100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting sociale psychologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
06-03-2023
Geschreven in
2022/2023

samenvatting sociale psychologie met alle belangrijke termen en begrippen.











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
6 maart 2023
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2022/2023
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Sociale psychologie samenvatting JOHO

Chapter 1 – wat is sociale psychologie

Sociale psychologie: hoe gedachten, gevoelens en gedragingen beïnvloed worden door
aanwezigheid van anderen mensen.
 Sociale invloed: het effect dat andere personen hebben op onze eigen gedachten,
gevoelens, houdingen of gedragingen

Fundamentele attributiefout: de invloed van omgevingsfactoren wordt onderschat, de
invloed van persoonlijkheidskenmerken wordt overschat.

Watson en Skinner: behaviorisme: om gedrag te begrijpen hoef je alleen te kijken naar
eigenschappen van de omgeving.

Koffka, Köhler en Wertheimer: Gestaltpsychologie: het bestuderen van de subjectieve
manier waarop objecten in de gedachten verschijnen is veel belangrijker dan het bestuderen
van objecten zelf.

Kurt Lenin: vader van de sociale psychologie:
 Construals: individuele percepties en interpretaties van de werkelijkheid
1. Ross: Naïef realisme: waarbij mensen ervan overtuigd zijn dat hun ideeën/
gedachtes beter zijn dan die van anderen.

Basismotieven hoe wij een situatie interpreteren:
1. Self-esteem approach: goed voelen over jezelf; eigenwaarde ligt hier ten grondslag
2. Social cognition approach: accuraat zijn


Chapter 3 – hoe denken we over onze sociale wereld

Sociale cognitie: automatische sociale cognitie:
 Stereotypen: schema’s die toegepast zijn op mensen die deel uitmaken van een
sociale groep.
 Korsakovsyndroom: een neurologische stoornis waarbij geen nieuwe herinneringen
kunnen worden gevormd en waarin elke situatie ervaren wordt alsof het de eerste
keer is.
 Toegankelijkheid van een schema: de mate waarin schema’s vooraan staan in onze
gedachten.
 Chronisch toegankelijk vanwege eerdere ervaringen
 Toegankelijker omdat ze gerelateerd zijn aan een huidig doel
 Priming: wanneer recente ervaringen de toegankelijkheid verhogen
 Selffulfilling prophecy: het gebruik van een schema lokt ook het gedrag dat daarbij
hoort uit bij een ander persoon.

,5 types automatisch denken:
1. Automatisch doelen achternagaan: vaak tegenstrijdige doelen in ons
onderbewustzijn, die we soms activeren en onbewust proberen te behalen.
2. Automatisch keuzes maken:
3. Automatisch nadenken: als je iets schoons hebt geroken vertrouw je vreemden
sneller
4. Metaforen
5. Mentale strategieën en shortcuts:
Toegankelijkheidsheuristiek: deze mensen baseren hun oordeel op het gemak
waarmee ze iets kunnen verzinnen of een herinnering kunnen ophalen.
Representativiteitsheuristiek: hoeveelheid overeenkomst die er is tussen hetgeen
dat we willen identificeren en een bekende categorie.
Base-rate informatie: informatie over de relatieve frequenties en kansen
Barnum effect: persoonlijkheidstesten zijn vaak vaag genoeg dat iedereen zich erin
kan herkennen.

Analytische denkwijze: westerse culturen: details van voorwerpen.
Holistische denkwijze: oosterse culturen: bekijkt de wereld als geheel

Controlerend denken: bedoeld, bewust, vrijwillig en kost moeite

Wanneer iets bijna fout gaat schakelen mensen vaak over van automatisch naar
gecontroleerd denken.

Counterfactual thinking: het mentaal ombuigen van de gebeurtenis om te kijken hoe het
gegaan zou zijn als bepaalde factoren anders waren geweest.

Overconfidence barrier: gewoonlijk heeft men te veel vertrouwen in de accuratesse van de
eigen ideeën en inzichten.

Chapter 4 – hoe begrijpen we andere mensen

Sociale perceptie: onderzoek naar de manier waarop wij indrukken vormen over mensen en
hoe we daar conclusies uit trekken

Encoderen: het uitvoeren van non-verbale communicatie
Decoderen: het interpreteren van non-verbaal gedrag van anderen

Darwins 6 universele emoties: blij, boos, bang, verbaasd, afkeer en verdriet

Oorzaken die het decoderen lastig maken:
 Emotiesmengsels
 Display regels: door cultuur bepaalde ongeschreven regels over welke non-verbale
gedragingen geschikt zijn om te uiten
 Emblemen: gebaren die een duidelijke betekenis hebben in een bepaalde cultuur

, Thin-slicing: houdt in dat we betekenisvolle en vaak accurate conclusies kunnen trekken
gebaseerd op de persoonlijkheid of vaardigheden van een ander uit een korte sample van
hun gedrag

Primacy effect: de eerste kenmerken die opvallen hebben invloed op hoe we informatie die
we later over hen verkrijgen verwerken.

Belief perseverance: houdt in dat we de neiging hebben bij onze eerste indruk te blijven,
ondanks dat we informatie krijgen die onze conclusie ontkracht.

Attributietheorie: een beschrijving van de manier waarop mensen hun eigen gedrag en het
gedrag van anderen verklaren of waar zij bepaald gedrag aan toeschrijven.
 Interne attributie: gedrag wordt toegeschreven aan persoon
 Externe attributie: gedrag wordt toegeschreven aan omgeving

Kelley: ontwikkelde theorie over hoe mensen kiezen voor een interne of externe attributie
 Covariatiemodel: eerste informatie verzamelen voordat een attributie wordt
gemaakt.

Tot stand komen van een attributie:
1. Consensus informatie: informatie over de mate waarin andere mensen zich op
dezelfde wijze gedragen als de actor. vb: baas schreeuwt naar jan, schreeuwen
andere ook naar Jan?
2. Onderscheidende informatie: informatie over de mate waarin de actor zich op
dezelfde wijze gedraagt naar verschillende stimuli. vb: schreeuwt baas ook naar
andere?
3. Consistent informatie: informatie over de mate waarin het gedrag tussen de actor en
de stimulus hetzelfde is op verschillende tijden en in verschillende omstandigheden.
vb: schreeuwt de baas vaak naar jan of ligt dit aan omstandigheden.

Interne attributie: lage consensus, lage onderscheiding, hoge consistentie
Externe attributie: hoge consensus, hoge onderscheiding en hoge consistentie
Unieke situatie attributie: lage/ hoge consensus, lage/ hoge onderscheiding en lage
consistentie

Fundamentele attributiefout (correspondentiebias): de verwachting dat getoond gedrag
overeenkomt met persoonlijkheid. Interne factoren overschat, externe factoren onderschat.

Perceptual salience: alleen dat waar aandacht aan wordt besteed veroorzaakt het gedrag
van een persoon. Het is makkelijk om gedrag van anderen te observeren maar lastig om
persoonlijke situatie te bekijken.

Twee-stappen proces van attributies:
Stap 1: automatische, interne attributie.
Stap 2: nadenken over mogelijke situationele redenen en indien nodig wordt de
aanvankelijke attributie aangepast.
€6,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
rozakiebert

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
rozakiebert Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
2 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen