Koolstofchemie
Koolhydraat = een koolstofverbinding met algemene formule CnH2mOm → dient als
lichaamsbrandstof of stevigheid in celwanden.
Sachariden/suikers zijn koolhydraten die bestaan uit ringvormige eenheden met 5 of 6
atomen per ring:
- Monosachariden: molecuul bestaande uit één ring (glucose)
- Disachariden: molecuul bestaande uit twee ringen (sacharose)
- Kan ontstaan door condensatiereactie uit 2 monosachariden waarbij ook
water ontstaat
- Polysachariden: molecuul met meerdere ringen, ook gevolg van condensatiereactie.
Bij ꭤ(1→4)ß-binding, bindt de OH-groep van C1 van monosacharide ꭤ met OH-groep van
C4 van monosacharide ß.
------------------------------------------
Oliën en vetten zijn esters van glycerol en vetzuren: carbonzuren met een lange
koolstofketen.
Vorming van vet:
OH-groep van vetzuur vormt water met H van glycerol.
De meeste oliën en vetten zijn tri-esters van glycerol = triglyceriden (lipiden).
Vetzuren waarin c=c bindingen voorkomen heten onverzadigde vetzuren.
Vetzuren die je niet zelf kan aanmaken heten essentiële vetzuren.
Vet = vaste stof bij kamertemperatuur: bevatten alleen verzadigde vetzuren die de
tussenruimte klein houden → sterke vanderwaalsbinding → hoger smeltpunt.
Olie = vloeibaar bij kamertemperatuur: bevatten ook onverzadigde vetzuren die een
onregelmatige structuur vormen met daardoor zwakkere bindingen.
------------------------------------------------------
Koolhydraat = een koolstofverbinding met algemene formule CnH2mOm → dient als
lichaamsbrandstof of stevigheid in celwanden.
Sachariden/suikers zijn koolhydraten die bestaan uit ringvormige eenheden met 5 of 6
atomen per ring:
- Monosachariden: molecuul bestaande uit één ring (glucose)
- Disachariden: molecuul bestaande uit twee ringen (sacharose)
- Kan ontstaan door condensatiereactie uit 2 monosachariden waarbij ook
water ontstaat
- Polysachariden: molecuul met meerdere ringen, ook gevolg van condensatiereactie.
Bij ꭤ(1→4)ß-binding, bindt de OH-groep van C1 van monosacharide ꭤ met OH-groep van
C4 van monosacharide ß.
------------------------------------------
Oliën en vetten zijn esters van glycerol en vetzuren: carbonzuren met een lange
koolstofketen.
Vorming van vet:
OH-groep van vetzuur vormt water met H van glycerol.
De meeste oliën en vetten zijn tri-esters van glycerol = triglyceriden (lipiden).
Vetzuren waarin c=c bindingen voorkomen heten onverzadigde vetzuren.
Vetzuren die je niet zelf kan aanmaken heten essentiële vetzuren.
Vet = vaste stof bij kamertemperatuur: bevatten alleen verzadigde vetzuren die de
tussenruimte klein houden → sterke vanderwaalsbinding → hoger smeltpunt.
Olie = vloeibaar bij kamertemperatuur: bevatten ook onverzadigde vetzuren die een
onregelmatige structuur vormen met daardoor zwakkere bindingen.
------------------------------------------------------