Kenmerken lang bot
Het botweefsel leeft. Er is constant bot opbouw en bot afbouw. Elke keer
worden er nieuwe botcellen aangemaakt.
Ook lopen er bloedvaten in het bot (deels zuurstof).
Rondom het bot zit het periost. Het
periost is een vlies wat aan de buitenkant zit
(peri = buitenkant). In het periost
zitten heel veel zenuwen die bij
fracturen voor de pijn zorgen.
De binnenkant van het bot
noemen we het endost
(endo = binnenkant).
Kenmerken compact bot
Osteocyten zijn
botcellen. Osteo = bot,
cyten = cellen.
Tussen botstructuren in
lopen bloedvaten. Osteon
is een rondje wat we het systeem van Havers noemen. In het osteon
komen alle bloedvaten samen.
Het bot is opgebouwd uit botbalkjes (trabeculae). Bij osteoporose nemen
de botbalkjes, en daarmee dus de stevigheid van het bot af.
, Fractuur classificatie
De naam van een fractuur wordt bepaald door:
- Bot (naam)
- Segment (bijvoorbeeld proximaal metafyse)
- Type (bijvoorbeeld intra articulair)
Proximaal = dichtbij
Distaal = ver weg
Fracturen
Green stick
Twijgtak fractuur. Breekt, maar
blijft nog ‘heel’.
Gecompliceerde (open) fractuur
Bij een open fractuur steekt het bot naar buiten uit.
Hierbij is er kans op infectiegevaar ivm port entree.
Comminutieve fractuur
Heel veel fracturen bij elkaar.
Dit noemen we ook wel verbrijzeld.
Avulsie fractuur
Klein stukje bot eraf (chipje).
Intra-articulaire fractuur
Een fractuur die zich in het gewricht bevindt.
De breuk loopt door tot in het gewricht.
Radius (spaakbeen) is kapot. Ulna (ellepijp).
= distale breuk, want de fractuur is ver van je af (bij de pols).
Geinclaveerde fractuur
Een fractuur waarbij het bot naar binnen wordt geduwd.
De fractuur delen zijn over elkaar heen geschoven.
Hierdoor wordt het bot naar binnen geduwd.
Dit gebeurt vaak door de spieren.
Deze trekken de bot delen over elkaar heen.