BVO Blok 2
1. De student kent de essentie van en toelichting bij kerndoel 54: vormgeven en herkent de
bijhorende leerlijnen.
2. De student kan de relatie tussen kerndoel 54 en de productcomponenten van het
cirkelmodel uitleggen.
3. De student kan de kern van beeldend onderwijs herkennen en toelichten aan de hand van
het ‘cirkelmodel’ en kan de samenhang tussen proces- en productcomponenten beschrijven.
4. De student kan een beeldende doelstelling formuleren met behulp van het basisplan en kan
bijpassende evaluatiecriteria formuleren.
5. De student kan een beeldende doelstelling formuleren a.d.h.v een methodeles.
6. De student beschikt over kennis van materialen en technieken die in de lessen behandeld
zijn.
7. De student kan de begrippen productie, receptie en reflectie in relatie brengen met beeldend
onderwijs.
8. De student kan de deelbegrippen behorende bij de beeldaspecten definiëren.
9. De student kan afbeeldingen op relevantie voor de deelbegrippen van de beeldaspecten
beoordelen en selecteren.
1. De student kent de essentie van en toelichting bij kerndoel 54: vormgeven en herkent de
bijhorende leerlijnen.
2. De student kan de relatie tussen kerndoel 54 en de productcomponenten van het
cirkelmodel uitleggen.
3. De student kan de kern van beeldend onderwijs herkennen en toelichten aan de hand van
het ‘cirkelmodel’ en kan de samenhang tussen proces- en productcomponenten beschrijven.
4. De student kan een beeldende doelstelling formuleren met behulp van het basisplan en kan
bijpassende evaluatiecriteria formuleren.
5. De student kan een beeldende doelstelling formuleren a.d.h.v een methodeles.
6. De student beschikt over kennis van materialen en technieken die in de lessen behandeld
zijn.
7. De student kan de begrippen productie, receptie en reflectie in relatie brengen met beeldend
onderwijs.
8. De student kan de deelbegrippen behorende bij de beeldaspecten definiëren.
9. De student kan afbeeldingen op relevantie voor de deelbegrippen van de beeldaspecten
beoordelen en selecteren.