Hoofdstuk 5, Tijd van ontdekkers en hervormers (1500 - 1600)
5.1
KA: Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een
nieuwe wetenschappelijke belangstelling & de hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de
klassieke oudheid.
Tijdens de renaissance werden kunstenaars voor het eerst gezien als meer dan
opdrachtgevers. Zo kregen ze steeds meer vrijheid en steeds meer geld. Verder kwam er
tijdens de renaissance steeds meer belangstelling voor de klassieke oudheid en werden de
ideeën van de Grieken en Romeinen opnieuw gebruikt en verbeterd. Zo was er ook veel
architectuur die erg lijkt op die uit de Romeinse tijd, alleen met moderne verbeteringen en
betere dingen. Geleerden gingen zich ook richten op de studie van de klassieke oudheid. Ze
zagen zichzelf en oude geleerden uit de tijd van de Romeinen als humanisten. Dat betekent
dat ze nadruk leggen op vrijheid en waardigheid. Boven de alpen van Italië richten de
mensen zich minder op de klassieke oudheid bij het humanisme, maar meer op het
oorspronkelijke christendom. De belangrijkste leider van dit was de monnik Erasmus, die
ook het nieuwe testament heeft vertaald. Veel kunstenaars waren bezig met de autonomie
van mensen en de natuur.
5.2
KA: Het begin van de Europese overzeese expansie.
In 1415 veroverde Portugal een havenstad in Marokko. Dit was het begin van de overzeese
expansie. De overzeese expansie begon met Portugal en Spanje die als doel goud en land
hadden. Ze voeren naar Ghana en vonden daar veel goud. Na deze ontdekking voeren ze
steeds verder tot ze een zeeroute naar Indië ontdekte. Uit indië kwamen al eeuwen
handelaren met kostbare goederen. De Portugezen hoopte op veel winst als ze zelf de
goederen gingen halen. In 1448 kwamen ze aan bij Kaap de Goede hoop.
Toen leek het alsof de spanjaarden sneller waren geweest. Columbus was naar het westen
gevaren in de hoop zo een route naar indië te vinden. Maar hij kwam aan in Amerika, wat
toen gedacht werd als West-Indie. Ondertussen hadden de Portugezen een weg gevonden
naar Indië. Deze ontdekkingsreizen waren het begin van de expansie. De Portugezen
wouden geen grote delen veroveren zoals China of Japan. Daarom maakten ze overal
kleine gebieden hun eigen, en zetten ze handelsposten neer. Ook gingen portugezen in
slaven handelen, en mensen ook gebruiken op grote plantages in Brazilië, om bijv. suikerriet
te verbouwen. De Europeanen gingen ook steeds meer koloniseren in Amerika. Vaak namen
ze ziektes mee waartegen de oorspronkelijke bewoners niet tegen konden, zoals de pest.
Hierdoor is een groot deel van de indianen overleden.
5.1
KA: Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een
nieuwe wetenschappelijke belangstelling & de hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de
klassieke oudheid.
Tijdens de renaissance werden kunstenaars voor het eerst gezien als meer dan
opdrachtgevers. Zo kregen ze steeds meer vrijheid en steeds meer geld. Verder kwam er
tijdens de renaissance steeds meer belangstelling voor de klassieke oudheid en werden de
ideeën van de Grieken en Romeinen opnieuw gebruikt en verbeterd. Zo was er ook veel
architectuur die erg lijkt op die uit de Romeinse tijd, alleen met moderne verbeteringen en
betere dingen. Geleerden gingen zich ook richten op de studie van de klassieke oudheid. Ze
zagen zichzelf en oude geleerden uit de tijd van de Romeinen als humanisten. Dat betekent
dat ze nadruk leggen op vrijheid en waardigheid. Boven de alpen van Italië richten de
mensen zich minder op de klassieke oudheid bij het humanisme, maar meer op het
oorspronkelijke christendom. De belangrijkste leider van dit was de monnik Erasmus, die
ook het nieuwe testament heeft vertaald. Veel kunstenaars waren bezig met de autonomie
van mensen en de natuur.
5.2
KA: Het begin van de Europese overzeese expansie.
In 1415 veroverde Portugal een havenstad in Marokko. Dit was het begin van de overzeese
expansie. De overzeese expansie begon met Portugal en Spanje die als doel goud en land
hadden. Ze voeren naar Ghana en vonden daar veel goud. Na deze ontdekking voeren ze
steeds verder tot ze een zeeroute naar Indië ontdekte. Uit indië kwamen al eeuwen
handelaren met kostbare goederen. De Portugezen hoopte op veel winst als ze zelf de
goederen gingen halen. In 1448 kwamen ze aan bij Kaap de Goede hoop.
Toen leek het alsof de spanjaarden sneller waren geweest. Columbus was naar het westen
gevaren in de hoop zo een route naar indië te vinden. Maar hij kwam aan in Amerika, wat
toen gedacht werd als West-Indie. Ondertussen hadden de Portugezen een weg gevonden
naar Indië. Deze ontdekkingsreizen waren het begin van de expansie. De Portugezen
wouden geen grote delen veroveren zoals China of Japan. Daarom maakten ze overal
kleine gebieden hun eigen, en zetten ze handelsposten neer. Ook gingen portugezen in
slaven handelen, en mensen ook gebruiken op grote plantages in Brazilië, om bijv. suikerriet
te verbouwen. De Europeanen gingen ook steeds meer koloniseren in Amerika. Vaak namen
ze ziektes mee waartegen de oorspronkelijke bewoners niet tegen konden, zoals de pest.
Hierdoor is een groot deel van de indianen overleden.