Overzichtje
https://www.youtube.com/results?search_query=science+philosophy
Ik heb een YouTube-lijst aangemaakt met video’s over dit vak.
HOOFDSTUKKEN:
H1 Inductie & Deductie ……………………. 2
H2 Karl Popper & Falsificatie ……………… 3
H3 Kuhn & Lakatos ……………………….... 4
Paradigma’s
Anomalieën
Gestalt Shift
Incommensurabiliteit
Empirisch of Theoretisch Progressief
H4 Realisme vs. Instrumentalisme …………. 8
Realisme
Instrumentalisme
Logisch Positivisme
Onzekerheidsrelatie
H5 Verklaren & Reductionisme ……………. 10
Hempel’s Covering Law Model
Model woodward
Causaliteitsmodel
De twee vormen van reductie: Ontologie en Epistemologie
De concepten die de student kan herkennen:
• Helio-/ geocentrisme
• Paradigma's (incl paradigmaverschuiving)
• Probleemverschuiving
• Periodiek systeem
, INDUCTIE & DEDUCTIE
Deductie en inductie
"Bij inductie draait het om generalisering. Als men in verschillende situaties heeft waargenomen dat iets
telkens gebeurd, dan trekt men daaruit de conclusie dat dit altijd zal gebeuren."
Vb |
Ik wordt uitgevraagd op date door een blonde jongen. Maar ik ga ervan uit dat hij stom is op basis van de
volgende waarnemingen:
Waarneming 1: de blonde vriend van m'n mattie is vreemdgegaan
Waarneming 2: de blonde ex van m'n zus loog altijd tegen haar
Waarneming 2: de blonde man van m'n buurvrouw sloeg haar
Conclusie: Alle blonde mannen zijn stom
Maar deze conclusie klopt niet… er kunnen ook andere mogelijkheden zijn waarom deze jongen blond is.
Bijvoorbeeld omdat hij z'n haar heeft geblondeerd of misschien wordt z'n haar lichter van kleur na veel
blootstelling aan zonlicht, zoals in de zomer.
"Deductieve argumenten maken gebruik van premissen (een soort basisregels die per definitie waar zijn).
Bij een deductieve beredenering volgt de conclusie uit meerdere premissen waardoor de conclusie per
definitie waar is.
Vb |
• Alle mensen zijn sterfelijk
• Ik ben een mens
Conclusie: ik ben sterfelijk"
Deductie is dus: het afleiden van een nieuwe stelling uit bestaande stellingen.
Inductie, deductie, abductie
Wetenschappers zijn vaak aan het redeneren (zie in video twee gegeven voorbeelden).
Belangrijke vormen van redeneren zijn: deductie, inductie en abductie.
Deductief argument: is een argument waarvan het de bedoeling is dat de conclusie noodzakelijk uit de
premissen volgt.
Als de premissen waar zijn, dan zou de conclusie ook waar moeten zijn!
Abductief argument: niet-deductief argument waarbij er een verklaring wordt gegeven.
--> De premissen zijn de te verklaren zaken en de conclusie is de verklaring
Vb |
• Premisse 1: er liggen hier veel dode ratten
• Premisse 2: in de ratten zitten allemaal kleine loden bolletjes
• Conclusie (verklaring voor de premissen): de ratten zijn neergeschoten
Belangrijk kenmerk van abductie is: het biedt geen zekerheid want er zijn meerdere verkeringen
mogelijk! Er wordt gekeken naar de meest waarschijnlijke verklaring
--> misschien heeft de rattenvanger van Hamelen ze gevangen en volgestopt met lood… (dit is minder
waarschijnlijk).
Inductief argument: argument waarbij uit geobserveerde hoeveelheden tot een algemene wetmatigheid
wordt geconcludeerd.
2
https://www.youtube.com/results?search_query=science+philosophy
Ik heb een YouTube-lijst aangemaakt met video’s over dit vak.
HOOFDSTUKKEN:
H1 Inductie & Deductie ……………………. 2
H2 Karl Popper & Falsificatie ……………… 3
H3 Kuhn & Lakatos ……………………….... 4
Paradigma’s
Anomalieën
Gestalt Shift
Incommensurabiliteit
Empirisch of Theoretisch Progressief
H4 Realisme vs. Instrumentalisme …………. 8
Realisme
Instrumentalisme
Logisch Positivisme
Onzekerheidsrelatie
H5 Verklaren & Reductionisme ……………. 10
Hempel’s Covering Law Model
Model woodward
Causaliteitsmodel
De twee vormen van reductie: Ontologie en Epistemologie
De concepten die de student kan herkennen:
• Helio-/ geocentrisme
• Paradigma's (incl paradigmaverschuiving)
• Probleemverschuiving
• Periodiek systeem
, INDUCTIE & DEDUCTIE
Deductie en inductie
"Bij inductie draait het om generalisering. Als men in verschillende situaties heeft waargenomen dat iets
telkens gebeurd, dan trekt men daaruit de conclusie dat dit altijd zal gebeuren."
Vb |
Ik wordt uitgevraagd op date door een blonde jongen. Maar ik ga ervan uit dat hij stom is op basis van de
volgende waarnemingen:
Waarneming 1: de blonde vriend van m'n mattie is vreemdgegaan
Waarneming 2: de blonde ex van m'n zus loog altijd tegen haar
Waarneming 2: de blonde man van m'n buurvrouw sloeg haar
Conclusie: Alle blonde mannen zijn stom
Maar deze conclusie klopt niet… er kunnen ook andere mogelijkheden zijn waarom deze jongen blond is.
Bijvoorbeeld omdat hij z'n haar heeft geblondeerd of misschien wordt z'n haar lichter van kleur na veel
blootstelling aan zonlicht, zoals in de zomer.
"Deductieve argumenten maken gebruik van premissen (een soort basisregels die per definitie waar zijn).
Bij een deductieve beredenering volgt de conclusie uit meerdere premissen waardoor de conclusie per
definitie waar is.
Vb |
• Alle mensen zijn sterfelijk
• Ik ben een mens
Conclusie: ik ben sterfelijk"
Deductie is dus: het afleiden van een nieuwe stelling uit bestaande stellingen.
Inductie, deductie, abductie
Wetenschappers zijn vaak aan het redeneren (zie in video twee gegeven voorbeelden).
Belangrijke vormen van redeneren zijn: deductie, inductie en abductie.
Deductief argument: is een argument waarvan het de bedoeling is dat de conclusie noodzakelijk uit de
premissen volgt.
Als de premissen waar zijn, dan zou de conclusie ook waar moeten zijn!
Abductief argument: niet-deductief argument waarbij er een verklaring wordt gegeven.
--> De premissen zijn de te verklaren zaken en de conclusie is de verklaring
Vb |
• Premisse 1: er liggen hier veel dode ratten
• Premisse 2: in de ratten zitten allemaal kleine loden bolletjes
• Conclusie (verklaring voor de premissen): de ratten zijn neergeschoten
Belangrijk kenmerk van abductie is: het biedt geen zekerheid want er zijn meerdere verkeringen
mogelijk! Er wordt gekeken naar de meest waarschijnlijke verklaring
--> misschien heeft de rattenvanger van Hamelen ze gevangen en volgestopt met lood… (dit is minder
waarschijnlijk).
Inductief argument: argument waarbij uit geobserveerde hoeveelheden tot een algemene wetmatigheid
wordt geconcludeerd.
2