Balans, resultatenrekening en liquiditeitsbegroting
- Overzichten om de financiële situatie van een facilitaire organisatie te bepalen:
1. Resultatenrekening (winst en verlies) heeft het bedrijf het goed gedaan/
2. Liquiditeitsoverzicht (bank en contant) hoeveel geld heeft de onderneming contant tot
haar beschikking?
3. Balans (bezittingen en schulden) hoeveel is een bedrijf waard?
1. Resultatenrekening winst en verliesrekening
Overzicht van opbrengsten en kosten over een bepaalde periode
Doel: bepalen van de nettowinst van een bedrijf in een periode (jaar of kwartaal bijv.)
Berekening:
Omzet/opbrengst (contant of op rekening)
- inkoopwaarde van die omzet
= brutowinst
- overige kosten (loon, huur, energie, etc.)
= brutoresultaat
- rente
= nettowinst
Kortom: omzet (opbrengsten) – kosten = nettowinst
Facilitaire kosten:
- Huisvesting gebouwbeheer, parkeren, energie, afschrijvingen, werkplekken
- Services schoonmaak, catering, ICT, logistiek
Kosten en uitgaven:
Kosten (=verbruik) zijn vaak ook uitgaven, bijvoorbeeld:
- Loon, huur, rente, energie, buitengewone lasten (verkoop machine, winst/verlies, inruil auto)
Kosten zijn soms geen uitgaven afschrijvingskosten = sparen
Uitgaven zijn niet altijd kosten:
- Verzekeringspremie voor het hele jaar vooruit betalen
- Aflossen van een lening
- Betalen van een factuur (crediteur)
- Voor jezelf uit de kas/bank gehaald (privé opnames zijn dus geen kosten)
Voorbeelden resultatenrekening:
Resultatenrekening; voorbeeld
debit credit
inkoopwaarde v.omzet 160.000 Omzet 400.000
ov. variabele kosten 100.000
vaste kosten 75.000
netto winst 65.000
Totale kosten 400.000 Totale opbrengsten 400.000
, 2. Liquiditeitsoverzicht bank en contant
Doel: overzicht van het banksaldo
Berekening:
Beginsaldo
+ alle ontvangsten op de bankrekening
- alle betalingen
= eindsaldo
Voorbeeld liquiditeitsoverzicht:
december
Beginsaldo: 100 Beginsaldo: hoeveelheid geld aan
begin van periode
Ontvangsten:
contante verkopen 400
betalingen van debiteuren 200
Totaal ontvangsten: 600 Totaal ontvangsten: wat komt er
totaal aan geld binnen
Uitgaven:
inkopen 100
salarissen 200
Totaal uitgaven: betalingen
Totaal uitgaven: 300 geld wat het bedrijf verlaat
Eindsaldo: 400 Eindsaldo: hoeveelheid geld aan
het eind van de periode
Overzicht Verschillen resultatenrekening & liquiditeitsoverzicht: