College 1: maandag 6 feb
Onderwerp: de hersenen
Geschiedenis: van biopsychologie
^ Extra uitleg over deze mensen uit de geschiedenis; niet heel belangrijk behalve Golgi en
Cajal.
- Decartes: mechanische relatie tussen gedrag en brein zie je terug in als er iets
kapotgaat in je brein, dat je bepaalde dingen ook niet meer kunt doen. Hij zei ook dat
de communicatie tussen ons lichaam en onze ziel via de pijnappelklier verliep.
- Galvani: deed een kikkerpootexperiment en testte dat reflexen ook een soort
elektrische lading hebben. Dat zien we terug in de zenuwcellen die eigenlijk ook
elektrische seintjes aan elkaar doorgeven.
Camillo Golgi
Hij visualiseerde zenuwcellen via de Golgikleuring. Hij deed dit door hersenweefsel te
kleuren met zilverchromaat. Zijn bijdrage was dus het visualiseren van neuronen
(zenuwcellen) in het zenuwweefsel. Door Golgi kwamen we er dus achter hoe zenuwcellen
eruitzagen. Hij heeft een grote bijdrage aan de wetenschap van nu.
Santiago Ramón y Cajal
Hij gebruikte de techniek van Golgi (Golgikleuring). Hij maakte de cellulaire structuur van
een zenuwcel zichtbaar. Hij kwam er ook achter dat deze losstaan van elkaar en dat er een
bepaalde ruimte zit tussen zenuwcellen; synaptische spleet (Sherrington bouwde hierop
voort).
,Zenuwen en hersenen bestaan niet uit vezels maar uit cellen die contact met elkaar en
andere delen van het lichaam leggen via hun eigen uitgroeisels, de dendrieten en axons, niet
via een soort klaarliggende kanalen van een organisch netwerk zoals het bloedvatenstelsel.
^ Waarschijnlijk over één van deze twee namen (Golgi en Cajal) een tentamenvraag.
Het brein: componenten
Indeling van het zenuwstelsel in twee delen:
1. Perifeer zenuwstelsel: zenuwknopen + motorische- en sensorische zenuwen. Het
perifere zenuwstelsel is opgedeeld in het autonome- en somatische zenuwstelsel.
Het autonome zenuwstelsel is voor de interactie met de omgeving en het somatische
zenuwstelsel bewaart de homeostase (evenwicht) in het lichaam zoals bij honger.
2. Centraal zenuwstelsel: hersenen + ruggenmerg. Deze is voor nu het belangrijkste.
Centrale zenuwstelsel
Beiden zijn van levensbelang; beschermd door botten.
- Hersenen: schedel beschermt brein.
- Ruggenmerg: wervelkolom beschermt het wervelkanaal.
De hersenen en het ruggenmerg worden als twee afzonderlijke organen beschouwd, maar
deze zijn een onafgebroken geheel.
Neuronavigatie
Neuronavigatie: hoe navigeren we ons door ons zenuwstelsel en brein.
- Ventraal: aan de buikzijde gelegen (in het verlengde van het ruggenmerg).
- Dorsaal: aan de rugzijde gelegen (in het verlengde van het ruggenmerg).
Bij mensen is dat lastiger dan bij dieren omdat wij op 2 benen lopen in plaats van een rat op
4. Je moet de rode en groene lijnen volgen in rechterplaatje. Je kin is ventraal en boven/op
je hoofd is het dorsaal.
Als je dit niet snapt, een filmpje op YouTube kijken.
,Het menselijk brein
Het brein is natuurlijk een 3D structuur, dus het kan van verschillende manieren benaderd
worden. Dit is belangrijk, omdat je in ieder vlak, afhankelijk van hoe het benaderd wordt, je
andere structuren kunt zien.
De drie meest belangrijke vlakken kun je zien in het plaatje:
- Saggitale vlak: deelt het lichaam in twee helften, links en rechts.
- Coronale vlak: deelt het lichaam van zijkant naar zijkant.
- Horizontale, of axiale vlak: horizontaal.
, Voorbeeld tentamenvraag: welke snede hoort bij welke term?
- Horizontale snede: je krijgt een boven- en onderste helft van je brein.
- Sagitale snede: een snede van je brein op de scheiding van je haar naar beneden.
- Coronale snede: is een snede dwars op je scheiding.
Belangrijke termen
- Anterieur: voor (ten opzichte van de voorkant van het hoofd).
In het plaatje hieronder het groene gedeelte.
- Posterieur: achter (ten opzichte van de voorkant van het hoofd).
In het plaatje hieronder het oranje gedeelte.
- Superieur: boven ten opzichte van een ander deel.
- Inferieur: onder ten opzichte van een ander deel.
- Lateraal: aan de zijkant.
- Mediaal: meer naar het midden toe.
- Mediaan: liggend op de middenlijn.
- Proximaal: dichtbij.
- Distaal: ver weg.
- Ipsilateraal: aan dezelfde kant van de hersenhelft.
- Contralateraal: aan de andere kant van de hersenhelft.
^ Oefenvraag: hoe ligt de premotor cortex ten opzichte van de primary motor cortex in dit
plaatje? Anterieur en proximaal. Het is niet superieur, want het ligt niet boven het andere
deel.