Thema 4. De rechtsbronnen (1): wetgevende bevoegdheid, soorten wetgeving
Het woord ‘wet’ of ‘wetgeving’
1) Wet in formele zin;
Parlementaire wetgeving (overheidsbesluit van R+SG: wetgeving waarbij parlement
betrokken was), bijvoorbeeld:
n BW
n WvSr
n Wet wapens en munitie, etc. etc.
à Art. 81 GW
à Totstandkoming procedure van wet in formele zin is geregeld in de grondwet; in de grondwet
staat dus wie juridisch gezien degene die wetten maakt
- Inhoud?:
n Meestal avv à art. 2.2 Wet dieren; zowel formeel als materieel
n Soms geen avv, maar een beschikking: wet in bloot-formele zin (alleen een wet in
formele zin, materieel geen wet want er staan geen algemene regels inà art. 28
GW
Procedure totstandkoming wetten formele zin:
1. Wetsvoorstel dat gewoonlijk ontworpen wordt door regering. Meestal gemaakt door
departement(en) waar het wetsvoorstel in thuishoort. Dan wordt het besproken in de
ministerraad. Art. 82 Gw à Tweede Kamer heeft het recht van initiatief.
2. Wetsvoorstel gaat naar Raad van State. Voorziet het voorstel van een openbaar advies (art.
73 Gw) en bevat vaak suggesties om bepaalde onderdelen van het wetsvoorstel te wijzigen.
Soms komt de desbetreffende minister met een nota van wijziging.
3. Wetsvoorstel wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Geschiedt namens de Koning. In elk
wetsvoorstel wordt een Koninklijke boodschap gezet. Staat in de aanhef van het
wetsvoorstel en bevat de “considerans”à korte omschrijving van de reden om het
betreffende onderwerp bij wet in formele zin te regelen. Ook is een memorie van toelichting
(MvT) aan een wetsvoorstel toegevoegd à beweegredenen om het wetsvoorstel in te
dienen plus artikelsgewijs commentaar op het wetsvoorstel, indien nodig.
Wetsvoorstel wordt besproken in vaste commissies à zo nodig schriftelijke wisseling van
standpunten tussen commissie en regering of openbare hoorzitting àcommissie breng
voorlopig verslag (VV) uit waarin staat tot welke vragen en discussiepunten het voorstel
aanleiding heeft gegeven à n.a.v. het VV maakt de minister een memorie van antwoord
(MvA), die zondig vergezeld wordt met een nota van wijziging à commissie maakt
eindverslag à wetsvoorstel komt op agenda Tweede Kamer en wordt mondeling behandeld
in een openbare, plenaire vergadering. Behandeling wordt sterk bepaald door het recht van
amendement (heeft alleen Tweede Kamer, recht om zelfstandig een of meer wetsartikelen te
wijzigen). Hierover wordt uitzonderlijk gestemd à over het gehele wetsvoorstel vindt een
eindstemming plaats in een plenaire vergadering van de Tweede Kamer.
4. Wetsvoorstel gaat naar Eerste Kamer als het is aangenomen. Deze aanvaardt het of verwerpt
het, want geen recht op amendement.
5. Een voorstel wordt wet, zodra het door de Staten-Generaal is aangenomen en door de
Koning is bekrachtigd (art. 87 Gw). De Koning ondertekent het en door de minister van de
portefeuille waar de wet in valt. Ook de Minister van Veiligheid en Justitie ondertekent. De
wet treedt pas in werking als hij is bekendgemaakt door hem.
Het woord ‘wet’ of ‘wetgeving’
1) Wet in formele zin;
Parlementaire wetgeving (overheidsbesluit van R+SG: wetgeving waarbij parlement
betrokken was), bijvoorbeeld:
n BW
n WvSr
n Wet wapens en munitie, etc. etc.
à Art. 81 GW
à Totstandkoming procedure van wet in formele zin is geregeld in de grondwet; in de grondwet
staat dus wie juridisch gezien degene die wetten maakt
- Inhoud?:
n Meestal avv à art. 2.2 Wet dieren; zowel formeel als materieel
n Soms geen avv, maar een beschikking: wet in bloot-formele zin (alleen een wet in
formele zin, materieel geen wet want er staan geen algemene regels inà art. 28
GW
Procedure totstandkoming wetten formele zin:
1. Wetsvoorstel dat gewoonlijk ontworpen wordt door regering. Meestal gemaakt door
departement(en) waar het wetsvoorstel in thuishoort. Dan wordt het besproken in de
ministerraad. Art. 82 Gw à Tweede Kamer heeft het recht van initiatief.
2. Wetsvoorstel gaat naar Raad van State. Voorziet het voorstel van een openbaar advies (art.
73 Gw) en bevat vaak suggesties om bepaalde onderdelen van het wetsvoorstel te wijzigen.
Soms komt de desbetreffende minister met een nota van wijziging.
3. Wetsvoorstel wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Geschiedt namens de Koning. In elk
wetsvoorstel wordt een Koninklijke boodschap gezet. Staat in de aanhef van het
wetsvoorstel en bevat de “considerans”à korte omschrijving van de reden om het
betreffende onderwerp bij wet in formele zin te regelen. Ook is een memorie van toelichting
(MvT) aan een wetsvoorstel toegevoegd à beweegredenen om het wetsvoorstel in te
dienen plus artikelsgewijs commentaar op het wetsvoorstel, indien nodig.
Wetsvoorstel wordt besproken in vaste commissies à zo nodig schriftelijke wisseling van
standpunten tussen commissie en regering of openbare hoorzitting àcommissie breng
voorlopig verslag (VV) uit waarin staat tot welke vragen en discussiepunten het voorstel
aanleiding heeft gegeven à n.a.v. het VV maakt de minister een memorie van antwoord
(MvA), die zondig vergezeld wordt met een nota van wijziging à commissie maakt
eindverslag à wetsvoorstel komt op agenda Tweede Kamer en wordt mondeling behandeld
in een openbare, plenaire vergadering. Behandeling wordt sterk bepaald door het recht van
amendement (heeft alleen Tweede Kamer, recht om zelfstandig een of meer wetsartikelen te
wijzigen). Hierover wordt uitzonderlijk gestemd à over het gehele wetsvoorstel vindt een
eindstemming plaats in een plenaire vergadering van de Tweede Kamer.
4. Wetsvoorstel gaat naar Eerste Kamer als het is aangenomen. Deze aanvaardt het of verwerpt
het, want geen recht op amendement.
5. Een voorstel wordt wet, zodra het door de Staten-Generaal is aangenomen en door de
Koning is bekrachtigd (art. 87 Gw). De Koning ondertekent het en door de minister van de
portefeuille waar de wet in valt. Ook de Minister van Veiligheid en Justitie ondertekent. De
wet treedt pas in werking als hij is bekendgemaakt door hem.