Week 2, leren en het geheugen
Ontwikkelingspsychologie deel 1: 6.2.2
Psychologie een inleiding: Hoofdstuk 4 & hoofdstuk 5
Het informatieverwerkingsmodel is een cognitieve benadering van het geheugen, die de nadruk legt
op de wijze waarop informatie systematisch verandering ondergaat bij het coderen, opslaan en
terughalen ervan.
De student weet wat de drie functies van het geheugen zijn en kan
deze herkennen in een korte casus)
Coderen
Het omzetten van informatie in een vorm die het beste in het geheugensysteem past.
Opslaan
Langdurig bewaren van de opgeslagen informatie.
Terughalen
Het lokaliseren en weer in het bewustzijn terugbrengen van informatie uit het
werkgeheugen.
De student heeft kennis van de drie stadia van geheugen en de
kenmerken van de verschillende stadia (functie, wijze van codering,
opslagcapaciteit, de duur, structuur en
biologische basis).
Sensorische geheugen
, Elk van onze sensorische zenuwbanen heeft een eigen sensorische geheugen, en elk sensorische geheugen heeft weer een
eigen uitmonding in het werkgeheugen.
Werkgeheugen
Coderen en opslaan
Chunks en chunking
Proces waarbij stukjes informatie georganiseerd worden tot een kleiner aantal betekenisvolle
eenheden (chunks). Op deze manier creëer je ruimte in het werk geheugen.
Bijvoorbeeld: een telefoon nummer opdelen in 3 delen, zo maak je van 9 chunks (619917799) 3
chunks (619 917 799) dus ben je het chunkingen.
Repeteren
Proces waarbij informatie steeds herhaald wordt om te voorkomen dat de informatie vervaagt in de
tijd dat die in het werkgeheugen zit. Repeteren vereist geen actieve verwerking.
Bijvoorbeeld: het herhalen van je telefoon nummer om het te onthouden.
Elaboratie
Proces van het werkgeheugen waarin actief wordt verwerkt door die te verbinden met kennis die al
in het langetermijngeheugen is opgeslagen.
Bijvoorbeeld: een mindmap.
Structuur en functie
Ontwikkelingspsychologie deel 1: 6.2.2
Psychologie een inleiding: Hoofdstuk 4 & hoofdstuk 5
Het informatieverwerkingsmodel is een cognitieve benadering van het geheugen, die de nadruk legt
op de wijze waarop informatie systematisch verandering ondergaat bij het coderen, opslaan en
terughalen ervan.
De student weet wat de drie functies van het geheugen zijn en kan
deze herkennen in een korte casus)
Coderen
Het omzetten van informatie in een vorm die het beste in het geheugensysteem past.
Opslaan
Langdurig bewaren van de opgeslagen informatie.
Terughalen
Het lokaliseren en weer in het bewustzijn terugbrengen van informatie uit het
werkgeheugen.
De student heeft kennis van de drie stadia van geheugen en de
kenmerken van de verschillende stadia (functie, wijze van codering,
opslagcapaciteit, de duur, structuur en
biologische basis).
Sensorische geheugen
, Elk van onze sensorische zenuwbanen heeft een eigen sensorische geheugen, en elk sensorische geheugen heeft weer een
eigen uitmonding in het werkgeheugen.
Werkgeheugen
Coderen en opslaan
Chunks en chunking
Proces waarbij stukjes informatie georganiseerd worden tot een kleiner aantal betekenisvolle
eenheden (chunks). Op deze manier creëer je ruimte in het werk geheugen.
Bijvoorbeeld: een telefoon nummer opdelen in 3 delen, zo maak je van 9 chunks (619917799) 3
chunks (619 917 799) dus ben je het chunkingen.
Repeteren
Proces waarbij informatie steeds herhaald wordt om te voorkomen dat de informatie vervaagt in de
tijd dat die in het werkgeheugen zit. Repeteren vereist geen actieve verwerking.
Bijvoorbeeld: het herhalen van je telefoon nummer om het te onthouden.
Elaboratie
Proces van het werkgeheugen waarin actief wordt verwerkt door die te verbinden met kennis die al
in het langetermijngeheugen is opgeslagen.
Bijvoorbeeld: een mindmap.
Structuur en functie