Leerdoelen:
- Anatomie van het oog (uit oogheelkunde en zakboek)
o Diepte snijzaal practicum aanhouden
o Ook oogbol lagen
- Fysiologie van het oog
o Hoofdstuk uit oogheelkunde
o Baansystemen visus
o Accommodatie en presbyopie
o Oogbewegingen
- Normale ontwikkeling van de visus
- Staar (lijstje)
- Glaucoom (lijstje) – niet medicamenteuze behandeling
in detail uitwerken
- Macula degeneratie (lijstje)
- Retinoblastoom – kort snappen wat het is
- Emmetropie en refractie afwijkingen
- Amblyopie en strabismus
Anatomie van het oog
Tunica fibrosaL sclera en cornea
De buitenste omhulling van de oogbol is de harde rok of sclera. Het voorste gedeelte van de
omhulling vertoont een stere kromming en is doorzichtig: dit is de cornea (= hoornvlies).
De sclera en cornea vormen samen een stevig omhulsel, dat door intraoculaire druk spanning blijft
zodat de vorm van het oog behouden blijft. Dit is van belang in verband met de optische
eigenschappen van het oog. De cornea is doorzichtig en bestaat uit vijf lagen. Van voor naar achter
zijn dat: epitheel, membraan van Bowman, stroma, membraan van Descemet en endotheel. Het
epitheel vormt de meest oppervlakkige laag en neemt ongeveer 10% van de totale dikte in beslag,
het stroma ongeveer de overige 90%. De helderheid van de cornea wordt veroorzaakt door de
parallelle opbouw van de cornealamellen.
Het watergehalte in de cornea is relatief gering, wat van groot belang is voor de helderheid. De
ontwaterde toestand wordt op peil gehouden door een pompmechanisme dat voornamelijk is
gelokaliseerd in het hoornvlies-endotheel. Normaal gesproken bevat de cornea geen bloedvaten.
De cornea is rijk aan sensibele zenuwuiteinde, vandaar de hevige pijnen die ook na geringe
beschadigingen van het epitheel ontstaan. De cornea vormt samen met de lens het voornaamste
onderdeel van het optische systeem. Omdat het verschil in brekingsindex tussen lucht en water groot
is, is het aandeel van de cornea in de totale refractie van het oog, groter dan dat van de lens.
Tunica vasculosa: uvea
De uvea bestaat uit drie delen: choroidea (vaatvlies), corpus ciliare en iris. De choroidea is
opgebouwd uit een laag van relatief grote vaten aan de buitenkant (lamina vasculosa) en een laag
van fijne vaatjes (lamina choroidocapillaris) aan de binnenkant, die direct tegen het pigmentblad van
de retina aan ligt. de lamina choroidocapillaris bezit een bijzonder dicht vlechtwerk van vaatjes,
vooral in het gebied van de fovea centralis. Deze is namelijk volledig aangewezen op voorziening
vanuit de choroidea. Het bloed van de choroidea wordt afgevoerd via de v. vorticosae.
In het voorste gedeelte van de oogbo wordt de uvea dikker en bevat deze spiervezels. Hier ligt het
corpus ciliare. Dit bevat radiair en circulair verlopende spierbundels, de zogeheten musculus ciliaris
(parasympatisch). Deze spier is belangrijk bij accommodatie.
De iris is een diafragma rond een centrale opening, de pupil. Hierdoor wordt de hoeveelheid licht die
het oog binnenvalt geregeld. Twee gladde spiertjes reguleren de pupilgrootte: de m. sphincter
pupillae (parasympatisch) en de m. dilator pupillae (sympathisch).
- Anatomie van het oog (uit oogheelkunde en zakboek)
o Diepte snijzaal practicum aanhouden
o Ook oogbol lagen
- Fysiologie van het oog
o Hoofdstuk uit oogheelkunde
o Baansystemen visus
o Accommodatie en presbyopie
o Oogbewegingen
- Normale ontwikkeling van de visus
- Staar (lijstje)
- Glaucoom (lijstje) – niet medicamenteuze behandeling
in detail uitwerken
- Macula degeneratie (lijstje)
- Retinoblastoom – kort snappen wat het is
- Emmetropie en refractie afwijkingen
- Amblyopie en strabismus
Anatomie van het oog
Tunica fibrosaL sclera en cornea
De buitenste omhulling van de oogbol is de harde rok of sclera. Het voorste gedeelte van de
omhulling vertoont een stere kromming en is doorzichtig: dit is de cornea (= hoornvlies).
De sclera en cornea vormen samen een stevig omhulsel, dat door intraoculaire druk spanning blijft
zodat de vorm van het oog behouden blijft. Dit is van belang in verband met de optische
eigenschappen van het oog. De cornea is doorzichtig en bestaat uit vijf lagen. Van voor naar achter
zijn dat: epitheel, membraan van Bowman, stroma, membraan van Descemet en endotheel. Het
epitheel vormt de meest oppervlakkige laag en neemt ongeveer 10% van de totale dikte in beslag,
het stroma ongeveer de overige 90%. De helderheid van de cornea wordt veroorzaakt door de
parallelle opbouw van de cornealamellen.
Het watergehalte in de cornea is relatief gering, wat van groot belang is voor de helderheid. De
ontwaterde toestand wordt op peil gehouden door een pompmechanisme dat voornamelijk is
gelokaliseerd in het hoornvlies-endotheel. Normaal gesproken bevat de cornea geen bloedvaten.
De cornea is rijk aan sensibele zenuwuiteinde, vandaar de hevige pijnen die ook na geringe
beschadigingen van het epitheel ontstaan. De cornea vormt samen met de lens het voornaamste
onderdeel van het optische systeem. Omdat het verschil in brekingsindex tussen lucht en water groot
is, is het aandeel van de cornea in de totale refractie van het oog, groter dan dat van de lens.
Tunica vasculosa: uvea
De uvea bestaat uit drie delen: choroidea (vaatvlies), corpus ciliare en iris. De choroidea is
opgebouwd uit een laag van relatief grote vaten aan de buitenkant (lamina vasculosa) en een laag
van fijne vaatjes (lamina choroidocapillaris) aan de binnenkant, die direct tegen het pigmentblad van
de retina aan ligt. de lamina choroidocapillaris bezit een bijzonder dicht vlechtwerk van vaatjes,
vooral in het gebied van de fovea centralis. Deze is namelijk volledig aangewezen op voorziening
vanuit de choroidea. Het bloed van de choroidea wordt afgevoerd via de v. vorticosae.
In het voorste gedeelte van de oogbo wordt de uvea dikker en bevat deze spiervezels. Hier ligt het
corpus ciliare. Dit bevat radiair en circulair verlopende spierbundels, de zogeheten musculus ciliaris
(parasympatisch). Deze spier is belangrijk bij accommodatie.
De iris is een diafragma rond een centrale opening, de pupil. Hierdoor wordt de hoeveelheid licht die
het oog binnenvalt geregeld. Twee gladde spiertjes reguleren de pupilgrootte: de m. sphincter
pupillae (parasympatisch) en de m. dilator pupillae (sympathisch).