Def-Aardrijkskunde
Klimaat & Landschap
Klimaten
Tropisch klimaatzone (23 NB, 23 ZB)
- savanneklimaat (graslandschap, soms een boom)
- regenwoudklimaat (heel veel regen)
Droge klimaatzone (30 NB, 30 ZB)
- woestijnklimaat (overdag heel heet, ’s nachts heel koud)
- steppeklimaat
Gematigd klimaatzone (tussen 40 en 55 NB, ZB)
- 4 seizoenen
- landklimaat (koude winters en zomers warmer)
- zeeklimaat (minder strenge winters en minder warme zomers)
Rond de Middellandse zee
- middellandse zeeklimaat (natte winters, droge zomers)
vakantiebestemming
Koude klimaatzone (Noord- en Zuidpool)
- poolklimaat
- hooggebergteklimaat (ligt op diverse plekken, bergen)
- toendra’s (gras en kleine struikjes)
Landschappen
Natuurlandschap = is door de natuur ontstaan
Cultuurlandschap = hier zijn sporen van mensen te zien
Reliëf = niet vlak
Rivier (landschap)
Kribben zorgen dat het water naar het midden gaat voor de stroming dat is fijn voor de
vaart.
Rivier met stroming
Kanaal (gemaakt) waterpas, geen stroming
In Laag NL geen heuvels, alleen de duinen
In Hoog NL komen heuvels wel voor
Bergen
Doordat de warme lucht opstijgt ontstaan er wolken. Hoe hoger het komt hoe mee het
afkoelt. Vandaar de sneeuwgrens en de boomgrens. De kant waar de wind vandaan komt
heet de loefzijde. Deze is vaak natter en kouder, vochtige lucht. De andere kant heet de
lijzijde. Dit heet ook wel de regenschaduwkant, droge lucht. M,
Klimaat & Landschap
Klimaten
Tropisch klimaatzone (23 NB, 23 ZB)
- savanneklimaat (graslandschap, soms een boom)
- regenwoudklimaat (heel veel regen)
Droge klimaatzone (30 NB, 30 ZB)
- woestijnklimaat (overdag heel heet, ’s nachts heel koud)
- steppeklimaat
Gematigd klimaatzone (tussen 40 en 55 NB, ZB)
- 4 seizoenen
- landklimaat (koude winters en zomers warmer)
- zeeklimaat (minder strenge winters en minder warme zomers)
Rond de Middellandse zee
- middellandse zeeklimaat (natte winters, droge zomers)
vakantiebestemming
Koude klimaatzone (Noord- en Zuidpool)
- poolklimaat
- hooggebergteklimaat (ligt op diverse plekken, bergen)
- toendra’s (gras en kleine struikjes)
Landschappen
Natuurlandschap = is door de natuur ontstaan
Cultuurlandschap = hier zijn sporen van mensen te zien
Reliëf = niet vlak
Rivier (landschap)
Kribben zorgen dat het water naar het midden gaat voor de stroming dat is fijn voor de
vaart.
Rivier met stroming
Kanaal (gemaakt) waterpas, geen stroming
In Laag NL geen heuvels, alleen de duinen
In Hoog NL komen heuvels wel voor
Bergen
Doordat de warme lucht opstijgt ontstaan er wolken. Hoe hoger het komt hoe mee het
afkoelt. Vandaar de sneeuwgrens en de boomgrens. De kant waar de wind vandaan komt
heet de loefzijde. Deze is vaak natter en kouder, vochtige lucht. De andere kant heet de
lijzijde. Dit heet ook wel de regenschaduwkant, droge lucht. M,