Klassieke oudheid - Kunst samenvatting van Vwo5
Onze visie van de Grieken
Renaissance en neo classicisme (tot begin 19e eeuw)
1. Vooral kopieën bekend, originelen niet minuscuul onderzocht
2. Plinius verwierp uitbundigheid, ook qua kleur en materiaal in de beeldende kunst van
zijn tijd, dat ideaal is verloren gegaan.
19e eeuw - archeologische vondsten
‘Grieken hebben van alle volken misschien wel de grootste liefde voor schreeuwerige
kleuren.
Sinds de renaissance maken kunstenaars klassieke beelden in wit marmer.
- Ontwikkeling van de Griekse beeldende kunst in 3 fases:
1. Archaïsche periode (640-490 v.CHr)
2. Klassieke periode (490-323 v.Chr)
3. Hellenistische periode (323-27 v.Chr)
Archaïsche periode
- In Egypte vooral
- Meer beweging
- Op zoek naar natuurgetrouwheid
6e eeuw voor Christus → eerste stenen tempels, Dorische stijl
Schoonheid door symmetrie en herhalen van gestileerde vormen,
kenmerken voorstelling:
- Kijkt recht voor zich uit
- Een been of arm (licht) naar voren
- Gewicht op beide voeten
- Armen langs het lichaam, vuisten vaak gebald
- Schematische krullende haren als ronde kralen
- Expressieloze glimlach
- Beginnende interesse voor anatomie (schematisch aangeven van spieren)
Vormgeving: compositie is statisch en symmetrisch.
Klassieke periode
Door oostelijke invloeden (uitbundige decoratie) ontstaat ionische orde, deze hoort bij de
klassieke fase
Zuilen zijn slanker, op een basement en met krullen versierde kapiteel.
Kenmerken voorstelling:
- Contraposto
- Een serene uitdrukking op het gezicht.
- Heel goede anatomie (spieren perfect weergegeven)
- Geïdealiseerde weergave
- Uitvoering realistische plooien in gewaden
, Hellenistische periode
Griekse cultuur spreidt zich uit buiten de Griekse gebieden (Alexander de grote en daarna
de Romeinen)
Uitbundig versierde korinthische orde ontstaat, maar gebruikt in Rome dan in Griekenland
zelf.
Kenmerken voorstelling:
- Stevige gespierde lichamen
- zeer expressief
- Voorkeur voor sterke emoties
- Grote bewegingen
- Steeds meer natuurgetrouwheid
- Loslaten van contraposto
- Plooien van de kleding zijn heel dun
- Vaker beelden in groepen
Met veel vakmanschap waren de latere beeldhouwers in staat om dunne kleding die zich
naar het lichaam voegt in steen weergegeven. De plooien lijken soepel om het lichaam te
vallen, alsof de stof nat is.
Door Romeinse invloeden ontstaan er natuurgetrouwe graf portretten.
Onze visie van de Grieken
Renaissance en neo classicisme (tot begin 19e eeuw)
1. Vooral kopieën bekend, originelen niet minuscuul onderzocht
2. Plinius verwierp uitbundigheid, ook qua kleur en materiaal in de beeldende kunst van
zijn tijd, dat ideaal is verloren gegaan.
19e eeuw - archeologische vondsten
‘Grieken hebben van alle volken misschien wel de grootste liefde voor schreeuwerige
kleuren.
Sinds de renaissance maken kunstenaars klassieke beelden in wit marmer.
- Ontwikkeling van de Griekse beeldende kunst in 3 fases:
1. Archaïsche periode (640-490 v.CHr)
2. Klassieke periode (490-323 v.Chr)
3. Hellenistische periode (323-27 v.Chr)
Archaïsche periode
- In Egypte vooral
- Meer beweging
- Op zoek naar natuurgetrouwheid
6e eeuw voor Christus → eerste stenen tempels, Dorische stijl
Schoonheid door symmetrie en herhalen van gestileerde vormen,
kenmerken voorstelling:
- Kijkt recht voor zich uit
- Een been of arm (licht) naar voren
- Gewicht op beide voeten
- Armen langs het lichaam, vuisten vaak gebald
- Schematische krullende haren als ronde kralen
- Expressieloze glimlach
- Beginnende interesse voor anatomie (schematisch aangeven van spieren)
Vormgeving: compositie is statisch en symmetrisch.
Klassieke periode
Door oostelijke invloeden (uitbundige decoratie) ontstaat ionische orde, deze hoort bij de
klassieke fase
Zuilen zijn slanker, op een basement en met krullen versierde kapiteel.
Kenmerken voorstelling:
- Contraposto
- Een serene uitdrukking op het gezicht.
- Heel goede anatomie (spieren perfect weergegeven)
- Geïdealiseerde weergave
- Uitvoering realistische plooien in gewaden
, Hellenistische periode
Griekse cultuur spreidt zich uit buiten de Griekse gebieden (Alexander de grote en daarna
de Romeinen)
Uitbundig versierde korinthische orde ontstaat, maar gebruikt in Rome dan in Griekenland
zelf.
Kenmerken voorstelling:
- Stevige gespierde lichamen
- zeer expressief
- Voorkeur voor sterke emoties
- Grote bewegingen
- Steeds meer natuurgetrouwheid
- Loslaten van contraposto
- Plooien van de kleding zijn heel dun
- Vaker beelden in groepen
Met veel vakmanschap waren de latere beeldhouwers in staat om dunne kleding die zich
naar het lichaam voegt in steen weergegeven. De plooien lijken soepel om het lichaam te
vallen, alsof de stof nat is.
Door Romeinse invloeden ontstaan er natuurgetrouwe graf portretten.