Voorwoord ................................................................................................................................... 1
Inhoud ......................................................................................................................................... 2
Inleiding ....................................................................................................................................... 4
Waarderingsformulieren PLP2 ....................................................................................................... 5
Reflectie PLP2 ............................................................................................................................... 9
Waarderingsformulier PLP3 tussenevaluatie..................................................................................10
Waarderingsformulier PLP3 eindgesprek .......................................................................................14
Reflectie PLP3 eindevaluatie .........................................................................................................19
Reflectie PLP3 eindgesprek ...........................................................................................................20
Stap 1: Oriëntatie op de situatie ...................................................................................................22
Stap 2: Zorgthema’s .....................................................................................................................29
2.1 Ademhaling ........................................................................................................................29
2.2 Circulatie............................................................................................................................32
2.3. Bloed ................................................................................................................................36
2. 4 Zuurstofvoorziening van het hart ........................................................................................40
2. 5 Urogenitale functies en vocht & elektrolytenbalans .............................................................41
2.5 Zuurstofvoorziening van het hart .........................................................................................43
2.6 Thermoregulatie .................................................................................................................44
2.8 Huid en afweer ...................................................................................................................46
2.9 Functioneren en zelfredzaamheid ........................................................................................47
2.10 Welbevinden ....................................................................................................................48
Stap 3: Aanvullend onderzoek ......................................................................................................49
3.1 Pneumonie.........................................................................................................................49
3.2 Decompensatio cordis ten gevolge van linkerventrikelfalen...................................................49
3.3 Atriumfibrilleren .................................................................................................................50
3.4 Urineweginfect ...................................................................................................................50
3.5 Endocarditis .......................................................................................................................50
3.6 Aanvullend onderzoek ........................................................................................................51
Stap 4: Klinisch beleid...................................................................................................................52
4.1 Uitslagen ............................................................................................................................52
4.2 Beleid op de werkdiagnosen ................................................................................................53
4.3 Verpleegkundige diagnoses .................................................................................................54
4.4 Communicatie ....................................................................................................................64
4.5 Informatie & communicatie technologieën ..........................................................................66
Stap 5: Klinisch verloop ................................................................................................................67
Stap 6: Nabeschouwing ................................................................................................................69
2
, 6.1 Patiëntveiligheid .................................................................................................................69
6.2 De kwaliteit van de beroepsuitoefening ...............................................................................70
6.3 Ethisch dilemma. ................................................................................................................71
6.4. Wat ik geleerd heb van deze casus ......................................................................................71
Bibliografie ..................................................................................................................................72
Bijlage 1: Redeneerweb ................................................................................................................76
Bijlage 2: Antiplagiaatverklaring ....................................................................................................77
3
,Inleiding
Praktijkleerperiode drie is doorlopen in het Martini Ziekenhuis op de afdeling cardiologie. De
afdeling waar de stage doorlopen is, is een beschouwende verpleegafdeling waar patiënten met
aandoeningen aan het hart komen te liggen. Veel voorkomende ziektebeelden op deze afdeling zijn;
hartfalen, endocarditis, cardiomyopathie hartritme- en geleidingsstoornissen.
Tijdens de praktijkleerperiode is de module “beargumenteren van zorg” uitgewerkt. Deze module is
eindwerk van de HBO-verpleegkunde opleiding aan de Hanzehogeschool en staat in het teken van
klinisch redeneren. Het zorgproces rondom één patiënt wordt methodisch in kaart gebracht. Hierbij
wordt elke stap in het zorgproces onderbouwd met richtlijnen en literatuur. In deze module staan de
CanMEDSsrollen zorgverlener, communicator en reflectieve EBP-professional uit het landelijk
beroepsprofiel bachelor of nursing centraal. Deze CanMEDSsrollen zijn terug te vinden in de
onderstaande leeruitkomsten behorend bij de module beargumenteren van zorg.
- De student laat zien informatie te kunnen verzamelen en combineren vanuit diverse
bronnen in de verschillende fasen van het verpleegkundig proces binnen een authentieke
hoog-complexe context.
- De student stelt op basis van klinisch redeneren het verpleegkundig proces vast binnen een
authentieke hoog-complexe context.
- De student verantwoordt met gebruikmaking van EBP het verpleegkundig proces binnen een
authentieke hoog-complexe context.
- De student voert het verpleegkundig proces zelfstandig uit en evalueert het verpleegkundig
proces binnen een authentieke hoog-complexe context.
- De student communiceert op persoonsgerichte en professionele wijze met de zorgvrager en
diens informele netwerk, waarbij voor optimale informatie-uitwisseling wordt gezorgd.
- De student past informatie en communicatietechnologieën toe als aanvulling op het per-
soonlijk contact met de zorgvrager en diens informele netwerk.
Voor het uitwerken van deze module is de ‘zes-stappen methodiek’ van Marc Bakker gekozen. Dit is
een methode waarbij de casus is zes stappen uitgewerkt wordt (Bakker & Van Heycop ten Ham,
2014). In de eerste stap wordt de huidige gezondheidssituatie van de patiënt uitgewerkt. Vervolgens
wordt in stap 2 aan de hand van zorgthema’s beschreven wat er mis is en wat voor gevolgen dit heeft
op het functioneren van de patiënt. In deze stap wordt de problematiek van de patiënt inzichtelijk
gemaakt. In stap drie wordt er gekeken welk aanvullend onderzoek nodig is om ontbrekende infor-
matie in te vullen. Vervolgens wordt er in stap vier een klinisch beleid opgesteld, hierbij worden ver-
pleegkundige diagnoses, doelen en interventies opgesteld. Het verloop van de aandoening wordt in
stap vijf besproken, hierbij worden ook de mogelijke complicaties beschreven. Stap zes draait om re-
flectie. Hierbij wordt er teruggeblikt op het zorgproces en wordt er gekeken waar verbeterpunten
liggen. Er is gekozen voor de ‘zes-stappen methodiek’ omdat het een gestructureerde manier is om
een patiënt in kaart te brengen (Bakker & van Heycop ten Ham, 2014).
Voor de uitwerking van deze module is de casus van dhr. X gekozen. Dhr. X is een 73-jarige man. Hij is
vanuit de thuissituatie binnengekomen op de spoedeisende hulp met algehele malaise, koorts en
toenemende kortademigheid. Vanaf de spoedeisende hulp is dhr. overgeplaatst naar afdeling 1B car-
diologie. De casus van dhr. X zal door middel van de 6-stappen methodiek uitgewerkt worden.
De gekozen is casus is hoog complex omdat er naast de werkdiagnoses verschillende nevendiagnoses
spelen. Tevens is er sprake van comorbiditeit en leefstijlrisico’s die het beloop van de ziekte minder
voorspelbaar maken.
4
,Stap 1: Oriëntatie op de situatie
De patiënt zal in kaart worden gebracht aan de hand van de SBAR. De SBAR is een hulpmiddel die
ontwikkeld is voor het overdragen van patiënten. Het zorgt voor een gestructureerde overdracht
waarin alle belangrijke informatie vermeld wordt (Bakker & Van Heycop ten Ham, 2014). Er is voor de
SBAR gekozen omdat de SBAR ervoor zorgt dat er op een gestructureerde manier informatie over de
patiënt gegeven wordt. In de SBAR zijn verschillende redeneerhulpen gebruikt zoals de alarmscore,
de SIRS-criteris, de ABCDE-methodiek en de SCEGS.
Situation
Het gaat om dhr. X geboren op 28-12-1949. Hij is vandaag opgenomen in het Martini Ziekenhuis
op afdeling 1B Cardiologie. Op dit is er sprake van algehele malaise en met een temperatuur van
38.7 graden wat betekent dat hij koorts heeft. Daarnaast is dhr. kortademig wat bij inspanning
verergert.
Dhr. voelt zich sinds een week niet lekker, heeft daarbij koorts en voelt zich erg vermoeid. Sinds
twee dagen is dhr. ook toenemend benauwd. Vanmorgen werd meneer wakker met hevige
benauwdheid waarop dhr. zijn zoon ingelicht heeft. Zijn zoon is met dhr. naar de spoedeisende
hulp gekomen.
Op de spoedeisende hulp hebben ze alvast bloed geprikt. Hierbij zijn de volgende waarden in kaart
gebracht: CRP, leukocyten, ureum, eGFR, creatinine, hemoglobine, hematocriet, ASAT, ALAT,
erytrocyten, natrium, kalium. Daarnaast hebben ze dhr. aangesloten op 2 liter zuurstof.
Dhr. woont zelfstandig in een gelijkvloerse woning. Hij heeft twee keer per week een uurtje hulp
bij het huishouden verder is dhr. volledig zelfstandig. De laatste week ging de ADL erg moeizaam
vanwege de vermoeidheid en later ook de benauwdheid. Voor dat dhr. ziek werd deed hij de ADL
zelfstandig. Dhr. laat de boodschappen thuisbezorgen. Dhr. krijgt drie dagen per week eten via
tafeltje dekje, de andere dagen kookt hij zelf. Dhr. loopt korte afstanden zonder hulpmiddel.
Buitenhuis loopt hij met een rollator, dit kan hij goed volhouden. Dhr. woont op dit moment
alleen. Eerder woonde hij samen met zijn vrouw maar zij is 10 jaar geleden overleden.
Background
Dhr. is opgenomen met toenemende benauwdheid, algehele malaise en koorts.
Voorgeschiedenis:
- Diabetes type 2
- Essentiele hypertensie
- Hypercholesterolemie
- Atriumfibrilleren
- 2016: aortaklepvervanging waarbij er een bio aortaklep geplaatst is.
Allergieën
- Geen bekende allergieën
Medicatie
Amlodipine 5 mg 07:00 1 stuk Calciumantagonist, zorgt voor vasodilatatie en verlaagd
daarmee de bloeddruk. Geïndiceerd bij atriumfibrilleren
en hypertensie (Apotheek.nl, 2021).
22
, Apixaban 5 mg 07:00 1 stuk Anticoagulantium, verlaagd het risico op trombose ten
18:00 1 stuk gevolge van atriumfibrilleren (Apotheek.nl, 2022)
Gliclazide 30 mg 07:00 4 stuks Sulfonylureumderivaat, verlaagd de bloedsuiker,
geïndiceerd bij diabetes type 2 (Farmacotherapeutisch
kompas, s.d.).
Metroprololsuccinaat 07:00 1 stuk Bètablokker, verlaagd de hartslag en de bloeddruk.
50 mg Geïndiceerd bij hypertensie en atriumfibrilleren
(Apotheek.nl, 2022)
Omeprazol 40 mg 07:00 1 stuk Protonpompremmer, verminderd de aanmaak van
maagzuur (Farmacotherapeutisch kompas, s.d.).
Paracetemol 07:00 2 stuks Aceetanilidederivaat, verminderd pijn en verlaagd
12:00 2 stuks koorts (Farmacotherapeutisch kompas, s.d.).
18:00 2 stuks
22:00 2 stuks
Rosuvastatine 20 mg 22:00 1 stuk Cholesterolsyntheseremmers, verlaagd cholesterol en
andere vetten in het bloed. Geïndiceerd bij
hypercholesterolemie (Apotheek.nl, 2021).
Insuline glargine 22:00 34 eh Insulinen, verlaagt de bloedglucose, door de opname
van glucose door de cellen te verhogen en de afgifte van
glucose door de lever te verlagen
(Farmacotherapeutisch kompas, s.d).
Behandelbeleid
Dhr. heeft de volgende behandelbeperkingen:
- Niet reanimeren
- Niet beademen
- Geen opname op de intensive care
Assessment
Alarmscore
De alarmscore wordt gebruikt in het Martini Ziekenhuis. De alarmscore een afgeleide van de early
warning score. De alarmscore is een hulpmiddel bij het interpreteren van de vitale parameters
(Alam et al., 2014). Wanneer de waarde van de vitale parameter zich buiten de grenzen bevind
worden er punten toegekend, hoe hoger het punten aantal hoe meer de patiënt vitaal bedreigd is
(Bakker & Van Heycop ten Ham, 2014). De alarmscore is dan ook ontwikkeld om vitaal bedreigde
patiënten snel te ondervangen (Alam et al., 2014). De alarmscore wordt op de verpleegafdelingen
drie keer per dag afgenomen zo ook op afdeling 1B cardiologie.
De vitale parameters zijn bij dhr. gemeten en beoordeelt aan de hand van de alarmscore:
Hartfrequentie 126 bpm > score 2
Bloeddruk systolisch 167 > score 0
Ademfrequentie 21 > score 0
Temperatuur 38,7 > score 1
Bewustzijn Alert > score 0
Ongerust over de patiënt Ja > score 1
23
, Urineproductie <75 ml gedurende de Niet bekend
afgelopen 4 uur?
Indien saturatie < 90 ondanks therapie? Nee > score 0
Totaal alarmscore: 6 punten
Dhr. scoort zes punten op de alarmscore, dit betekent dat meerdere parameters buiten de
normaalwaarden vallen. Zo kan men zien dat de hartfrequentie en de temperatuur verhoogd zijn,
dit zou kunnen passen bij het beeld van een infectie (Yamamoto et al., 2016). Daarnaast is de
hartfrequentie irregulair dit wijst op atriumfibrilleren (Gunst & Pigmans, 2013). Tevens is de
ademfrequentie verhoogd wat kan wijzen op een probleem in de longen of overvulling door
linkerventrikel falen (Schiff et al., 2003). Ook wordt er door de verpleegkundige aangegeven dat zij
ongerust is over de situatie waarin de patiënt verkeerd. De situatie maakt de verpleegkundige
ongerust omdat dhr. een ernstig infectiebeeld laat zien. Er wordt namelijk 38.7 graden koorts
gemeten terwijl meneer vier keer daags paracetamol slikt wat koortsverlagend werkt (Dippel et
al., 2001). De daadwerkelijke lichaamstemperatuur zou dus nog een stuk hoger kunnen liggen.
Daarnaast laat meneer afwijkende parameters ziet waarbij hij ook klachten heeft, wat er voor
zorgt dat de verpleegkundige de situatie als niet pluis beschouwd.
Bloedbeeld
Bij binnenkomst op de spoedeisende hulp is er bloed geprikt, de uitslagen zijn als volgt:
Opnamedag 1 Normaalwaarden
CRP 161 mg/l <5 mg/l
Leukocyten 14.7 x 109/l 4,0 x 109 – 10.0 x 109/l
Ureum 5.7 µmol/l 3.0 – 7.0 µmol/l
eGFR 95 ml/min/1.73m2 >90 ml/min/1.73m 2
Creatinine 80 µmol/l 65-110 µmol/l
HB 9.1 8,5-10.0 mmol/l
HT 43% 40-50%
ASAT 23 U/l < 40 U/l
ALAT 28 U/l < 45 U/l
Erytrocyten 5,4 x 1012/l 4,5-6.0 x 1012/l
Natrium 136 mmol/l 135-145 mmol/l
Kalium 4,2 mmol/l 3.6-5.1 mmol/l
Het verhoogde CRP en leukocytenaantal kunnen wijzen op een infectie (Bakker, 2022). Dhr. heeft
in het verleden een bio aortaklep gekregen. Een bekend gegeven is mensen met een bioklep meer
risico lopen op endocarditis (Østergaard et al., 2018). Het verhoogde CRP en leukocytenaantal in
combinatie met koorts zou kunnen wijzen op endocarditis. Daarnaast is bekend dat dhr. een
verhoogde ademarbeid heeft, dit in combinatie met koorts en een verhoogde hartslag en CRP zou
kunnen wijzen op een pneumonie. Tevens zal de urine van dhr. onderzocht worden op een
eventuele urineweginfectie. Een urineweginfectie zou namelijk ook het hoge CRP en
leukocytenaantal kunnen verklaren (Bakker, 2022).
SIRS-criteria
Door de SIRS-criteria na te lopen kan een sepsis vroegtijdig in beeld gebracht worden (Kaukonen et
al, 2015). De criteria bestaan uit een aantal specifieke paramaters voor het hebben van een sepsis.
Wanneer een patiënt aan twee van de vier criteria voldoet en er een infectiefocus is wordt er
gesproken van een sepsis (Bakker & Van Heycop ten Ham, 2014; Kaukonen et al, 2015). Aangezien
24