symplastic route, dwars door de celwanden heen en de apoplastic route
die tot de houtvaten gaat, maar het bandje van Caspari moet omzeilen en
daarom door het endodermis moet.
Mycorhiza, schimmeldraden in symbiose die helpt de oppervlakte te
BS06
Noodzakelijke bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 37: Soil and plant nutrition
BINAS 91
Achtergrond bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 35: Plant structure, growth and
development: 35.1
Chapter 36: Resource acquisition and transport in
vascular plants: 36.1, 36.3 t/m 36.5
Biologie voor jou 4 t/m 6 (nr 5: Thema 4 Hoofdstuk 2 -3)
10voorbiologie.nl
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De student kan autotrofe en heterotrofe organismen noemen en kan de
verschillen van voedselvoorziening uitleggen voor deze organismen.
2 De student kan de opnameprocessen en actieve en passieve selectie
daarbij voor een plant toelichten en verklaren.
3 De student kan de functies en behoefte en behoefteverschillen van
verschillende voedingselementen voor planten aangeven
4 De student kan de werking van het intern transport bij planten aangeven
, zowel opwaarts als neerwaarts transport
Thema: B2 Voedselopname plant Uitgewerkt
BS06
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De student kan autotrofe en heterotrofe organismen noemen en kan de
verschillen van voedselvoorziening uitleggen voor deze organismen.
Autotrofe organismen kunnen hun eigen voedsel maken door middel van
fotosynthese. Evolutionair gezien zijn de algen waarschijnlijk de
eerste planten die via fotosynthese werkten. De chloroplasten zijn
waarschijnlijk als zelfstandige organismen via endosymbiose bij de
mitochondriën ingegroeid. Later hebben de planten zich uit het water
weten te ontwikkelen.
Heterotrofe organismen moeten direct of indirect voedsel wat van
planten komt eten om in leven te blijven.
2 De student kan de opnameprocessen en actieve en passieve selectie
daarbij voor een plant toelichten en verklaren.
Opnameprocessen:
Opname vanuit de lucht: Via de huidmondjes komt CO2 binnen, O2 wordt
uitgeademd. Ook waterdamp wordt uitgeademd, dit bevorder de doorstroom
van water met opgeloste mineralen via de houtvaten. Waterplanten nemen
daarnaast ook H2CO3 op in water.
De wortels nemen O2 op en H2O met mineralen, dat gaat dan via de
houtvaten naar de rest van de plant.
De opname vindt plaats door middel van het afstotoen van H+ ionen. De
mineralen + zitten vast aan de negatieve aarde deeltjes (klei) en laten
daar los en worden dan opgenomen in de wortels als plaatsvervangers van
H+.Het gaat o.a. om K+, Mg+, Ca+ en Cu+
Stikstof komt binnen via stikstofbindende bacteriën, andere mineralen
lossen op in water.
Er zjn wee routes die het water door de wortelharen kunnen volgen,
symplastic route, dwars door de celwanden heen en de apoplastic route
die tot de houtvaten gaat, maar het bandje van Caspari moet omzeilen en
daarom door het endodermis moet.
Mycorhiza, schimmeldraden in symbiose die helpt de oppervlakte te